Opdrachten
Opdracht 1
Wat is je lievelingsboek? Of als je dat niet weet: wat is het laatste boek dat je achter elkaar uitgelezen hebt? Probeer te ontdekken waarom je precies zo van dat boek houdt. Zet de redenen van de hele klas bij elkaar en kijk welke het vaakst genoemd worden. Wat kun je daaruit concluderen?
Opdracht 2
Verspreid op de website staan redenen om te lezen (in de tekst, in afbeeldingen, in citaten). Verzamel deze redenen, orden ze in groepjes en benoem daarna die groepjes. Wat kun je daaruit concluderen?
Opdracht 3
Onder het kopje ‘Maar ook nuttig!’ vind je de uitkomsten op de vraag of mensen een activiteit prettig of nuttig vinden. Doe hetzelfde onderzoek in de klas. Laat alle leerlingen van de volgende activiteiten zeggen of ze die nuttig vinden én of ze die prettig vinden. Daarna reken je de scores om in procenten en vergelijk je ze met de uitkomsten van het Taalpeilonderzoek. Zijn er verschillen?
| nuttig? | prettig? | |
| Krant lezen | ... | ... |
| Boek lezen | ... | ... |
| Internetten | ... | ... |
| Muziek luisteren | ... | ... |
| Tijdschrift lezen | ... | ... |
| Tv-kijken | ... | ... |