De brave Hendrik
Van het leesboekje 'De brave
Hendrik' verschenen er in
Nederland tussen 1810 en 1877
wel zestig drukken. Het was in
die tijd belangrijker wát er werd
gelezen dan dát je leerde lezen. In
schoolboekjes stond vooral hoe
je je moest gedragen.
'Ieder braaf kind weet wel,
dat er in de school veel
nuttigs te leeren is. Hendrik
verzuimt zelden eenen
schooltijd. Hij is gaarne in de
school, en is daarin even zo
gehoorzaam, als te huis bij
zijne ouders'.
N. Anslijn Nz. 'De brave Hendrik'.
56e dr. Te Zutfen bij A.E.C. van
Someren, 1870

Verboden te lezen
Tot 1863 mochten slaven in Suriname niet leren lezen. Zendelingen probeerden hen vanaf 1754 te bekeren en leerden hun bijbelteksten in hun eigen taal, het Sranan. Pas na de afschaffing van de slavernij (1863) konden ze in het Nederlands leren lezen en schrijven. In 1876 werd in Suriname de leerplicht ingevoerd. Het Nederlands was de schooltaal. Alleen het godsdienstonderwijs was in het Sranan.

Indruk op het Surinaamse kinderhart
De Evangelische Broedergemeente
schrijft in 1892 in een brief naar
de onderwijzers:
'Wat betreft het maatschappelijk
onderwijs meenen wij thans
reeds zoover gevorderd te zijn,
dat de leerlingen boven 8 à 9 jaar
in het Hollandsch kunnen worden
toegesproken, al moet zulks
verklarend geschieden. Dit laatste
zal vooral noodig zijn bij de jeugdige
leerlingen die pas beginnen
school te gaan. Voornamelijk
echter mag niet uit het oog worden
verloren dat bij godsdienstonderwijs
de taal moet gebruikt
worden, die de kinderen volledig
begrijpen, opdat diepe indruk
gemaakt worde op het kinderhart.'
Bron: Lila Gobardhan-Rambocus,
'Onderwijs als sleutel tot maatschappelijke
vooruitgang: een taal- en
onderwijsgeschiedenis van Suriname,
1651-1975'. Zutphen: Walburg Pers,