Dialect masseert je talenknobbel

Taalvariatie: de verscheidenheid aan taalgebruik binnen een taalgebied.
Taalvariëteit: één verschijningsvorm van een taal. Zeeuws en Limburgs zijn variëteiten van het Nederlands. Wielertaal en straattaal zijnvariëteiten. Sms-taal is een variëteit.
Dialect of streektaal: een variëteit van het Nederlands die niet in het hele taalgebied wordt gesproken, maar alleen in een bepaalde streek.
Omgangstaal: de gemoedelijke taal die mensen met elkaar spreken, waarbij ze losjes omgaan met de regels van de Standaardtaal.
Standaardnederlands, Algemeen Nederlands (AN): het Nederlands dat wordt onderwezen op scholen en dat wordt gebruikt door de overheid en de media.
Tussentaal : term die Vlamingen gebruiken voor een taal tussen het AN en het dialect in. Tussentaal is algemeen verspreid in Vlaanderen, vooral onder invloed van soapseries op televisie.

Kinderen die naast het Standaardnederlands ook een dialect spreken, leren makkelijker vreemde talen. Dat zegt Johan Taeldeman, professor emeritus van de Gentse universiteit en expert in de dialectologie. Uit Vlaams onderzoek blijkt dat nog maar heel weinig ouders hun jonge kinderen dialect meegeven, omdat dialect sociaal minderwaardig zou zijn. Taeldeman zegt daarover: "Ouders denken dat ze hun kroost benadelen als ze hun kinderen opvoeden in het dialect. (...) Ik ben geen folklorist, maar uit mijn studies blijkt dat je, als je op jonge leeftijd tweetalig bent, een speciale gave voor taal ontwikkelt."

Bron: De Standaard