‘De duivel is het branden ook gewoon’
In de negen jaar dat ik bij de Vlaamse overheid taaladviseur ben, heb ik honderden teksten van ambtenaren gelezen. Ik heb die nagekeken en geheel of gedeeltelijk herschreven. Daar waren pareltjes bij die alleen hier of daar een schoonheidsfoutje< bevatten, maar in veel gevallen was er meer werk aan de winkel.
Bij nalezen van teksten merk ik telkens weer dat we eigenlijk nog altijd kopiisten zijn zoals in de middeleeuwen. Weliswaar niet meer met ganzenveer en perkament, maar met de kopieer- en plakfunctie van onze tekstverwerker. Slechte teksten en kromme formuleringen zijn zo vaak een heel lang leven beschoren. Zonder dat iemand daar vragen bij stelt. Wie helemaal in de macht der gewoonte genesteld zit, zegt me dan weleens: ‘Maar we hebben daar nog nooit problemen mee gehad.’ Ik moet dan aan mijn grootmoeder denken. Die zei geregeld met een mooie Vlaamse uitdrukking: ‘Ja, de duivel is het branden ook gewoon.’ Jawel, het onaangename kan zo vanzelfsprekend zijn dat je er ongevoelig voor wordt.
Is dat typisch voor de overheid? Ik denk het niet. De macht der gewoonte huist in ieder van ons. Als je naar het werk gaat, wil je toch ook dat je met je auto bij lastige kruispunten altijd op ongeveer dezelfde plaats in de file kunt voorsorteren. Of dat de volle trein of bus stipt op hetzelfde uur en dezelfde plaats vertrekt. Is het typisch voor teksten van de overheid? Misschien wel, omdat wetten, regels en procedures meestal geschreven worden met de bedoeling om lang mee te gaan. Daardoor blijft het taalgebruik steeds onveranderd en daar verzet ik me tegen. Als taaladviseur wil ik de taal van vandaag en van iedereen spreken. Zoals ik ook probeer om elke dag toch maar weer rekening te houden met andere weggebruikers en omleidingen, ook al wijkt het te volgen pad dan af van wat ik gewend ben.
Dirk Caluwé
Taaladviseur bij de Vlaamse overheid
