taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » taal » nedterm » Item »

Terminologie et traduction

Nederlandse samenvatting van de masterscriptie “Terminologie et traduction”

Nederlandse samenvatting van de masterscriptie “Terminologie et traduction”
masteropleiding Vertalen (Franse taal en cultuur) Universiteit Utrecht, maart 2010
student: Vincent Evers
supervisor: prof. dr. Maarten B. van Buuren
tweede lezer: mw. drs. Katell Lavéant

Aanleiding voor de scriptie was de constatering dat de woorden “term” en “terminologie” moeilijk te definiëren zijn, terwijl ze toch een belangrijke rol spelen bij (het vertalen van) vakteksten. Termen worden geacht de communicatie te vergemakkelijken door hun precieze en eenduidige betekenis, maar ironisch genoeg is het woord “terminologie” zelf polyseem (d.w.z. dat het woord verschillende, met elkaar samenhangende betekenissen kan hebben).

In het eerste hoofdstuk van de scriptie worden de volgende vier betekenissen van het woord “terminologie” onderscheiden (in onderstaande lijst wordt tussen haakjes telkens een preciezere term gegeven, waarmee de polysemie eventueel kan worden vermeden):

  1. de woordenschat (= verzameling termen) die typerend is voor een bepaald vakgebied (= “terminologie”);
  2. de activiteit die bestaat uit het verzamelen en beschrijven van deze woordenschat (= “terminografie”);
  3. de wetenschappelijke studie van termen (= “terminologieleer”);
  4. de normatieve activiteit die de ontwikkeling en het gebruik van termen tracht te sturen (= “terminologische normalisatie”).

Het eerste hoofdstuk besteedt verder aandacht aan de verschillende communicatieve functies van termen en aan de rol die terminologie speelt binnen vaktalen. De keuze voor een functionele benadering is ingegeven door het feit dat een dergelijke benadering ook in de vertaalwetenschap bijzonder succesvol is gebleken.

Als theoretisch kader gelden de zes communicatieve functies van Roman Jakobson (Jakobson:1958), aangevuld met een extra functie, de cumulatieve. Deze laatste is ontleend aan een belangrijke Franstalige studie van vaktalen door de Russische taalkundige Rostislav Kocourek (Kocourek:1991). De cumulatieve functie heeft te maken met het feit dat taal ook fungeert als een reservoir voor kennis. Deze functie is niet zozeer toe te schrijven aan afzonderlijke taaluitingen, maar eerder aan een (vak )taal als geheel.

Terminologie is een belangrijk aspect van vaktalen, maar zeker niet het enige: vaktalen worden ook gekenmerkt door het gebruik van, of juist de afwezigheid van, bepaalde grammaticale constructies en stilistische of pragmatische kenmerken. De belangrijkste functies die termen in vaktalige teksten vervullen, zijn de referentiële functie (de verwijzing naar een buitentalig object) en de al eerder genoemde cumulatieve functie (de kennis die in termen vervat ligt), maar ook andere functies kunnen een rol spelen, zoals de metalinguïstische en zelfs de poëtische. Een functie die afwezig is (en dit is een essentieel kenmerk van vaktaal), is de emotieve functie.

Het tweede hoofdstuk gaat over de wetenschappelijke studie van de terminologie. Hierbij gaan we uit van de theorie van de Oostenrijkse ingenieur Eugen Wüster, die in zijn proefschrift uit 1931 de grondslag heeft gelegd voor de terminologieleer. Een belangrijk aspect van zijn theorie is de opvatting dat termen representaties zijn van abstracte concepten. Het beschrijven van termen komt dus neer op het in kaart brengen van deze concepten en hun onderlinge samenhang.

Deze theorie heeft lange tijd een dominante positie gehad, maar is sinds de jaren 80 van de vorige eeuw steeds meer voorwerp van kritiek. Er zijn dan ook alternatieve theorieën voorgesteld, die minder de nadruk leggen op vermeende “abstracte concepten” en meer aandacht besteden aan het daadwerkelijke gebruik van termen in de communicatie. Bovendien erkennen deze theorieën dat terminologie geen statisch gegeven is, maar zich continu verder ontwikkelt. Tot deze alternatieven behoren de zgn. “socio-cognitieve theorie” van Rita Temmerman (Temmerman:2000) en de “socio-terminologie” van François Gaudin en Yves Gambier (Gaudin:1993).

Wüster zelf had bij de studie van de terminologie vooral een praktisch doel voor ogen, maar de vraag is gerechtvaardigd in hoeverre de terminologieleer als een zuiver wetenschappelijke studie beschouwd kan worden. Wij trachten deze vraag te beantwoorden aan de hand van een invloedrijk artikel van de vertaler en vertaalwetenschapper James Holmes, die in een artikel uit 1977 dezelfde vraag stelde (en beantwoordde) met betrekking tot de vertaalwetenschap (Holmes:1977).

Volgens de criteria van Holmes is Wüsters theorie niet wetenschappelijk, omdat de concepten waar ze op gebaseerd is niet empirisch te bestuderen zijn. Bovendien heeft Wüsters theorie, in tegenstelling tot wetenschappelijke theorieën, geen beschrijvend of verklarend karakter, maar is vooral voorschrijvend (normatief) van aard. De meer recente alternatieve theorieën vormen in dat opzicht een verbetering. De terminologieleer is echter geen op zichzelf staand vakgebied, maar een interdisciplinair veld van studie dat raakvlakken heeft met de taalkunde (met name sociolinguïstiek, morfologie, lexicologie, en corpustaalkunde), de filosofie (met name epistemologie en semiologie), de vertaalwetenschap en de psychologie (met name cognitieve psychologie en kunstmatige intelligentie).

In het derde hoofdstuk wordt gekeken naar het belang dat vertalers toekennen aan terminologie en hoe ze er in hun dagelijkse praktijk mee om gaan. Daartoe werd een enquête gehouden onder ruim 50 freelance vertalers.

De meeste vertalers blijken terminologiebeheer zeer belangrijk te vinden bij het uitoefenen van hun vak. Ze zijn echter nauwelijks op de hoogte van het bestaan van theorieën over terminologie en hebben daar ook weinig belangstelling voor. Toch passen ze in hun omgang met terminologie wel degelijk elementen uit deze theorieën toe. Dat blijkt met name uit de soorten informatie die ze over termen opslaan. Bovendien geven ze blijk van een goed begrip van wat terminologie precies inhoudt, want niet-terminologische kenmerken van termen, zoals woordsoort en woordgeslacht, worden door vertalers niet of nauwelijks opgeslagen.

De belangrijkste informatie die door vertalers over een term wordt opgeslagen is (vanzelfsprekend) de vertaling, maar de definitie komt op een goede tweede plaats. Dit is geheel in overeenstemming met de theorie van Wüster, die de definitie als een manier beschouwde om de plaats van een term binnen het conceptuele systeem van een vakgebied weer te geven. Ook het vakgebied is in de theorie van Wüster essentieel, maar dit element eindigt in onze enquûte pas op de vierde plaats.

Op de derde plaats komt namelijk de context, d.w.z. voorbeeldzinnen en -paragrafen, ontleend aan werkelijke teksten. In de theorie van Wüster, die zeer normatief en abstract was en daardoor weinig oog had voor het daadwerkelijke gebruik van termen, speelde de context nauwelijks een rol. De aandacht voor de context is juist kenmerkend voor de meer recente theorieën over terminologie. Hieruit blijkt dat vertalers in hun omgang met terminologie elementen uit Wüsters oorspronkelijke theorie combineren met elementen uit de meer recente alternatieve theorie ën.

Verder blijken vertalers weinig aandacht te besteden aan de verbanden tussen termen onderling. Hieruit kan worden opgemaakt dat ze bij het terminologiebeheer meestal “ad hoc” (dus niet systematisch) te werk gaan. Tevens blijkt dat vertalers weinig gebruik maken van gespecialiseerde computerprogramma’s die voor terminologiebeheer op de markt zijn, maar vooral terugvallen op algemene computerprogramma’s als Word of Excel.

BIBLIOGRAFIE

Gaudin, François. 1993. Pour une socioterminologie : des problèmes sémantiques aux pratiques institutionnelles. Rouen: Publications de l’Université de Rouen.

Holmes, James S. 1977. “Wat is vertaalwetenschap ?”. In: B.T. Tervoort (ed.). Wetenschap & taal. Het verschijnsel taal van verschillende zijden benaderd. Muiderberg: Coutinho. 148-165.

Jakobson, Roman. 1958. “Closing Statements: Linguistics and Poetics”, in: Thomas A. Sebeok (ed.), Style in Language. Cambridge: MIT Press.

Kocourek, Rostislav. 1991. La langue française de la technique et de la science. Vers une linguistique de la langue savante. Wiesbaden: Oscar Brandstetter Verlag.

Temmerman, Rita. 2000. Towards new ways of terminology description: the sociocognitive approach. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins.

Wüster, Eugen. 1991. Einführung in die allgemeine Terminologielehre und terminologische Lexikographie. Bonn: Romanistischer Verlag.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties