taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

59ste vergadering - Brussel, 13 oktober 2003



Besluitenlijst 59ste vergadering van het Comité van Ministers, Brussel, 13 oktober 2003

1. Besluit Comité van Ministers over Actieplan 2004 en begroting

- Het Comité van Ministers stelt het Actieplan en de begroting 2004 van de Nederlandse Taalunie vast.

- 2004 is het tweede jaar waarin uitvoering wordt gegeven aan het Meerjarenbeleidsplan 2003-2007. De inhoudelijke prioriteiten waaraan in dit meerjarenbeleidsplan gewerkt wordt, worden in het Actieplan 2004 verder geconcretiseerd:
1. ondersteuning van het onderwijs Nederlands in het buitenland;
2. beheer en onderhoud van digitale taalkundige materialen;
3. sociaal taalbeleid en het gebruik van ICT in het onderwijs Nederlands binnen het taalgebied;
4. de ontwikkeling van een meer gemeenschappelijk letterenbeleid.

- De begroting 2004 van de Nederlandse Taalunie is samengesteld uit € 8.703.000 bijdragen en € 617.514 overige inkomsten.

- Van de bijdragen wordt € 5.625.000 ter beschikking gesteld door het Koninkrijk der Nederlanden en € 3.078.000 door de Vlaamse Gemeenschap.

- Opdat de Taalunie aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen, zullen de bijdragen door het Koninkrijk der Nederlanden en door de Vlaamse Gemeenschap conform de 'Regeling Financieel Beheer van de Nederlandse Taalunie' worden overgeschreven.

2. Besluit Comité van Ministers over tweede voortgangsrapport van de Werkgroep Spelling van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren

Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de tweede lijst met aanvullingen, aanpassingen en correcties aan de Woordenlijst Nederlandse taal 1995 ter voorbereiding van de tweede editie door de Werkgroep Spelling van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren en zal de werkgroep meedelen aan welke voorstellen het instemming verleent.

3. Besluit Comité van Ministers over Associatieovereenkomst Suriname - Nederlandse Taalunie

Gelet op het advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren besluit het Comité van Ministers om de concept associatieovereenkomst met de Republiek Suriname ter instemming aan de Verdragsluitende partijen van de Nederlandse Taalunie voor te leggen. Onder voorbehoud van instemming van deze partijen besluit het Comité van Ministers om de Republiek Suriname formeel te verzoeken om tot de ondertekening van de voorgestelde associatieovereenkomst over te gaan.

4. Besluit Comité van Ministers over gezamenlijk Nederlands-Vlaams letterenbeleid

Bij het vaststellen van het meerjarenbeleidsplan 2003-2007 heeft het Comité van Ministers de Nederlandstalige Letteren aangemerkt als een prioritair veld. Het Comité van Ministers heeft daarmee de ambitie uitgesproken om in de komende periode significante vorderingen te maken in de ontwikkeling van gemeenschappelijk beleid op dit terrein. In de lijn van de keuze om in het meerjarenbeleidsplan de taalgebruiker centraal te plaatsen, kiest het Comité van Ministers ervoor om ook op het terrein van lezen en de letteren de aandacht vooral naar de lezer uit te laten gaan. Het Comité van Ministers wil dat de Taalunie zich de komende jaren vooral richt op de volgende terreinen waar betrokkenheid van de Taalunie meerwaarde heeft:
1) het stimuleren van reflectie over de globale doelstellingen van het beleid ten aanzien van lezen en letteren;
2) het ontwikkelen van een informatie- en mediatiebeleid:
3) het stimuleren van Nederlands-Vlaamse interactie over Nederlandstalige letteren.
De Taalunie zal activiteiten afstemmen met andere instanties. Aan dit besluit wordt een aparte notitie toegevoegd waarin de concrete uitwerking van deze lijnen wordt weergegeven.

Bijlage bij besluit 4, 59ste vergadering Comité van Ministers, over gezamenlijk Nederlands-Vlaams letterenbeleid, Brussel, 13 oktober 2003

5. Besluit Comité van Ministers tot herziening van het reglement van de Prijs der Nederlandse Letteren

Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie
- gelet op het advies van 28 juni 1985 (R-944) van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
- gelet op de overdracht per 1 januari 1986 van de "Prijs der Nederlandse Letteren" aan de Nederlandse Taalunie
- gelet op zijn besluit van 3 maart 1986 inzake de voorlopige vaststelling van het reglement
- gelet op zijn besluit van 10 mei 1988
- gelet op zijn besluit van 3 juni 1988 houdende de vaststelling van het reglement voor de Prijs der Nederlandse Letteren

besluit om de jury van de Prijs der Nederlandse Letteren voortaan samen te stellen met een oneven aantal leden, opdat de stem van de voorzitter in geval van stakende stemmen niet doorslaggevend zal zijn, en besluit om het reglement voor de Prijs der Nederlandse Letteren in overeenstemming te brengen met de actualiteit.

Het reglement voor de Prijs der Nederlandse Letteren wordt als volgt vastgesteld:

1. Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie stelt met ingang van 1989 ter onderscheiding van auteurs van belangrijke, oorspronkelijke in het Nederlands geschreven letterkundige werken een driejaarlijkse prijs beschikbaar, groot 16.000 euro, die de naam draagt van Prijs der Nederlandse Letteren.
2. Deze prijs kan worden verleend aan een letterkundige voor zijn gehele oeuvre of voor een door hem geschreven werk, vallende in een van de volgende categorieën:
a) poëzie
b) verhalend proza
c) beschouwend proza
d) drama
3. Over de toekenning van de prijs wint het Comité van Ministers het oordeel in van een jury, bestaande uit een voorzitter, drie Vlaamse en drie Nederlandse leden. Het Comité van Ministers benoemt op voordracht van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren de leden en de voorzitter van de jury. Als voorzitter zal in 2004 een Vlaming worden aangewezen en vervolgens beurtelings een Nederlander en een Vlaming.
4. De jury doet het Comité van Ministers zo mogelijk vóór l juni van het jaar van uitreiking van de prijs haar schriftelijk advies toekomen. Het Comité van Ministers deelt vervolgens zo spoedig mogelijk aan de jury mede, of het zich met het advies kan verenigen. Het Comité wijkt niet van het advies af dan na voorafgaand overleg met de jury.
5. De uitreiking van de prijs vindt bij afwisseling in Vlaanderen en Nederland plaats. De uitreiking in 2004 zal in Nederland geschieden.
6. Voor toekenning van de prijs kunnen niet worden voorgedragen:
a) werken, die in strijd zijn met de Berner Conventie of de Auteurswet 1912 (Nederland);
b) werken die door één der juryleden zijn geschreven of waaraan één der juryleden heeft medegewerkt.
7. De prijs mag niet worden gesplitst. Eervolle vermeldingen kunnen niet worden toegekend.
8. Afschrift van dit besluit wordt verzonden aan de organen van de Nederlandse Taalunie en wordt geplaatst op de website van de Nederlandse Taalunie.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties