Hier leert men klikken
'Nederlandse meisjes van de betere standen gingen in het begin van de twintigste eeuw vaak naar een pensionaat. Daar moesten ze Frans spreken. Wie Nederlands sprak, werd gestraft met een 'signe', een doosje met 'Parlez Français' er op. Er zat een briefje in waar je naam op kwam. Je moest het bij je dragen tot je een medeleerling betrapte op Nederlands spreken. Pas dan kon je het doorgeven. Zo leerde je Frans en klikken tegelijk.'
In België was toen het onderwijs voor iedereen nog in het Frans, betere standen of niet. Tot in de jaren dertig kwam het voor dat Vlaamse kinderen ezelsoren opkregen als ze Nederlands spraken op de speelplaats.
Aap Noot Mies
Het leesplankje uit 1910 van de
onderwijzers Jan Ligthart en
Hindericus Scheepstra en de tekenaar
Cornelis Jetses werd in bijna
alle scholen gebruikt. Het was
een plankje met plaatjes van een
AAP, een NOOT, MIES, WIM,
ZUS, JET enz. en de daarbij behorende
woorden eronder.
Er waren
losse lettertjes bij die je dan op
die woorden kon leggen.
'Taal voor jou' in Suriname
Tot Suriname onafhankelijk werd van Nederland (1975) werden veel leesmethodes gebruikt die eigenlijk voor Nederlandse scholieren geschreven waren. Er kwam nu ook aandacht voor Surinaamse kinderen voor wie het Nederlands de tweede of een vreemde taal is. 'Taal voor jou' is