Op de Zwarte Lijst
In 2003 kwam De zwarte woordenlijst, op de markt, zeg maar een verzameling van modern taalmisbruik. De samenstellers willen dat deze woorden nooit meer gebruikt worden. Ze geven commentaar op de betekenis en dan volgt een ‘gruwelijke’ voorbeeldzin. Die moet duidelijk maken dat zulk taalgebruik voortaan taboe is.
Enkele voorbeelden:
afrekenen
(iemand ergens op -)
Niet alleen in het criminele milieu
loop je kans op een afrekening, ook
als kantoorklerk kun je bij klaarlichte
dag worden afgerekend.
De afdeling Sales Support wordt
afgerekend op zijn kwartaaltargets.
afstemmen, afstemming
Moderne mensen lopen de hele dag af
te stemmen: ‘Geert, stem jij dit agendapunt
verder af met je achterban?’
of: ‘De voorzitter stemt de strategie af
met de projectgroep’. Zonder lijdend
voorwerp nog vager: ‘De voorzitter
zorgt voor afstemming.’ Erg populair
in beleidsteksten van de overheid:
Het project dient als input en stemt af met
de ontwikkeling van het raamwerk van
prestatie-indicatoren, die departementsbreed
plaatsvindt.
bilateraaltje, bila, bilo
Voluit bilateraal overleg.
Tweepersoonsvergadering, vroeger
ook wel gesprek genoemd.
Kunnen jullie dat vergaderpunt misschien
even bilateraal voorkoken?
Laatste Franstalige wet
Tot in dit millennium had Nederland nog een wet uit de tijd van Napoleon, in het Frans. De Mijnwet 1810 is pas in 2003 afgeschaft en vervangen door de Mijnbouwwet (in het Nederlands).
coördineren
Een taak waarvan de feitelijke activiteiten
moeilijk te omschrijven
vallen, en die zich dus uitstekend
leent om er in een driedaagse werkweek,
tussen de koffiepauzes door,
druk mee doende te zijn.
Hoofdtaak binnen het project is de
coördinatie van activiteiten, waarbij
(beleidsmatige) afstemming een
belangrijk aandachtspunt is.
in termen van
Geschikte woordgroep om de zin
langer te maken. Zeg het dus niet
zo:
Kun je met die maatregel het ziekteverzuim
terugdringen?
Maar zeg het zo:
Wat is het rendement van de maatregel
in termen van het terugdringen van het
ziekteverzuim?
Uit: De zwarte woordenlijst, Lexicon van modern taalmisbruik, Eric Tiggeler & Mieke Vuijk, Sdu Uitgevers 2003