Literaire taal vroeger en nu

"Cris, mijn bezoek is er, ik bel je later", riep ze. "Ja, het is die bakra. Ik ga je hangen."
Ik zei dat ze er bling bling uitzag. "Je moet niet koel doen met je bling bling." De telefoon ging terug in het decolleté.
"Je bent geen slick rick."
– Uit: Alleen maar nette mensen, Robert Vuijsje

Dat was altijd nog maar ferm gemakkelijk, zo'n coiffeuse aan huis. Die had dan altijd alle gerief bij. Een droger, shampoo, haarijzers, verf, borstels. Zelf moest ge voor niks meer op de loop. En ge kondt daar ondertussen goed mee babbelen, met de coiffeuse.
– Uit: Wit is altijd schoon, Leo Pleysier

Ja, zei tante Floor en daar zitten we nu weer in Gholland in die broérde pension. Ik vraag Ddaan: Ddaan... wàarom wil jij toch naar Gholland? Saken! zegt Ddaan. Altijd saken, saken. Ik behrijp niet, jij kan toch schrijfen over saken. Jàren lang al die beroerde saken, en niets gaat goed: wij sijn arm als de mierrren. Na, Saripa, soeda maar, al genoegh... ik blijf toch stijf als een plank...
– Uit: Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan, Louis Couperus