De Nederlandse Taalunie is een intergouvernementele organisatie, die in 1980 is ingesteld bij verdrag tussen Nederland en België. Haar opdracht is de integratie van Nederland en Vlaanderen op het gebied van taal en letteren. Concrete doelstellingen zijn:
- het stimuleren en verder ontwikkelen van de Nederlandse taal;
- het bevorderen van de kennis en het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal;
- het bevorderen van de Nederlandse letteren;
- het stimuleren van de studie en verspreiding van de Nederlandse taal en letteren in het buitenland.
De Taalunie bestaat uit vier organen die evenredig zijn samengesteld uit Nederlandse en Vlaamse vertegenwoordigers: het Comité van Ministers, waarin de Onderwijs- en Cultuurministers van Nederland en Vlaanderen zitting hebben; de Interparlementaire Commissie, bestaande uit tweeëntwintig Nederlandse en Vlaamse volksvertegenwoordigers; de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, die twaalf leden telt; en het Algemeen Secretariaat, dat is gevestigd in Den Haag en nauw samenwerkt met een aantal commissies en werkgroepen.
In de uitbouw van de meertalige informatiemaatschappij spelen taal- en spraaktechnologie een belangrijke rol. Het Nederlands moet een volwaardige positie in die informatiemaatschappij kunnen blijven innemen, dus het is van belang dat het Nederlands een rol speelt in de verdere ontwikkeling en toepassing van taal- en spraaktechnologie. Vanuit haar medeverantwoordelijkheid voor het taalbeleid van de Nederlandse en Vlaamse regering vervult de Nederlandse Taalunie hierin een platformfunctie. De Taalunie is rechtstreeks betrokken bij de totstandkoming van een aantal taaltechnologische projecten:
- Geïntegreerde Taalbank. Een elektronische databank waarvoor hedendaagse corpora worden verzameld en vervolgens taalkundig verrijkt met het oog op diverse functies, waarbij rekening wordt gehouden met internationale standaarden (projectuitvoerder: INL).
- Elektronische ANS. Het elektronisch beschikbaar maken van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) op diverse gebruikersniveaus (projectuitvoerders: de afdelingen Nederlands en Taal en Spraak van de KU Nijmegen).
- Referentiebestand Nederlands. Het Referentiebestand Nederlands dient als uitgangspunt bij de vervaardiging van woordenboeken met het Nederlands als brontaal en als referentiepunt waarnaar verwezen kan worden indien het Nederlands de doeltaal is (projectuitvoerders: KU Leuven, UiL/OTS - Universiteit Utrecht, INL en Vakgroep Lexicologie - VU Amsterdam).
- Taaladvies on line. Een grote verzameling van adviesteksten (ruim 1200 taalkwesties). De selectie van de adviezen is gebaseerd op de ervaringen van taaladviesdiensten. De teksten werden geschreven door een deskundige redactie. Het Taaladviesoverleg van de Nederlandse Taalunie heeft zich met de teksten akkoord verklaard. Bij elk advies worden vraag, antwoord, motivering en een verwijzing naar relevante naslagwerken vermeld.
- Multifunctionele Databank Overheidsterminologie. Proefproject dat begin 2001 werd afgerond. Er is een multilinguale typebank ontwikkeld die niet in de eerste plaats uitgaat van (de beschrijving van) termen maar van onderliggende concepten. Tevens is er een hulpmiddel ontwikkeld voor automatische extractie van termkandidaten uit digitale teksten, gesneden op maat van overheidsteksten. In 2001 is de Commissie Terminologie (CoTerm) van de Taalunie met haar werkzaamheden begonnen. Nieuwe projecten van deze commissie sluiten aan bij de resultaten die bereikt zijn in het proefproject.
- Corpus Gesproken Nederlands. In 1998 gestart project dat als doel heeft primair bronnenmateriaal voor de beschrijving en analyse van het gesproken Nederlands samen te stellen. De resultaten zijn niet alleen nuttig voor automatische spraakherkenning en spraaksynthese maar ook voor de lexicografie en het onderwijs Nederlands als vreemde taal. Het project wordt gefinancierd door de Nederlandse en Vlaamse overheid. De rechten op het corpus worden ondergebracht bij de Taalunie. Het taalmateriaal wordt verzameld en verrijkt door verschillende onderzoeksgroepen uit Nederland en Vlaanderen.
- NL-TRANSLEX. Een MLIS-project dat tot doel heeft componenten te ontwikkelen in systemen voor machinevertalen die vertalingen mogelijk maken van en naar het Nederlands op het hoogste prestatieniveau. Het Nederlands geldt dus als bron- én doeltaal. De andere talen in de vertaalparen zijn het Engels en het Frans. Tot de componenten behoren, naargelang van de uiteindelijke systeemkeuze, lexica, ontledingsprogramma's, transfermodules van bron- naar doeltaal en syntheseprogramma's die uit de abstracte zinsrepresentatie correcte zinnen kunnen vormen.
- TST-Platform. In 1997-98 liet de Nederlandse Taalunie een terreinverkennend onderzoek uitvoeren naar de positie van het Nederlands in taal- en spraaktechnologie. Het resulterende rapport schetst welke basisvoorzieningen onmisbaar zijn voor een degelijke taalinfrastructuur. Hiermee wordt de bestaande infrastructuur vergeleken, zodat kon worden vastgesteld welke voorzieningen nog ontbreken voor een succesvolle integratie van het Nederlands in de meertalige informatiemaatschappij. Het rapport gaf aanleiding tot de oprichting van een TST-Platform.
Documenten:
| Werken aan de toekomst van een taal. Portret van de Nederlandse Taalunie | Nederlandse Taalunie | -- | ||
| Meerjarenbeleidsplan 1998-2002 | Nederlandse Taalunie | 1998 | -- | |
| Tussenbalans 2000-2001 | Nederlandse Taalunie | 2001 | -- |
Contactpersoon:
Elisabeth D'HalleweynNederlandse Taalunie
Postbus 10595, 2501 HN Den Haag, Nederland
tel: +31 70 346 95 48 - fax: +31 70 365 98 18
e-mail: info@taalunie.org
website: http://www.taalunieversum.org/taalunie/
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
