Doe-het-zelven op school
Leerlingen moeten meer zelfstandig leren. Dat hoor je vaak zeggen. De beste motivatie om iets te leren is immers zelf op onderzoek uit te gaan naar iets wat je interesseert, in je eigen tempo en samen met anderen die dezelfde belangstelling hebben. In Vlaanderen en Nederland wordt erover gediscussieerd of het onderwijs zo moet worden ingericht dat dat kan en zo ja, hoe ver je dan moet gaan. In Vlaanderen heet dit begeleid zelfstandig leren, in Nederlands het nieuwe leren. In beide landen discussieert men erover of het onderwijs hiervoor moet worden aangepast.
Wat vinden de leerkrachten?
Vragen we de leraren wat ze vinden van zo'n aanpak, dan horen we uiteenlopende geluiden: 'Het werkt motiverend omdat het beter is afgestemd op de mogelijkheden en voorkeuren van de leerling,' zegt de ene leraar. Of: 'De regie komt in handen te liggen van kinderen: wezentjes die niet kunnen plannen en - terecht! - leven in de waan van de dag.' Enerzijds: 'Het is geen onderwijs.' En anderzijds: 'Alles wat ze zelf ontdekken, onthouden ze beter.'
Kijken we naar de cijfers, dan zien we dat leraren in Nederland veel negatiever staan tegenover dat nieuwe leren dan hun Vlaamse collega's. Er zijn minder positieve geluiden en er is meer kritiek. Een verklaring zou kunnen zijn dat het Vlaamse onderwijs op dit front behoudender is en dat Vlaamse leraren de onderwijsvernieuwingen in Nederland ook wel zouden willen. Daar komt dan bij dat de veranderingen in Nederland wel eens erg ver worden doorgevoerd, waardoor de balans doorslaat. Daar komen nu kritische geluiden over zelfstandig leren naar voren. Het is dan ook heel goed mogelijk dat Nederlanders en Vlamingen iets anders verstaan onder zelfstandig leren.