Mythen

Tweetaligheid leidt tot achterstand in het denken en in talenkennis.

Als kinderen al vanaf de wieg twee talen te horen krijgen, beginnen ze gemiddeld wat later te praten dan eentaligen. Maar niet abnormaal laat en ze halen hun achterstand in. Dat doen ook allochtone leerlingen die op hun eerste schooldag niet goed Nederlands spreken. Nog voor het einde van de basisschool is hun achterstand voor een flink deel weg. Dat geldt niet voor alle allochtone leerlingen, en helaas ook niet voor de hele achterstand. Daarom blijven volgens de onderzoekers extra inspanningen nodig voor deze kinderen.

Tweetaligen zullen nooit in staat zijn om één taal goed te beheersen.

Uit veel onderzoek is gebleken dat tweetalige kinderen onder de juiste voorwaarden beide talen net zo kunnen leren als eentalige kinderen. Als ze er maar vroeg aan beginnen en beide talen ongeveer evenveel horen en gebruiken. Na hun twaalfde wordt het inderdaad moeilijker. Maar dat is geen wet, want als je ouder wordt, begrijp je beter wat een taal is, en dat kan wel iets goedmaken, zo blijkt eveneens uit onderzoek.

Meertaligheid kan soms te veel vragen van je denkvermogen.

Het omgekeerde is waar: talen zijn goed voor je geestelijke gezondheid. Amerikaans onderzoek naar de werking van de hersenen heeft aangetoond dat tweetalige mensen op latere leeftijd sneller kunnen denken en beter zijn in bijvoorbeeld multitasken dan eentaligen. Gemiddeld komen de symptomen van de ziekte van Alzheimer bij tweetaligen vijf of zes jaar later aan het licht dan bij eentaligen. Dat betekent dat tweetaligen met deze ziekte langer in staat zijn alledaagse taken uit te voeren. Wel geldt dat alleen voor tweetaligen die beide talen gedurende hun hele leven gebruiken, niet voor mensen die zo af en toe een tweede taal hebben gesproken. Uit onderzoek kwam ook naar voren dat de hersenen van tweetaligen anders zijn dan die van eentaligen, waardoor zij problemen op een andere manier oplossen, zelfs non-verbale problemen.