"Wij zitten hier niet als bloempot"

Nederlandstalige woordvoerder van Franstalige minister van België

Benoit Lannoo: We bekken de toespraak vooraf

17 augustus 2011. Belgische toppolitici komen terug van vakantie en hervatten de onderhandelingen voor de langste regeringsvorming ooit. Franstaligen en Nederlandstaligen lijken het nergens meer over eens te worden. Maar ondertussen wordt het land wel bestuurd door een regering 'in lopende zaken'. Hoe zou het dáár gaan met die twee taalgroepen?

Een bevoorrechte getuige is Benoit Lannoo, Vlaming én woordvoerder van een Franstalige minister die de reputatie heeft neen te durven zeggen tegen de Vlamingen. "Ik ben de mond van minister Joëlle Milquet in Vlaanderen, maar meer nog haar ogen en oren. Het gaat om de taal, maar ook om de wereld achter die taal. Net zoals de Nederlandstalige premier Yves Leterme een Franstalige woordvoerder heeft, heeft Milquet een Vlaming in dienst naast haar Franstalige woordvoerster. En geloof me, er wordt rekening met ons gehouden. Wij zitten hier niet als bloempot."

Lannoo legt uit hoe politici onder elkaar communiceren in het federale België. Daar verloopt in principe alles in het Nederlands en het Frans. In het parlement spreekt ieder zijn eigen taal, met simultaanvertaling. Als een minister een vraag beantwoordt, gebeurt dat tegenwoordig in de taal van de vragensteller. Maar sommige Franstalige ministers kennen gewoon niet genoeg Nederlands daarvoor. "Een wet is het ook niet, het is meer een gewoonte, gebouwd op respect."

Binnen de regering gaat het anders. Alle dossiers die ter tafel komen, zijn in het Frans én in het Nederlands. Alle besprekingen verlopen met tolken. Alleen het kernkabinet, met de premier en de vicepremiers, is ondanks de simultaanvertaling doorgaans in het Frans. "Dat hebben de Vlamingen aan zichzelf te danken. Blijkbaar vinden ze het minder erg om over te schakelen naar de taal van de andere, dan die andere onvolmaakt Nederlands te horen praten. Alsof hun eigen Frans perfect is!"

Belgische ministers hebben een kabinet achter zich. Dat zijn de mensen die de beslissingen voorbereiden. Joëlle Milquet is als minister bevoegd voor werk, gelijke kansen, migratie en asielbeleid. Op haar kabinet werken Franstalige en Nederlandstalige specialisten. De minister is Franstalig, maar spreekt ook behoorlijk Nederlands. "Al moet ik zeggen dat ze een interview voor radio of televisie in het Nederlands eerst wil voorbereiden. En als ze een toespraak moet houden in het Nederlands, 'bekken' we de tekst vooraf."

De omgangstaal op het kabinet Milquet is Frans. Op het kabinet van een Nederlandstalige minister zal dat Nederlands zijn. Teksten worden eerst in het Frans opgesteld, daarna goedgekeurd, en dan pas vertaald. "Maar onze minister spreekt voor minder moeilijke zaken of voor persoonlijke gesprekken met sommige mensen Nederlands. Alleen hebben de Nederlandstaligen ook hier de neiging om zelf Frans te gaan praten. Ik kan ze dat nauwelijks kwalijk nemen. Met mijn minister heb ik afgesproken dat we altijd Nederlands zouden spreken, en daar houd ik me zelf ook niet aan."


In België zijn er drie eentalige gebieden en één tweetalig gebied. In Vlaanderen is de officiële taal Nederlands. In Wallonië is dat Frans en in het oosten ligt een gebied waar Duits de officiële taal is. Het tweetalige gebied is Brussel. De officiële talen zijn Frans en Nederlands. In de praktijk worden er tientallen talen gesproken.

Strip