Naamwoordelijke gezegden
Joost Zwagerman, De Buitenvrouw. Amsterdam: Arbeiderspers, 1994
Op het Westfries college in Hoorn is de Surinaamse Iris aangesteld als gymlerares. Theo, de leraar Nederlands, dertiger en netjes getrouwd, krijgt een geheime relatie met haar.
Wat was hij zelf allemaal niet vergeten van de vakken die hij onderwezen had gekregen... Hoe beschaafder het land, hoe meer geld en arbeidskracht er werden besteed aan een onderwijssysteem waarin aan duizenden werd onderwezen wat door een enkeling zou worden onthouden. Hoeveel van de brugklassers zouden in de toekomst baat hebben bij de tekstoefeningen die ze in dit lesuur maakten? Hij had ze aan het werk gezet, men maakte braaf de zinsontledingen, terwijl Theo intussen zeker wist dat er onder hen niet één zou zijn die op zijn dertigste zou verzuchten: 'Goed dat ik weet dat er naamwoordelijke gezegden bestaan. Ik heb er veel aan gehad.'