| eerste taal |
moedertaal, taal die je van huis uit hebt geleerd |
| instructietaal |
taal waarin je les krijgt |
| lingua franca |
taal die op grote schaal wordt gebruikt tussen mensen met een verschillende moedertaal |
| moedertaal |
taal die je van huis uit hebt geleerd |
| NT2: Nederlands als tweede taal |
Het Nederlands dat iemand in het dagelijks leven gebruikt naast of in plaats van zijn moedertaal |
| officiële taal |
taal die volgens een wet of reglement in een bepaald gebied (land) en/ of in een bepaalde situatie is voorgeschreven |
| onderwijstaal |
instructietaal op school |
| schooltaal |
instructietaal op school |
| schrijftaal |
taal waarin men schrijft |
| standaardtaal |
een variëteit van een bepaalde taal die als norm geldt voor de mensen die de taal speken en schrijven |
| straattaal |
de mengtaal die jongeren van verschillende culturele en sociale achtergrond in het dagelijks leven met elkaar spreken op school en op straat |
| thuistaal |
de taal die je thuis met je vrienden of je ouders gebruikt om over alledaagse dingen te praten |
| voertaal |
de taal die in een land gebruikt wordt in het openbare officiële leven, dus in het onderwijs, in de rechtspraak, in de gemeenteraad, enz. |
| vreemde taal |
taal die je hebt geleerd en die je niet in het dagelijks leven gebruikt |