Opzouten met je valies vol waspennen!
TYPISCHE WOORDEN
Of mensen uit Nederland, uit België of uit Suriname komen, kun je meteen horen aan hun uitspraak. Als ze schrijven, merk je het vooral als ze typische woorden gebruiken, zoals sneu (Nederland), plattekaas (Vlaanderen) of uitlandig (Suriname). Alle drie de soorten Nederlands behoren tot het Standaardnederlands of AN. Nog enkele voorbeelden:
Nederland:
chippen: met een oplaadbare kaart betalen
jus d'orange ('suderans'): sinaasappelsap
met prik: met bubbels, koolzuurhoudend
mobieltje: gsm
opzouten!: ophoepelen!
pinpas: bankkaart
België:
kinesist: fysiotherapeut
plat water: water zonder prik
plattekaas: kwark
toespijs: broodbeleg
valies: reiskoffer [ook Surinaams Nederlands]
vals plafond: verlaagd plafond
Suriname:
een bok krijgen: een uitbrander krijgen
cellulair: mobiele telefoon
flatwoning: huis zonder verdieping
kweekje: pleegkind
tandenschuier: tandenborstel
waspen: wasknijper