De taal en de wet

De Nederlanden

1477: overheidsbesluiten in de Nederlandse gewesten in het Nederlands (Maria van Bourgondië)

1555: wie in Holland geboren is en ‘enig ambt’ wil bekleden, moet Nederlands begrijpen en spreken (Karel V)

1815-1830: Nederlands is de officiële taal van Nederland en de Vlaamse gewesten (Verenigd Koninkrijk) Nederland

1830: het Nederlands is de officiële taal in alle Nederlandse gewesten, inclusief Friesland (Koninklijk Besluit)

1977: Tweede Kamer verwerpt een wetsvoorstel om het gebruik van het Nederlands in de Grondwet op te nemen

1996: het Fries en Nedersaksisch erkend als regionale taal en in 1997 ook het Limburgs

België

1898: Nederlands erkend naast Frans als nationale taal (Gelijkheidswet)

1932: lager en voortgezet onderwijs in Vlaanderen worden eentalig Nederlands

1962: Nederlands-Franse taalgrens vastgelegd

1993: België is een federale staat, samengesteld uit een Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap en een Vlaams, Waals en Brussels Gewest, en uit vier taalgebieden (Grondwet)

Suriname

1987: Grondwet in het Nederlands Taalunie

1980: Taalunieverdrag tussen Nederland en België

2003: Suriname geassocieerd lid