Leo Prick stelt in een artikel in NRC Handelsblad in 2001 dat hijzelf als leerling de 'hele' literatuurgeschiedenis moest leren en uit elk tijdvak een aantal boeken moest lezen. Toen in de jaren zeventig alle tradities ter discussie werden gesteld, eigenden de leraren Nederlands zich de vrijheid toe om ieder voor zich hun vak in te vullen. Met alle wildgroei van dien.
Zijn conclusie luidt:
'Dat geeft immers niet alleen de voortreffelijke, maar ook de ondermaatse leraren alle ruimte. Neerlandici hebben dit probleem altijd genegeerd en daarvan plukken ze nu de wrange vruchten. Die vrijheid heeft men aan banden gelegd. Niet door een programma voor literatuur, want discussies daarover hadden steevast het karakter van een Poolse Landdag. De omschrijving van eisen richt zich dus op andere, veel vagere gebieden waar iedereen zich wel in kan vinden: leren lezen, schrijven, discussiėren. Deze vaardigheden weerspiegelen bovendien aardig de tijdgeest. Je woordje kunnen doen levert nu eenmaal meer op dan algemene culturele ontwikkeling. Vaak wordt met jaloezie gewezen naar andere landen waar in het onderwijs veel meer aandacht wordt besteed aan cultuur dan bij ons het geval is. Ook de overvloedige aandacht voor kunst en literatuur in de krantenbijlagen wijst erop dat we dat belangrijk vinden. Het blijft in het licht van dit alles wonderlijk dat we de vraag in hoeverre in het onderwijs daar aandacht aan moet worden besteed, overlaten aan uitsluitend belanghebbende vakspecialisten.'
Leo Prick, columnist NRC Handelsblad, NederlandZe moeten weten wie Hermans is
Bij de presentatie van het nieuwe examenprogramma zei Netelenbos [de toenmalige Nederlandse staatssecretaris
van onderwijs, red. Taalpeil]: 'Zou het niet prachtig zijn als alle leerlingen straks alle werken van
W.F. Hermans kunnen opzoeken?' Wat een onzin! Dat zijn alleen maar kunstjes. Leerlingen moeten eerst
weten wie Hermans is en of zijn titels de moeite waard zijn om op te zoeken.'
Dr. Jan Stroop, Landelijke Vereniging van Neerlandici (LVVN), Nederland
Bron: Martine Zuidweg, 'Lang leve de literatuur'. NRC Handelsblad 17 november 2001
Wat is de hoofdstad van Litouwen?
Op 9 december 2006 lezen we in de Vlaamse krant De Standaard: 'Moeten kinderen nu toch weer uit het hoofd leren dat Vilnius de hoofdstad is van Litouwen? Moeten ze de regel kennen achter de spelling van paardenbloem of zonnewijzer? Moeten ze Vondel of Gezelle kennen?'
Andre Mottart, leraar en onderwijskundige,
haalt de schouders
op. 'Als wij aan de spelling van
een woord twijfelen, zoeken wij
dat woord gewoon op. Wel, leer
de kinderen dan om dat ook te
doen.'
Karel Verhoeven in De Standaard,