taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » suriname »

Werkbezoek IPC

Meertaligheid is in Suriname gewoon, maar welke talen in welke situaties worden gebruikt, daarover was weinig bekend. Het Meertaligheidsonderzoek dat de Taalunie heeft laten uitvoeren, verschaft daarover meer informatie. De eerste resultaten werden begin november in Paramaribo gepresenteerd in aanwezigheid van een delegatie van Nederlandse en Vlaamse parlementsleden, tijdens een werkbezoek van vijf dagen.

De Taaluniedelegatie bestond uit acht parlementsleden uit Nederland en Vlaanderen, de algemeen secretaris en een medewerker van het Algemeen Secretariaat. Het doel van het bezoek was goed zicht te krijgen op de activiteiten van de Taalunie in Suriname. Er waren ontmoetingen met minister Edwin Wolf van Onderwijs, met de Surinaamse Raadscommissie en de Commissie Onderwijs van de Surinaams Assemblee. Verdere onderwerpen van gesprek waren:

Er vonden ook ontmoetingen plaats met docenten en leerlingen van de IOL (lerarenopleiding) en een kweekschool (lerarenopleiding voor het basisonderwijs).

Hieronder kunt u een reisverslag lezen van enkele delegatieleden:

Lees ook de gezamenlijke evaluatie en vooruitblik.


'Hollandse rommel'

door Jan Schinkelshoek, 3 november 2008

Hoog boven Zanderij cirkelen twee gieren. Dat is een goed teken, legt een Surinaamse vrouw me geruststellend uit. Het is een garantie dat 'alle rommel' wordt opgeruimd, 'achtergelaten door Hollanders bijvoorbeeld'.

Welkom in Suriname. Gisteren in het begin van de avond ben ik aangekomen in Paramaribo als lid van een parlementaire delegatie die de Nederlandse Taalunie wil verstevigen. Suriname heeft zich al weer enkele jaren geleden laten 'associëren' met de Nederlands-Vlaamse samenwerking ten gunste van de Nederlandse taal. Die 'associatie' met de Taalunie verdient een impuls, zoals het heet. En daarom is een groep parlementariërs uit zowel Nederland als Vlaanderen naar Suriname afgereisd.

Voor mij maakt het onderdeel uit van mijn liefde voor wat een collega-kamerlid een tijdje geleden half ironisch, half pesterig 'de Nederlandse zaak' noemde: hoe kunnen we boven en beneden de Moerdijk, samen met de Vlamingen, in alle uithoeken van de wereld - de Nederlandse Antillen tot Zuid-Afrika - samenwerken aan onze gemeenschappelijke taal.

Ik stel me daarom wat van voor van ons bezoek aan Suriname. Nee, grootse, baanbrekende resultaten zijn niet te verwachten. Maar we moeten het, denk ik, ook veel meer in kleine dingen zoeken. Concrete uitwisseling opzetten, scholen helpen, bibliotheek voorzien van Nederlandstalige boeken, contacten leggen, met raad en daad terzijde staan. Op dat type samenwerking is ons programma ook toegeschreven. We praten natuurlijk met Surinaamse ministers, parlementsleden en andere autoriteiten. Minstens zo belangrijk is dat we op bezoek gaan op scholen (tot diep in het binnenland), praten met leraren en studenten, contacten hebben met schrijvers en luisteren naar wat het Surinaamse Nederlands nodig heeft.

Ja, vooral luisteren. Luisteren naar het Nederlands, zoals het in Suriname wordt gesproken. Onze moedertaal klinkt aan de warme noordkust van Zuid-Amerika anders, zachter, muzikaler. Wat al direct opvalt is dat het Nederlands er zo correct klinkt, zo verzorgd. Het doet me af en toe denken aan de taal zoals het mij in de jaren '60 op de Capelse lagere school werd geleerd. Alsof het zo vanuit een boekje wordt gesproken.

Het Surinaams Nederlands is een eigen soort Nederlands. Doorspekt als het is met eigen woorden, ontleend aan de eigen omstandigheden, de eigen cultuur, de eigen geschiedenis, is het steeds meer een eigen tak aan de boom geworden. Dat bewijst voor mij de kracht van het Nederlands, een taal die zo sterk is dat binnen een- en dezelfde spelling het op z'n Vlaams, randstedelijk, Limburgs en Surinaams kan worden uitgesproken.

Nee, met het oude ABN, het algemeen beschaafd Nederlands, moet je niet meer komen aanzetten. Zeker niet als de maatstaf van alle dingen. En allerminst in Suriname. Misschien behoort dat wel tot de 'rommel' die de Hollanders hebben achtergelaten.

Jan Schinkelshoek, lid van de Tweede Kamer voor het CDA, maakt deel uit van de Nederlands-Vlaamse parlementaire delegatie die in het kader van de Nederlandse Taalunie een bezoek brengt aan Suriname. Via zijn website www.janschinkelshoek.nl houdt hij een dagboek bij.


Meertaligheid als troef?

door Bart Caron, 3 november 2008

Het is vandaag maandag 3 november. Als ik de blog schrijf, is het 18u30, vier uur vroeger dan bij ons thuis. Het is buiten zo'n 34 graden. Dat is een constante, zowat de enige in dit land. In dit zeer merkwaardige land. Zeker voor Vlamingen. De drukke bijenkorf van Paramaribo lijkt me veilig en gezellig. Ik kan echter niet inschatten of mensen hier gelukkig zijn. Rijkdom en armoede lijken verenigd, net als de verschillende culturen. In één blok kan je een evangelische kerk, een hindoetempel, een moskee of een room-katholieke kerk tegenkomen. In één straat hoor je vele talen spreken. Tussen de stalletjes van krantenverkopers, de oneindige stroom busjes met mensen op weg naar werk of waar ook naartoe, de schitterende houten huizen maar ook de bouwvallige panden, de versleten regeringsgebouwen, overal voel je dat je terechtgekomen bent in een samenleving in volle groei, of liever in transitie. Die de oude gewaden wil afleggen, maar de nieuwe lijn nog niet helemaal uitgetekend heeft. Die maatschappij weet nog niet zo goed waar naartoe, en of ze iedereen kan meetrekken op weg naar meer welvaart.

Zo onzeker is ook met het taalbeleid. Het Nederlands is de officiële taal, de taal van bestuur en onderwijs, en daarom de taal die zowat alle Surinamers min of meer spreken. Het is een noodzakelijk instrument om met elkaar te kunnen spreken. Ze spreken hier immers zo'n 20 talen en dan moet je toch een afspraak maken hoe je met elkaar communiceert. Je voelt wel sterk aan dat die taal ook de taal is van de vroegere kolonisator, van Nederland. En dat wringt. Tegelijk stellen steeds meer Surinamers de vraag of ze met dat Nederlands economisch wel ver genoeg komen. Suriname ligt in Zuid-Amerika (dominant Spaans en Portugees) maar heeft zich bij de Caribische gemeenschap aangesloten (Engels) en heeft sterke banden met Nederland. In Suriname wonen 480.000 Surinamers, in Nederland zo'n 300.000. Elke Surinamer heeft familie in Nederland, en vice versa. En als Suriname het Nederlands zou loslaten, creëert ook dat weer grote problemen. Sommigen pleiten onomwonden voor het vervangen van het Nederlands door het Engels, anderen pleiten voor het Nederlands of voor beide talen. En de overheid kiest niet. Of liever, de overheid stelt de beslissing steeds uit. En daardoor blijft de kennis en de ontwikkeling van het Nederlands, in cultuur en in onderwijs hier wat steken. Maar daardoor worden de vele andere talen die hier worden gesproken, gemarginaliseerd. Eigenlijk mogen wij ons daar niet mee bemoeien. Dat wil ik ook niet. Maar ik kan de situatie wel vergelijken die die bij ons. Om dan vast te stellen dat de problemen hier vrij grote gelijkenissen vertonen met de problemen in de lage landen bij de zee.

In Vlaanderen hebben heel wat allochtone gemeenschappen grote problemen met het Nederlands. Dat, naast andere factoren, leidt tot grote sociale en economische achterstand. En het wordt er niet eenvoudiger op. In Antwerpen worden meer dan de helft van de kinderen geboren in gezinnen waarvan de thuistaal niet het Nederlands is. En dat stelt ons onderwijs, en bij uitbreiding onze samenleving, voor grote uitdagingen. Hoe moeten wij daarmee omgaan? Moeten wij de moedertaal, in vele gevallen een andere taal dan het Nederlands, niet als aanknopingspunt, als basistaal gebruiken in het kleuter- en lager onderwijs? Theoretisch wellicht wel, maar praktisch? Wat doe je als er in de klas kinderen zitten die met verschillende thuistalen? Vlaanderen voert een inburgeringsbeleid waarin de kennis van onze taal centraal staat. Kunnen we dat volhouden? Ik hoop van wel. Maar, het mag geen assimilatie beogen. Ik wil namelijk ook dat al die verschillende mensen hun eigen cultuur kunnen beleven, en dus ook hun eigen taal kunnen spreken. En dat kinderen die kunnen leren. Hoe gaan we dan om met die meertalige samenleving? En is het Nederlands dan die taal die ons helpt met elkaar te communiceren, omdat het een taal is die we allemaal spreken?

Wij spraken met de Surinaamse minister van Onderwijs, met experten en raadgevers, met de Nederlandse ambassadeur en de Belgische consul. We leerden dat Vlaanderen actief meebouwt aan de uitbouw van ervaringsgericht onderwijs in Suriname. Het was een buitengewoon interessante dag. Vanavond moet ik vaststellen dat ik meer vragen heb dan deze ochtend, en vooral minder antwoorden. Ik zou de Surinaamse overheid kunnen verwijten dat ze geen keuzes maken over gebruik van talen in het onderwijs, dat ze een onvoldoende duidelijk taalbeleid voeren, maar ik durf dat toch niet zo hard te stellen. Ook wij hebben thuis de nodige problemen, waar ook wij niet altijd een duidelijk antwoord geven. Hoe dan ook, meertaligheid zal onvermijdelijk worden. Maar hoe je die uitdaging concreet invult ...

Bart Caron is ondervoorzitter van de Interparlementaire Commissie en lid van het Vlaams Parlement. Zijn bijdragen over het werkbezoek aan Suriname zijn ook te lezen op zijn website www.bartcaron.be.


Sneu?

door Dany Vandenbossche, 4 november 2008

Op een tiental dagen Suriname en in het bijzonder Paramaribo leren kennen, tijdens een officiële zending, is onmogelijk. Het kan hoogstens een inkijk bieden in deze zeer multiculturele samenleving. Het zijn dan ook maar indrukken die men neerschrijft over een land met o.m. alle troeven in huis om een toeristische trekpleister te zijn: een boeiende geschiedenis met na de koloniale periode een onafhankelijkheidswens die in 1975 werkelijkheid werd, een hoofdstad die de aangrijpende geschiedenis weerspiegelt, een fantastische natuur en voor ons Nederlandstaligen een land in Zuid-Amerika waar men nog steeds het Nederlands als officiële taal heeft. Kortom alles wat een land aantrekkelijk en boeiend kan maken.

De missie van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie houdt natuurlijk met die Nederlandse taal verband en in het bijzonder met de associatieovereenkomst met de Republiek Suriname en de resultaten ervan op beleidsniveau. Het was in dat kader dat bezoeken aan enkele scholen m.b.t. Nederlands taalonderricht op het programma stonden. We hadden de mogelijkheid om in het binnenland de kleuter- en lagere school van Palumeu te bezoeken. De school ligt in de Surinaamse jungle en vergt een uur vliegen vanuit Paramaribo. Het is sneu in Palumeu zouden mijn Nederlandse collega's zeggen. De leerkrachten van dat schooltje moeten roeien met de riemen die ze hebben, zou men kunnen zeggen, maar dat is voor mij te kort door de bocht.

Palumeu

Van de leerkrachten in Palumeu wordt een onwaarschijnlijke inzet verwacht in niet voor de hand liggende omstandigheden. De problemen op het vlak van infrastructuur en middelen zijn er, zoals we zelf konden vaststellen, immens. Het is ongetwijfeld juist dat het organiseren van onderwijs voor dergelijke kleine gemeenschappen in de jungle niet simpel is: de afstanden zijn groot en alleen via de lucht of het water bereikbaar en infrastructureel ontbreken de basisvoorzieningen, zoals elektriciteit.

Ik weet dat het delicaat is om er iets over te zeggen, want het is een gevoelig onderwerp in Suriname, maar de middelen (en die zijn sowieso onvoldoende) lijken vooral geconcentreerd op Paramaribo. Ik wil daarmee niet gezegd hebben dat de overheden er geen aandacht voor hebben, maar volgens mij, kan het beter.

Palumeu

Dit behoort natuurlijk niet tot de opdracht van de Taalunie maar ten persoonlijke titel moeten wij daar aandacht voor hebben. De situatie ter plaatse heeft mij en de andere collega's aangegrepen en het is onze plicht en doelstelling om mee te helpen die basisvoorzieningen uit te bouwen en te ondersteunen. De commissieleden hebben de knowhow en misschien zelfs de mogelijkheden om in overleg met de Surinaamse overheden met de mensen ter plaatse voor de nodige initiatieven te zorgen. Geen koloniaal paternalisme, geen dictaten, maar een evenwichtig en goed bestudeerd initiatief moet de mensen in Palumeu die onderwijs verstrekken, in staat stellen dat in optimale omstandigheden te doen.

Palumeu

Het is goed dat een missie van de Nederlandse Taalunie in Suriname met de Nederlandse taal bezig is maar het is voor ons al even belangrijk om oog te hebben voor de randvoorwaarden waarin onderwijs wordt verstrekt.

Het zou goed zijn om binnenkort te kunnen schrijven: het is niet sneu in Palumeu.

Dany Vandenbossche is lid van het Vlaams Parlement voor de SP.a.


Palumeu

door Bart Caron, 4 november 2008

Boven Palumeu zweeft een visarend. Niet verwonderlijk natuurlijk. Het dorp ligt in het binnenland van Suriname, in het tropisch regenwoud, langs de Tapanahony rivier. In volle Amazonewoud dus. Het is een (naar Westerse normen primitief) indiaans dorp, een dorp van twee indianenstammen, de Trio en de Wayana. Ze spreken hun eigen taal. Er wonen zo'n 300 mensen. Ze leven nog zeer traditioneel, vooral van de jacht en visvangst. Je kan het alleen bereiken met het vliegtuig - er ligt een landingspiste - of via de rivier.

Vandaag zijn we er het lokaal schooltje gaan bezoeken. 76 leerlingen zijn er, en 5 leerkrachten, van kleuter A tot het zesde leerjaar. De klassen zijn er buitengewoon, naar Vlaamse normen althans. Je kan in het beste geval spreken van een gedeeltelijk afgesloten ruimte en een dak erboven. De kinderen zitten in het droge en uit de zon, maar voor de rest buiten. De leerkrachten komen, behalve één, uit Paramaribo. De lokale gemeenschap heeft geen mensen die studeerden, nog niet. De leerkachten zijn heel erg geëngageerd om de kinderen onderwijs te geven en doen dat ook hedendaags, ervaringsgericht. Alleen ze spreken slechts met mondjesmaat de thuistaal van de kinderen. En de ouders spreken haast geen Nederlands. En toch, de leerkachten proberen te vertrekken van de thuistaal van de kinderen, zodat ze de opstap kunnen maken.

School in Palumeu

Het is niet eenvoudig. Wat moet je doen? Onderwijs is broodnodig om een stap voorut te kunnen zetten in het leven. Inclusief een redelijke kennis van het Nederlands. Dat beseffen de ouders wel; ze sturen hun kinderen naar de klas. Maar de middelen van de school zijn zeer beperkt: er zijn weinig hedendaags hulpmiddelen, het meubilair is primitief, er is geen elektriciteit behalve één zonnepaneel voor een tv-toestel, termieten vreten er het papier van schoolboeken op ...

Yvonne, het schoolhoofd vecht voor de school, houdt een pleidooi voor middelbaar onderwijs - liefst in de eigen gemeenschap en niet in Paramaribo want dan haken vele 12-jarigen af of komen ze gedesoriënteerd terug. Ze komen uit hun dorp in de stad terecht en vinden er hun weg moeilijk, of willen, in het omgekeerde geval ze nadien niet meer terugkeren naar Palumeu.

De opdracht is fenomenaal. Die kan de Taalunie wel ondersteunen, maar niet dragen. Dat is de verantwoordelijkheid van het Surinaamse ministerie van Onderwijs. Wij kunnen wel helpen: door leerkachten uit te wisselen tussen Vlaanderen en Suriname want ze kunnen veel van elkaar leren, door hulpmiddelen ter beschikking te stellen, door te investeren in infrastructuur enz. Het Vlaamse VVOB (een overheidsagentschap: Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en technische Bijstand ) is hier al vele jaren actief. Hun LEARN-project pakt het basisonderwijs op een kwaliteitsvolle en duurzame manier aan door trainingen en begeleiding te organiseren voor interne begeleiders (leerkrachten die binnen de school hun collega's coachen om op een meer ervaringsgerichte manier hun onderwijs aan te pakken) en schoolleiders (IKZ-cyclus) van 15 scholen van het Surinaamse kustgebied. Lees maar op www.vvob.be

Bart Caron is ondervoorzitter van de Interparlementaire Commissie en lid van het Vlaams Parlement. Zijn bijdragen over het werkbezoek aan Suriname zijn ook te lezen op zijn website www.bartcaron.be.


De ups en down van het Sranantongo

door Ing Yoe Tan, 5 november 2008

We mogen een taalles bijwonen in de Christelijke Kweekschool. Vanuit de Taalunie-IPC zijn we met z'n zevenen en er zijn zo'n twintig leerlingen verdeeld over vier tafels. De docent behandelt de paragraaf over het ontstaan van Sranantongo tijdens de slavernij, de onderdrukking van die taal daarna en de herwaardering sinds de vijftiger jaren.

Het verhaal raakt me, bijvoorbeeld ook door de verwijzing naar Papa Koenders. Hij had als naam voor zijn tijdschrift Futu Boy. Dat zijn huisjongens die Nederlands verstonden buiten medeweten van hun bazen. Daardoor konden ze zijn mededelingen over op handen zijnde slavenverkopen in het Sranan doorgeven. Mijn collega's vinden de leerstof feitelijk zakelijk gebracht, dus het ligt ongetwijfeld aan mijn eigen jeugdervaringen in Indonesië met taalpolitiek.

De leerlingen doen goed mee in het vraag- en antwoordproces met de docent. We vragen hun wie in de binnenlanden les wil geven straks en dat zijn er toch vijf, waarvan een uit Paramaribo. Ze bevestigen het harde gelag om als twaalfjarige naar een internaat in de stad te moeten voor verdere opleiding. Ik heb de indiaantjes uit Palumeu nog helder voor ogen in hun paradijselijke thuishaven.

In de VWO4-school worden we getrakteerd op twee wervelende presentaties van leerlingen op basis van Ultramarijn en De Bekoring, twee romans die ze hebben gelezen in het Inktaap-project van de Taalunie. Enorm meeslepend en de andere leerlingen in het publiek leven intens mee. Johan Verstreken, Vlaams parlementslid van de CDNV en tv-presentator spreekt zijn bewondering uit en spoort hen aan door te gaan.

Als dit het gevolg van Inktaap is, moeten we daar zeker hard mee doorgaan. Misschien toch proberen de oude (radio en tv) en nieuwe (internet) media ook daarbij in te zetten...?

Ing Yoe Tan is lid van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer.


Taalgenoten in de tropen

door Johan Verstreken, 6 november 2008

'Spreken jullie Nederlands?', vroeg ik enkele jaren geleden tijdens een vakantie op Aruba. 'No. Just Papiamento, English and a bit Spanish', kreeg ik prompt als antwoord. Ik was echt verrast, omdat ik dacht dat ze toch Nederlands begrepen op de ABC-eilanden. Wat een hemelsbreed verschil met Suriname!

Latijns-Amerika heeft een plek in mijn hart veroverd. Wat een heerlijk gevoel om in dit deel van de wereld onze moedertaal te kunnen spreken. Volgende week start hier zelfs het eerste Suri-Vlaamsfestival. Gewezen tv-collega Alida Neslo (presentatrice van De Boomhut) is één van de stuwende krachten achter dit multicultureel taalfestival.

Het Nederlands dat men hier praat is zachter dan de spreektaal van onze noorderburen. Hun uitspraak leunt zelfs dichter bij het Vlaams aan. Er zijn nog meer raakpunten, want de talen die jongeren thuis spreken zijn heel verschillend. Je kan het een beetje vergelijken met onze Vlaamse dialecten. Eenmaal op school of bij vrienden uit andere regio's draaien we onze knop om en trachten we zo goed als mogelijk Nederlands te praten.

Degelijk onderwijs is van groot belang. Vlaanderen behoort bij de koplopers van de wereld. Het zou goed zijn mochten ook Vlaamse scholen banden smeden met taalgenoten in de tropen. Gisteren hadden we een boeiend gesprek met enkele toekomstige leerkrachten die enkele dagen stage liepen in Nederland en Vlaanderen. Ze waren in de wolken over de Europese aanpak. 'We kunnen dit alle Surinaamse mensen die werken in het onderwijs alleen maar aanbevelen', was hun reactie. Voor hen een onbetaalbare ervaring. Graag meer van dat! Het moet toch mogelijk zijn dat enkele Vlaamse scholen stagiairs uit de tropen ontvangen. Het zou een boeiende wisselwerking betekenen.

Aan werkkracht en enthousiasme ontbreekt het zeker in Suriname zeker niet. De werkomstandigheden en werkmiddelen zijn echter bedroevend. Er is nog een pak werk aan de winkel. De Taalunie draagt een bescheiden steentje bij met projecten zoals 'Inktaap'. Wat was ik onder de indruk van de creatieve studenten, die na het lezen van niet voor de hand liggende boeken van bekende auteurs, zelf een scenario schreven en er een mini-theaterstukje van maakten. De kracht van de expressie en het woord tilde de jongeren tot een hoger niveau. De liefde voor het Nederlands werd groter. De aanpak van het Inktaap-project van de Nederlandse Taalunie en de docenten zal de jongeren nog meer aanzetten om te lezen. Nu alleen nog boeken naar hier zien te krijgen. Niet evident.

Mocht je van plan zijn als toerist naar hier te komen, breng dan enkele Nederlandstalige boeken mee. Gegarandeerd zal je er harten mee veroveren. En gegarandeerd zal je van de bevolking houden. Misschien zullen de Indianenstammen in het binnenland een cultuurschok betekenen. Toch is het een unieke ervaring om aan duurzaam toerisme te doen. In het Surinaamse Amazonewoud kan je je trouwens verstaanbaar maken in je eigen moedertaal. Je vindt er de enige Nederlandssprekende Indianen ter wereld. (Wij verbleven 2 nachten in Palumeu op eigen initiatief, los van de Taalunie.)

Ik ben blij dat we als politici uit onze ivoren toren zijn gekropen. Wat we hier zagen is echt concreet en tastbaar. Nu nog onze Vlaamse en Nederlandse collega's en de Surinaamse Assemblee warm maken voor het belang van de Taalunie.

We hebben kunnen spreken met heel wat gemotiveerde leerkrachten. Ze verdienen meer dan respect. Ze bouwen aan een beter taalgebruik op een creatieve manier. Het Nederlands Surinaams is trouwens een beeldrijke taal. Wat dacht je van woorden als : 'uitbuiken' = je buikje laten rusten tijdens een siësta en 'hangmatteren' = lekker relaxen in een hangmat. Beide woorden zou ik wel vaker in de praktijk willen omzetten. U toch ook?

Johan Verstreken is Vlaams volksvertegenwoordiger.


Vrouwen in Palumeu

door Monica Van Kerrebroeck, 6 november 2008

Sterke vrouwen:
brede schouders,
sterke armen
klieven
boomstammen tot brandhout...

Vrouwen,
moeders,
lopen met rustige pas...
elke gejaagdheid
lijkt hen vreemd:
geen anorexia,
wel een blik
die diepten verraadt.
in deze wondere Amazonewereld
diep in het binnenland
maken ze hun eigen verhaal
waar tijd geen vat op heeft...

Kinderen, ouderen
volwassenen leven in hutten
bijeen.
Vrouwen wasse
vrouwen koken
vrouwen werken op de 'kostgrondjes'
vrouwen gaan mee
in de korjaal op visvangst.
Indiaanse vrouwen,
sterke indiaanse vrouwen in Palumeu.


Yvonne - schoolhoofd in Palumeu

Stil,
bijna fluisterend
sprekend
met de kracht
van sterke overtuiging.
Alle profileringsdrang
haar onbekend.
Gelovend in mensen
zeker, er werkend
aan toekomst
van een nieuwe generatie:
sterke vrouw in Palumeu.

Monica Van Kerrebroeck is lid van het Vlaams parlement voor CD&V.


© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties