Djoeken, brillen en pieren

door Martin Panday
Toen ik net in Suriname kwam wonen, intussen drie jaar geleden, had ik er ontzettend veel moeite mee om simpelweg het journaal te volgen. De dure woorden en het gewichtige gebruik van de Nederlandse taal was ik niet gewend, en met een woordenboek op schoot naar het nieuws luisteren is ook maar niets. Het officiële
taalgebruik waarmee politici en 'dignitarissen' de pers soms te woord staan, is zo verwarrend dat ik amper kan volgen wat zij precies bedoelen. Wij leuren wel vaker met het feit dat wij in Suriname dezelfde taal spreken als Nederlanders en Vlamingen. Voor toeristen en stagiairs uit Holland en België is dat best een interessant gegeven. Maar bezigen wij het Nederlands wel op dezelfde manier als in Europa? Nederlands klinkt natuurlijk overal weer anders; de Belgen gebruiken woorden die in de oren van de Nederlander vreemd klinken en vice versa. Dat geldt ook voor het Nederlands dat wij in Suriname spreken. Neem nou het woord 'kraken'. In Suriname betekent dat zoiets als 'toejuichen' of 'geestdriftig aanmoedigen', maar in Nederland wordt met 'kraken' bedoeld: 'een voorwerp openen met geweld of zich ongeoorloofd toegang verschaffen tot een leegstaand gebouw'. En dan zijn er natuurlijk nog van die hele geinige werkwoorden in het Surinaamse Nederlands, die de lachspieren van de Nederlandstalige Europeaan zullen prikkelen: 'djoeken', 'brillen', 'pieren', 'djakken', 'baksen', 'dieken', 'bokken'...
Martin R. Panday is columnist voor het Surinaamse dagblad De Ware Tijd