- De Nederlandse en de Vlaamse premier op reis
- Vreemde talen
- Nederlands studeren wereldwijd
- De Europese Unie
Bij de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 is het aantal officiële talen bijna verdubbeld, van 11 naar 20. De EU-talen zijn: Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds. In de dagelijkse praktijk gebruikt de Europese Commissie slechts drie werktalen - Engels, Frans en Duits. Het ontwerp van beleidsdocumenten en wetgeving wordt opgesteld in één of meer van deze talen. Pas in de laatste fase worden de teksten vertaald naar elk van de 20 officiële talen.
Aan de steekproef is gevraagd of Pools, Zweeds, Italiaans en Grieks meer of minder moedertaalsprekers hebben dan het Nederlands.
Meer dan de helft weet doorgaans het goede antwoord. Maar van Zweeds denkt toch 40% dat het meer moedertaalsprekers heeft dan het Nederlands. Zweeds is een taal die door iets meer dan 10 miljoen mensen wordt gesproken. En zo'n 40% denkt dat het Pools een kleinere taal is dan het Nederlands. Het Pools heeft 36 miljoen sprekers. Met Italiaans zit 60% goed door te menen dat het een grotere taal is. En met Grieks zit ruim 60% goed met de veronderstelling dat het een kleinere taal is.
| Taal | Moedertaalsprekers (in miljoen) |
|---|---|
| 1. Duits | 100 |
| 2. Engels | 62 |
| 3. Frans | 56 |
| 4. Italiaans | 56 |
| 5. Pools | 36 |
| 6. Spaans | 28 |
| 7. Nederlands | 22 |

