- Besluit Comité van Ministers over leesbevordering
- Besluit Comité van Ministers over literair vertalen
- Besluit Comité van Ministers over het Jaar van de Talen
- Besluit Comité van Ministers over Zuid-Afrika
- Besluit Comité van Ministers over buitenlands cultuurbeleid
- Besluit Comité van Ministers over Actieplan en begroting 2001
- Nagekomen besluit Comité van Ministers over sociaal taalbeleid
Besluitenlijst 53e vergadering van het Comité van Ministers
Brussel/ Den Haag, oktober 2000
1. Besluit Comité van Ministers over leesbevordering
De Nederlandse en de Vlaamse overheid beschouwen een bloeiende leescultuur als een zaak van algemeen belang die hun zorg verdient. De kwantitatieve en kwalitatieve teruggang van het lezen baart hun zorgen. Beiden trachten deze teruggang te bestrijden door systematisch en continu het leesgedrag te beïnvloeden vooral met activiteiten die de boodschap overdragen dat lezen een plezierige tijdbesteding is. Samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen kan een meerwaarde hebben in termen van kwaliteit, doelmatigheid en/of efficiëntie. Ook kan een gezamenlijke aanpak de Nederlands-Vlaamse dialoog stimuleren.
De Taalunie houdt zich al bezig met een aantal projecten op het gebied van leesbevordering. Het Comité van Ministers wil in het kader van de algemene meerjarenplanning van de Taalunie 2003-2007 een breder gemeenschappelijk leesbevorderingsbeleid voeren. Het Comité heeft daartoe de volgende deelterreinen aangewezen in de overtuiging dat samenwerking juist dáár een meerwaarde als hierboven bedoeld zal opleveren:
- Onderzoek
- Informatie, documentatie en deskundigheidsbevordering
- Grootschalige sensibiliseringsprojecten met een bovenlokale uitstraling
- Projecten die behalve het lezen ook de Nederlands-Vlaamse dialoog bevorderen.
De algemeen secretaris van de Taalunie krijgt de opdracht om in overleg met Stichting Lezen en de relevante Vlaamse partijen een plan op te stellen in het kader van de Taaluniemeerjarenplanning 2003-2007.
Het Comité stuurt eind oktober 2000 een notitie 'Naar een Nederlands-Vlaams leesbevorderingsbeleid' aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren met het verzoek om, na raadpleging van het veld vóór 1 september 2001 advies uit te brengen over de principes en de concretisering van een gezamenlijk leesbevorderingsbeleid.
Het plan voor 2003-2007 van de algemeen secretaris (zie hierboven) en het advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren (zie boven) worden geagendeerd in het kader van de besprekingen over de Taaluniemeerjarenplanning 2003-2007.
Het Comité besluit in de voorjaarsvergadering 2001 over eventueel al in 2001 en in 2002 in uitvoering te nemen projecten.
2. Besluit Comité van Ministers over literair vertalen
Overwegende
- dat het Taalunieprogramma van opleidingen tot literair vertaler nu zóver is uitgekristalliseerd, dat het kan worden voortgezet en uitgebouwd door een uitvoerder die daartoe subsidie ontvangt van de Taalunie;
- dat zowel vanuit het veld als vanuit de betrokken adviesgremia wordt gepleit voor een gemeenschappelijke voorziening voor deskundigheidsbevordering van literair vertalers uit en naar het Nederlands,
besluit het Comité om via een open inschrijving nog vóór eind 2000 een geschikte instantie te zoeken die vooralsnog voor de komende twee jaar de volgende taken verricht:
- literair vertalen uit het Nederlands
- a. het organiseren en verder ontwikkelen van de Zomercursus literair vertalen en de workshops en follow-up-bijeenkomsten;
- b. het uitvoeren van het 'mentoratenstelsel' voor literair vertalers die een eerste opdracht hebben voor de vertaling van een Nederlandstalig werk. Dit stelsel ontwikkelt de Taalunie momenteel met het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren;
- c. de opzet en organisatie van didactiekworkshops en de opzet van een digitaal netwerk voor literair vertalers in spé;
- b. het uitvoeren van het 'mentoratenstelsel' voor literair vertalers die een eerste opdracht hebben voor de vertaling van een Nederlandstalig werk. Dit stelsel ontwikkelt de Taalunie momenteel met het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren;
- a. het organiseren en verder ontwikkelen van de Zomercursus literair vertalen en de workshops en follow-up-bijeenkomsten;
- literair vertalen náár het Nederlands het inventariseren van behoeften, onderzoeken van mogelijkheden, uitwerken van een structuur en opstellen van een meerjarenplan 2003-2007 ten behoeve van een beleid met betrekking tot de zorg voor de kwaliteit van het literair vertalen en opleidingsvoorzieningen tot literair vertaler náár het Nederlands.
- literair vertalen uit het Nederlands
- De keuze voor de uitvoerder en het ontwerpen van een beleidsplan gebeurt in samenspraak met het Fonds voor de Letteren in Nederland, het Fonds voor de Letteren in Vlaanderen en het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds.
- De financiering komt deels ten laste van de begrotingspost 'Cultuur buiten het taalgebied "opleidingsvoorzieningen literair vertalen"' zoals opgenomen in de lopende meerjarenbegroting van de Taalunie. Voor de werkingskosten in de aanlooptijd en voor het ontwikkelen van het nieuwe beleid wordt de Taaluniebegroting zowel in 2001 als in 2002 verhoogd met een bedrag van jaarlijks 57.000 Euro in de vorm van een doelsubsidie van Vlaanderen. Hiermee wordt op dit terrein de financiering volgens het 2/3-1/3 principe gerealiseerd.
3. Besluit Comité van Ministers over het Jaar van de Talen
De Raad van Europa en de Europese Unie hechten veel belang aan meertaligheid in Europa. Om de aandacht hierop te richten is 2001 uitgeroepen tot Jaar van de Talen. Het Comité van Ministers meent dat het Nederlands in dit verhaal niet mag ontbreken. Daarom is besloten om een aantal activiteiten te ontwikkelen in Taalunieverband, gericht op Nederlands buiten het taalgebied, maar ook Nederlands voor niet-Nederlandstaligen die binnen het taalgebied woonachtig zijn.
De volgende activiteiten worden in dit kader opgezet: Gala van de Nederlandse Taal, Proefproject Nederlands in het buitenland, Internet language game, acties vakgroepen Neerlandistiek extra muros, beschrijvend onderzoek naar situatie NT2-onderwijs in Nederland en Vlaanderen, brochure voorbeeldprojecten inburgering/onthaal, voorbeeldprojecten van NT2-leerders in de media en een symposium NT2/NVT.
De kosten voor deze activiteiten worden geraamd op 187.500 Euro. Naast het aanspreken van het reguliere Taaluniebudget voor deze activiteiten is ook voorzien in een bijdrage uit de fondsen van de Nationale Comités uit Nederland en Vlaanderen.
4. Besluit Comité van Ministers over Zuid-Afrika
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de tussentijdse evaluatie van het huidige samenwerkingsbeleid met Zuid-Afrika. Op grond van deze evaluatie beslist het Comité van Ministers om die samenwerking verder voort te zetten en de mogelijkheden voor verdergaande samenwerking te onderzoeken; met name de mogelijkheden om expertise in te zetten bij de vormgeving van meertaligheid verdienen hierbij de aandacht. In het kader van de bespreking rondom het nieuwe meerjarenbeleidsplan zal het Comité van Ministers nagaan hoe samengewerkt kan worden bij het uitwisselen van (meer-)talige expertise met Zuid-Afrika. De algemeen secretaris krijgt de opdracht hiervoor verkennende gesprekken te voeren.
5. Besluit Comité van Ministers over buitenlands cultuurbeleid
Het Comité van Ministers besluit het pilotproject met de vakgroepen Nederlands in Berlijn, Londen, Münster en Wenen voort te zetten hangende de discussie over de verdere vormgeving van een gezamenlijk beleid op het gebied van de verspreiding van taal en taalgebonden cultuur in het buitenland dat in de beleidsperiode 2003-2007 zijn beslag zou moeten krijgen.
Het zal daartoe de begrotingspost voor de culturele functie in 2002 voor één jaar verhogen met 35.000 Euro.
6. Besluit Comité van Ministers over Actieplan en begroting 2001
Het Comité van Ministers stelt het Actieplan en de begroting 2001 vast.
De begroting 2001 van de Nederlandse Taalunie is samengesteld uit:
- 4.671.000 bijdragen;
10.893.010 doelsubsidies;
1.078.058 overige inkomsten.
- Conform artikel 17 van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie worden de bijdragen voor tweederde ter beschikking gesteld door het Koninkrijk der Nederlanden en voor eenderde door de Vlaamse Gemeenschap.
- Van de doelsubsidies wordt 7.513.340 ter beschikking gesteld door het Koninkrijk der Nederlanden en 3.379.670 door de Vlaamse Gemeenschap.
- Opdat de Taalunie aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen, zullen de bijdragen en doelsubsidies door het Koninkrijk der Nederlanden in vier gelijke delen aan het begin van elk kwartaal van 2001 worden overgeschreven, en door de Vlaamse Gemeenschap in twee gelijke delen op 1 april 2001 en op 1 juli 2001.
Nagekomen besluit Comité van Ministers over sociaal taalbeleid
Het Comité van Ministers stemt in met de notitie 'Concretisering sociaal taalbeleid'.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties