Winnende anekdotes

In de zomer van 2008 stond op de website van de Taalunie: ‘Vertel ons een korte, interessante anekdote over goede of juist slechte overheidscommunicatie. Het accent moet op taalgebruik liggen.’ Onderstaande inzendingen werden beloond met een deel van de Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur.


Enkele jaren geleden had ik de burgemeester van mijn gemeente dringend nodig. De secretaris vertelde me dat de burgemeester mij niet onmiddellijk kon ontvangen omdat hij ‘op zijn computer zat’. Toen moesten we allebei lachen. De burgemeester woog namelijk ongeveer 130 kilo.
Gilbert Lockefeer

Zit op de computer

Kebbeldoos

Eind jaren 70 werkte ik op het Ministerie van CRM in Den Haag. Daar tierde het jargon welig. Op een gegeven moment was in onze directie het woord camel nose in zwang. Dat betekende dat achter dat kleine probleempje dat nu waarneembaar was, een gigantisch probleem dreigde. ‘Het is een camel nose’, wou zeggen: aanpakken, anders loopt het uit de hand. Op een middag moesten we onze beleidsvoorstellen presenteren aan Minister Gardeniers. De directeur was flink verkouden, maar hij verdedigde met zijn verstopte neus heldhaftig al onze voorstellen. Hij was al een heel eind op weg, toen mevrouw Gardeniers een beetje schuchter zei: ‘Het is misschien heel dom van me, maar ik kan het niet helemaal volgen, wat is dat eigenlijk: een kebbeldoos?’
Ellen Fernhout

Zie voor meer anekdotes: www.taalunieversum.org/thema/burger_taal_en_overheid