- Besluit Comité van Ministers over concept actieplan en concept begroting 2004
- Besluit Comité van Ministers over tussentijdse validatie herzieningen Woordenlijst Nederlandse taal
- Besluit Comité van Ministers over samenwerking met Zuid-Afrika op het gebied van taal- en spraaktechnologie
- Besluit Comité van Ministers over onderwijs Nederlands in de grensgebieden
- Besluit Comité van Ministers over eerste voortgangsrapportage van de werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
Besluitenlijst 58ste (schriftelijke) vergadering Comité van Ministers
Augustus 2003
1. Besluit Comité van Ministers over concept actieplan en concept begroting 2004
Het Comité van Ministers stelt het concept actieplan 2004 vast en keurt de concept begroting 2004 goed. Het concept actieplan 2004 en de concept begroting 2004 worden voorgelegd aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en de Interparlementaire Commissie.
2. Besluit Comité van Ministers over tussentijdse validatie herzieningen Woordenlijst Nederlandse taal
Het Comité van Ministers verzoekt de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren hem regelmatig op de hoogte te stellen van de concrete uitwerking die de Werkgroep Spelling met betrekking tot onderdelen van het spellingbesluit van het Comité van Ministers van 8 oktober 2001 voorstelt. Op basis van deze verslagen zal het Comité van Ministers zich uitspreken over de wijze waarop deze onderdelen in de tweede druk van de Woordenlijst Nederlandse taal zullen worden geconcretiseerd. Een dergelijke vroege validatie van de resultaten moet het Algemeen Secretariaat in staat stellen om in een vroeg stadium goede afspraken te maken met producenten van spellingproducten.
Deze verslagen van de Werkgroep Spelling worden tevens beschouwd als rapportage, als bedoeld in het besluit van het Comité van Ministers over spelling van 8 oktober 2001.
3. Besluit Comité van Ministers over samenwerking met Zuid-Afrika op het gebied van taal- en spraaktechnologie
Het Comité van Ministers besluit om in het kader van de verbreding van het Taaluniebeleid voor Zuid-Afrika extra aandacht te geven aan samenwerking gericht op het uitwerken van een taalinfrastructuur met een duidelijk accent op taal- en spraaktechnologie. Die samenwerking biedt de mogelijkheid om, gebruikmakend van de nauwe linguïstische relatie tussen het Nederlands en het Afrikaans, talige expertise uit Nederland en Vlaanderen via de neerlandistiek en de afrikanistiek uit te wisselen met Zuid-Afrika. Met deze uitwisseling kunnen zowel Nederland en Vlaanderen als Zuid-Afrika hun voordeel doen.
4. Besluit Comité van Ministers over onderwijs Nederlands in de grensgebieden
Het Meerjarenbeleidsplan 2003-2007 van de Nederlandse Taalunie, zoals vastgesteld door het Comité van Ministers op 15 april 2002, voorziet versterking van het beleid gericht op de ondersteuning van het niet-universitaire onderwijs Nederlands in de grensgebieden van het Nederlandse taalgebied. Centraal in het beleid staan de behoeften van de doelgroep. Voor de ontwikkeling van dit beleid geeft het Comité van Ministers de volgende algemene principes aan:
De Taalunie roept in overleg met vertegenwoordigers uit de vier grensgebieden een centrale voorziening in het leven voor documentatie, informatie en deskundigheidsbevordering voor docenten in de vier grensgebieden.
Voor de ondersteuning ter plaatse richt de Taalunie samenwerkingsverbanden op met de overheidsdiensten die ter plaatse bevoegd zijn voor het onderwijs Nederlands. Binnen deze samenwerkingsverbanden worden meerjarenplannen uitgewerkt waarin de plannen met betrekking tot de ondersteuning van het onderwijs Nederlands in de betreffende regio worden vastgelegd. De samenwerkingsovereenkomsten waarin de meerjarenplannen zijn vastgelegd zullen namens de Taalunie worden ondertekend door de voorzitter van het Comité van Ministers.
De samenwerking met de bevoegde overheidsdiensten moet aansluiting van het beleid van de Taalunie bij het bestaande beleid ter plaatse en de bestaande lokale infrastructuur verzekeren. De samenwerking met de bevoegde overheden in de grensgebieden zal vooral betrekking hebben op:
- promotie van het onderwijs Nederlands
- lokale na- en bijscholing van leerkrachten
- vormen van netwerken van docenten
- ontwikkeling van leermaterialen
De Taalunie treedt ten aanzien van deze grensgebieden op als vertegenwoordiger van het gehele taalgebied. Dat wil zeggen dat ze er op toeziet dat in leermiddelen die met haar steun tot stand komen de eenheid van het taalgebied steeds wordt benadrukt en dat bij de eventuele inzet van Nederlandstalige leerkrachten of taalassistenten een redelijke verhouding tussen Nederlanders en Vlamingen in acht wordt genomen.
Bij de ontwikkeling van het beleid in de grensgebieden zal de Taalunie steeds rekening houden met de specificiteit van het betrokken grensgebied en met de beleidsafspraken die tussen buurlanden bestaan of gemaakt worden.
5. Besluit Comité van Ministers over eerste voortgangsrapportage van de werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de eerste lijst met aanvullingen, aanpassingen en correcties aan de Woordenlijst Nederlandse taal 1995 ter voorbereiding van de tweede editie door de Werkgroep Spelling van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren en zal de werkgroep meedelen aan welke voorstellen het instemming verleent.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties