taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » taal » technologie » taal in bedrijf »

Opening door Linde van den Bosch

"Dames & heren,

Welkom op de bijeenkomst Taal in Bedrijf. Ik ben heel blij dat zoveel mensen van zoveel verschillende soorten organisaties deelnemen aan deze manifestatie. Mij is gevraagd de bijeenkomst te openen en een korte toelichting te geven op de achtergrond en de inhoud van deze dag. In de uitnodiging beloofden wij u het antwoord te geven op vragen als:

Het filmpje heeft al enkele verrassende indrukken gegeven. Maar, u heeft vast nog enkele vragen over. Voor het beantwoorden daarvan had u hier nu misschien eerder iemand van het ministerie van Economische Zaken of van een departement technologie en wetenschap verwacht. U vraagt zich wellicht af wat de Nederlandse Taalunie te maken heeft met taal- en spraaktechnologie. Daarom kort iets over de Taalunie.

De Taalunie werd 25 jaar geleden per verdrag opgericht door Nederland en Vlaanderen met als doel structureel te gaan samenwerken op alle terreinen die te maken hebben met de Nederlandse taal. Sinds die tijd is er sprake van gezamenlijke inspanningen op het gebied van spelling, spraakkunst, terminologie, literatuur en lezen en onderwijs Nederlands binnen en buiten het taalgebied. Vorig jaar is ook Suriname toegetreden tot de Taalunie.

Kortom, de Nederlandse Taalunie draagt zorg voor de positie van het Nederlands. In de jaren 90 groeide het besef dat het gebruik van het Nederlands niet meer in alle situaties vanzelfsprekend is. De grotere invloed van Europa en de opkomst van nieuwe technologie�n bleken v�rstrekkende gevolgen te hebben. Inmiddels worden mensen uit vrijwel alle lagen van de bevolking op de een of andere manier geconfronteerd met de meertalige informatiemaatschappij. Vaak betekent dit dat gecommuniceerd moet worden met computers, met machines dus. Daarbij mogen geen mensen buiten de boot vallen. Iedereen moet zich van deze nieuwe communicatie-vormen kunnen bedienen. Tegen deze achtergrond is de Taalunie het aan de gebruikers van het Nederlands verplicht om ervoor te zorgen dat de technologische ontwikkelingen g��n belemmering gaan vormen, bijvoorbeeld omdat communicatie met computers alleen in het Engels zou kunnen. Ook mensen die het Engels niet machtig zijn, moeten kunnen werken in een geavanceerde tekstverwerkingsomgeving. Daarvoor zijn bijvoorbeeld Nederlandstalige spellingcheckers nodig. En als ik een navigatiesysteem in mijn auto heb, dan wil ik de instructies in mijn eigen taal horen, wie weet waar ik anders terecht kom. En telefonisch geld overschrijven in een vreemde taal zou ook wel eens ongewenste gevolgen kunnen hebben�

De Taalunie wil er samen met andere Nederlandse en Vlaamse overheidsorganisaties voor zorgen dat gebruikers ook in een digitale omgeving de taal kunnen gebruiken waarin ze zich het meest thuis voelen. En voor heel wat mensen is dat het Nederlands.

Interactie tussen mens en machine in natuurlijk gesproken of geschreven taal is heel gewoon geworden. In het filmpje van daarnet zagen we een aantal voorbeelden. We kijken niet meer vreemd op van een geautomatiseerde informatiedienst. Ook geavanceerde zoekacties op het Internet zijn tegenwoordig heel normaal. Dat we dit niet met ingewikkelde programmeertalen hoeven te doen, is te danken aan de ontwikkelingen binnen de taal- en spraaktechnologie. Als je een automatische informatiedienst raadpleegt, zorgt een spraakherkenner ervoor dat de computer je stem herkent en de klanken omzet in taal. Dankzij taaltechnologie kan de computer ook begrijpen wat je in het Nederlands zegt. Om communicatie met machines in het Nederlands blijvend mogelijk te maken, is het dus nodig dat het Nederlands de ontwikkelingen binnen de taal- en spraaktechnologie volgt.

Voor middelgrote talen zoals het Nederlands is dat niet vanzelfsprekend. Het vraagt heel wat investeringen om de benodigde digitale ingredi�nten te laten ontwikkelen en het nodige onderzoek te stimuleren. Ontwikkelaars van taal- en spraaktechnologische toepassingen richten zich vooral op de grote talen met een flinke afzetmarkt voor hun producten. Voor andere talen is steun nodig van de overheid. Nederland en Vlaanderen delen dezelfde taal en hebben besloten ook naar rato te delen in de ondersteuning van de verdere uitbouw van de digitale infrastructuur van het Nederlands. Het gaat hier om een kostbare operatie. De Nederlandse Taalunie, het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, de Nederlandse ministeries van Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, FWO-Vlaanderen, NWO, IWT-Vlaanderen en SenterNovem hebben samen het initiatief genomen voor een stimuleringsprogramma voor de taal- en spraaktechnologie. Dit programma staat bekend onder de naam STEVIN. STEVIN is een afkorting van Spraak- en Taaltechnologische Essenti�le Voorzieningen In het Nederlands. Het programma financiert onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die kunnen leiden tot praktische toepassingen. De Nederlandse Taalunie treedt op als co�rdinator.

Veel van het onderzoeks- en ontwikkelwerk wordt aan kennisinstellingen uitgevoerd. Maar, de resultaten moeten praktisch bruikbaar zijn. Daarom zijn de prioriteiten van STEVIN opgesteld in samenspraak met het bedrijfs-leven. En ook bij de uitvoering van de projecten wordt samenwerking met het bedrijfsleven gestimuleerd. We zijn er erg blij mee dat dit ook werkelijk lukt en dat universiteiten en bedrijven samen voorstellen.

Het STEVIN-programma stelt ook geld beschikbaar demonstratieprojecten. Het doel daarvan is om op korte termijn aansprekende resultaten te kunnen laten zien die anderen op idee�n kunnen brengen.

Zoals gezegd, de taaltechnologische voorzieningen die we maken moeten natuurlijk ook gebruikt worden; ze moeten vertaald worden in concrete producten waar we als consumenten baat bij hebben. De makers van dit soort producten, maar ook de potenti�le gebruikers moeten dan uiteraard wel op de hoogte zijn van het bestaan en van de mogelijkheden van de taaltechnologische voorzieningen. Dat was een belangrijke reden voor de Taalunie om samen met Stichting NOTaS, NWO en SenterNovem en met medewerking van AWI en IWT-Vlaanderen, deze dag te organiseren.

Met de titel Taal in Bedrijf willen we het praktische belang van taal- en spraaktechnologie voor de werkvloer tot uitdrukking brengen. Taal- en spraaktechnologie is inmiddels een rijpe technologie. Veel mensen zijn er in ge�nteresseerd en willen graag weten wat er in hun eigen priv�- of werkomgeving mee kan. Het feit dat u vandaag in grote getale hier naar toe gekomen bent, getuigt daarvan. Omgekeerd zijn er in Nederland en Vlaanderen veel bedrijven die taal- en spraaktechnologische applicaties of componenten ontwikkelen en die dat graag willen demonstreren. Wij hopen dat u elkaar hier vandaag vindt.

Na mij komen sprekers aan het woord die u meer vertellen over het belang van taal- en spraaktechnologie in de informatiemaatschappij en over de mogelijkheden die deze technologie kan bieden. Vanmiddag is er een ruim aanbod aan parallelle sessies waar u uit kunt kiezen. Meer dan 20 bedrijven en organisaties laten zien in wat voor soort producten en diensten taal- en spraaktechnologie is verwerkt. Zij vertellen u graag hoe u in uw eigen sector, of het nu onderwijs, toerisme, transport, media, gezondheidszorg, telecom of financi�n is, kunt profiteren van de laatste ontwikkelingen. Bovendien is er aandacht voor de mogelijkheden van taal- en spraaktechnologie voor mensen met een communicatieve beperking. Als u meer gedetailleerde informatie wenst, adviseer ik u een bezoek te brengen aan de vele stands op de informatiemarkt.

Samen met de andere organisatoren van dit evenement hoop ik dat de presentaties en de informatiemarkt onverwachte perspectieven voor u kunnen openen. Wellicht ontdekt u op welke wijze taal- en spraaktechnologie de effici�ntie van uw eigen organisatie kan verhogen of uw afzetmarkt kan vergroten. Ik wens u een constructieve dag toe!"

Linde van den Bosch (Algemeen Secretaris, Nederlandse Taalunie)

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties