De stem van Marlon Brando
Tom Lanoye, Kartonnen dozen. Amsterdam: Prometheus, 1991
Tom Lanoyes boek gaat over 'een banale liefde en haar verterende kracht. Zij overviel mij aan het begin van de jaren zeventig in het onooglijke provincienest P.' Het boek gaat ook over zijn relaties met vrouwen en met de leraars van wie hij les had, waaronder de leraar Nederlands.
Hij diepte uit zijn propvolle boekentas een dichtbundel op en las eruit voor. Zelf was hij door de natuur bedeeld met een lelijke stem. Hoog, hees, hortend. Hij lispelde zelfs een beetje en sprak eerder te stil dan te luid. Hij had alles tegen om zijn publiek te boeien. Maar het duurde geen minuut of hij had ons in zijn ban. Voor het eerst was een tekst geen opvolging van woorden meer. Het was een vuur, het zoog je naar zich toe en het verzengde je prachtig. Hees, hortend of lispelend, dat speelde allemaal geen rol. Deze kleine man, deze bejaarde in zwart pak, met zijn stem van Marlon Brando uit het Waasland, met zijn cigarillo's en zijn spraakgebrekje, deze Demosthenes van de Vlaamse literatuur was een ontwapenende gezant. Hij belichaamde het verlangen de wereld zodanig in woorden te vangen dat zij zichzelf overtrof.