- Besluit Comité van Ministers over het Actieplan en de begroting 2002
- Besluit Comité van Ministers over het Raadsadvies Nederlands-Vlaams leesbevorderingsbeleid
- Besluit Comité van Ministers over de Aard en omvang van de herziening van de Woordenlijst Nederlandse taal
- Besluit Comité van Ministers over gezamenlijke subsidieregelingen biografieën en startende schrijvers en vertalers
- Besluit Comité van Ministers over een gezamenlijk buitenlands letterenbeleid
Besluitenlijst 55e vergadering van het Comité van Ministers
Breda, 8 oktober 2001
1. Besluit Comité van Ministers over het Actieplan en de begroting 2002
Het Comité van Ministers stelt het Actieplan en de begroting 2002 vast.
1) De begroting 2002 van de Nederlandse Taalunie is samengesteld uit:
- € 2.229.876 bijdragen;
- € 4.680.290 doelsubsidies;
- € 548.889 overige inkomsten.
- € 4.680.290 doelsubsidies;
2) Conform artikel 17 van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie worden de bijdragen voor tweederde ter beschikking gesteld door het Koninkrijk der Nederlanden en voor eenderde door de Vlaamse Gemeenschap.
3) Van de doelsubsidies wordt € 3.179.184 ter beschikking gesteld door het Koninkrijk der Nederlanden en € 1.501.105 door de Vlaamse Gemeenschap.
4) Opdat de Taalunie aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen, zullen de bijdragen en doelsubsidies door het Koninkrijk der Nederlanden in vier gelijke delen aan het begin van elk kwartaal van 2002 worden overgeschreven, en door de Vlaamse Gemeenschap in twee gelijke delen op 1 april 2002 en op 1 juli 2002.
2. Besluit Comité van Ministers over het Raadsadvies Nederlands-Vlaams leesbevorderingsbeleid
Het Comité spreekt zijn waardering uit over het advies. Het speelt in op het belang van een leesbevorderingsbeleid in het taalgebied en onderstreept de meerwaarde van een gezamenlijk Nederlands-Vlaams beleid. Het is verheugend dat het veld positief staat ten opzichte van samenwerking.
Een gezamenlijk leesbevorderingbeleid zal in de komende meerjarenbeleidsperiode van de Taalunie (2003-2007) een prominente plaats krijgen.
Inmiddels is op een aantal terreinen al een begin gemaakt met de Nederlands-Vlaamse samenwerking.
- Een project voor ontwikkeling leesbevorderingsmethodes is opgenomen in het Taaluniebeleid ICT en onderwijs Nederlands.
- Het project Inktaapje
- Een project voor studenten van de pabos en lerarenopleidingen om de omgang met jeugdliteratuur te bevorderen.
Met ingang van 2002 zal initiatief genomen worden om de samenwerking tussen de Nederlandse Stichting Lezen, de betreffende Vlaamse instanties en de Taalunie uit te breiden naar de volgende terreinen:
- beleid gericht op kinderen in de voor- en vroegschoolse leeftijd
- beleid voor jongeren vanaf 12 jaar, met name in het beroepsonderwijs
- een strategisch plan voor beleidsvoorbereidend onderzoek
- een informatie- en documentatiesysteem op het gebied van onderzoek, expertise en voorbeeldprojecten
Een realisatie van andere gemeenschappelijke initiatieven is op korte termijn niet haalbaar. Wel verzoekt het Comité van Ministers de beide Stichtingen Lezen om in overleg met de Taalunie de mogelijkheden voor gemeenschappelijk optreden maximaal te benutten. Het advies van de Raad kan hiervoor als leidraad dienen.
3. Besluit Comité van Ministers over de Aard en omvang van de herziening van de Woordenlijst Nederlandse taal
Ten aanzien van de herziening van de Woordenlijst Nederlandse taal (Groene boekje), bevestigt het Comité van Ministers hetgeen is bepaald in artikel 12 van zijn besluit d.d. 21 maart 1994. Zulks betekent dat de herziening geen aanleiding mag geven tot wijzigingen aan de van kracht zijnde officiële spellingvoorschriften, zoals vastgelegd in de besluiten van het Comité van Ministers van 21 maart 1994 en van 24 oktober 1994, en in de wetten, decreten en officiële besluiten van de Hoge Verdragsluitende Partijen. Het geeft aan de algemeen secretaris opdracht om de uitvoerende partijen over de aard en omvang van de herziening te instrueren en om hierover met het Comité van Ministers nader af te stemmen.
4. Besluit Comité van Ministers over gezamenlijke subsidieregelingen biografieën en startende schrijvers en vertalers
Het Comité besluit dat het volgende aan de Fondsen wordt bericht in reactie op hun gezamenlijke brief:
- Het Comité van Ministers is verheugd over het voornemen van de beide Fondsen om binnen het kader van het Taaluniebeleid gemeenschappelijke systemen te ontwikkelen voor de ondersteuning van biografieën, respectievelijk voor starterssubsidies aan vertalers (uit andere talen) en auteurs.
- Aan het Nederlandse Fonds zijn middelen beschikbaar gesteld waaruit ook de genoemde regelingen gefinancierd kunnen worden. Het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zal ervoor zorgen dat met ingang van 2002 op de begroting van het Vlaamse Fonds extra bedragen worden opgevoerd van respectievelijk maximaal 55.000 euro voor biografieën en maximaal 42.500 voor starterssubsdies om de genoemde gemeenschappelijke regelingen financieel mogelijk te maken.
- Het Comité neemt kennis van het voornemen van de fondsen om waar mogelijk nieuw beleid van meet af aan gemeenschappelijk te ontwikkelen en uit te voeren. In dat verband dringt het Comité er bij de fondsen op aan om in de toekomst veranderingen in bestaande subsidiesystemen en initiatieven voor nieuwe systemen zoveel mogelijk van meet af aan met elkaar en met de Taalunie te bespreken en indien mogelijk gemeenschappelijk uit te werken.
5. Besluit Comité van Ministers over een gezamenlijk buitenlands letterenbeleid
Het Comité van Ministers vraagt het Nederlands literair Produktie- en Vertalingenfonds en het Vlaams fonds voor de letteren om in overleg met de algemeen secretaris vóór 1 maart 2002 een plan op te stellen voor een gemeenschappelijk buitenlands beleid op het gebied van de Nederlandstalige letteren. Dit plan zal worden geagendeerd voor de eerstkomende vergadering van het Comité.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties