- Besluit van het Comité van Ministers over conceptactieplan 2005 en conceptbegroting 2005
- Besluit van het Comité van Ministers over de uitkomsten van de evaluatie van de Nederlandse Taalunie
- Besluit van het Comité van Ministers over het advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren inzake taalvariatie
- Besluit van het Comité van Ministers over het advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren over Nederlands-Vlaams letterenbeleid
- Besluit van het Comité van Ministers over de statutenwijziging van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
- Besluit van het Comité van Ministers over het derde voortgangsrapport van de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
Besluitenlijst 60ste vergadering van het Comité van Ministers, Breda, 26 april 2004
1. Besluit van het Comité van Ministers over conceptactieplan 2005 en conceptbegroting 2005
Het Comité van Ministers stelt de conceptbegroting 2005 van de Nederlandse Taalunie vast en keurt het conceptactieplan 2005 goed. De conceptbegroting is opgebouwd uit 8.764.000 euro bijdragen en 637.576 euro overige inkomsten. Van de bijdragen wordt 5.664.000 euro ter beschikking gesteld door het Nederlandse ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en 3.100.000 euro door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Beide ministeries reserveren dit bedrag voor het werkjaar 2005 alvast op hun begroting. Het conceptactieplan en de conceptbegroting 2005 van de Nederlandse Taalunie worden voor commentaar voorgelegd aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en de Interparlementaire Commissie.2. Besluit van het Comité van Ministers over de uitkomsten van de evaluatie van de Nederlandse Taalunie
Het Comité van Ministers heeft met grote belangstelling kennis genomen van het rapport van de evaluatie van de Nederlandse Taalunie 'Zorg voor de taal' dat op 28 januari 2004 door de evaluatiecommissie werd aangeboden. Het Comité is verheugd over de algemene conclusie van de commissie dat de Nederlandse Taalunie goed werk voor het Nederlands verricht. Het Comité heeft een aantal aanbevelingen van de commissie die nog tot verbeteringen kunnen leiden besproken:1) De positie van het Nederlands in Europa
Het Comité van Ministers herkent de tevredenheid van de evaluatiecommissie over het voortreffelijke werk dat de Nederlandse Taalunie binnen het werkveld taal verricht. Toch noemt de commissie ook een zeer belangrijk aandachtspunt: de positie van het Nederlands in Europa. Het Comité is van mening dat de huidige beleidslijn van de Nederlandse Taalunie versterkt voortgezet dient te worden. In dat beleid staat de ontwikkeling van een meertalig beleid voor Europa samen met de andere taalgebieden centraal. De leden van het Comité van Ministers zullen over dit onderwerp contact opnemen met de ministers die verantwoordelijk zijn voor het buitenlandbeleid.
2) Letteren
Het Comité van Ministers erkent dat de samenwerking op het terrein van de letteren zou kunnen verbeteren. Het voelt zich gesteund door het oordeel van de evaluatiecommissie dat de recente besluitvorming over een gezamenlijk letterenbeleid van oktober 2003 eerst ten volle geïmplementeerd moet worden. De Taalunie richt zich daarin op de inhoudelijke verankering van een beleid voor lezen en literatuur dat de lezer als uitgangspunt neemt.
Voor discussies over andere perspectieven van samenwerking, bijvoorbeeld een strategie van het letterenbeleid gericht op het buitenland, zal in de toekomst ruimte zijn. De reactie van het Comité van Ministers op het advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren over een gezamenlijk letterenbeleid van februari 2004 sluit hierbij aan: Het Comité zal ter voorbereiding van het meerjarenbeleidsplan 2008-2012 de meer principiële vragen over het gezamenlijke letterenbeleid op de agenda plaatsen.
3) Onderwijs van en in het Nederlands
Het Comité van Ministers voelt zich gesteund door de conclusie van de commissie dat de ondersteuning van de neerlandistiek buiten het taalgebied door de Nederlandse Taalunie een duidelijke meerwaarde biedt. De belangstelling voor Nederlands aan universiteiten en hogescholen in Europa is de afgelopen jaren toegenomen. De Taalunie zal ook in de toekomst een beleid blijven voeren dat is gericht op ondersteuning en versterking van leerstoelen op plaatsen waar daaraan een duidelijke behoefte bestaat.
De rol van de Nederlandse Taalunie in het onderwijs binnen het taalgebied is noodzakelijkerwijs beperkter. Zowel in Vlaanderen als in Nederland wordt de autonomie van het onderwijs als een belangrijk goed ervaren. Daarnaast ligt de bevoegdheid voor het onderwijs in Nederland en Vlaanderen in eerste instantie bij de ministers van onderwijs. Van de complementaire activiteiten van de Taalunie zal dan ook een meerwaarde naar het onderwijsveld uit moet gaan. De aanbeveling van de commissie om voor een nieuwe beleidsperiode een meer expliciete visie te definiëren op de complementaire rol die de Taalunie op dit terrein kan vervullen, zal een uitdaging zijn.
4) Communicatie
Het Comité van Ministers onderschrijft de conclusie van de evaluatiecommissie dat de communicatie van de Taalunie versterkt dient te worden. Het Comité geeft het Algemeen Secretariaat opdracht om te onderzoeken hoe de communicatie verbeterd en geïntensiveerd kan worden.
5) Kwaliteitsbewaking
Het Comité van Ministers staat achter de idee van de evaluatiecommissie dat een structurele evaluatie over iedere meerjarenbeleidsperiode geïntroduceerd moet worden. Het Comité geeft het Algemeen Secretariaat opdracht om in samenwerking met de departementen de procedure voor deze evaluatie uit te werken. De procedure zal bestaan uit een zelfevaluatie door het Algemeen Secretariaat, gevolgd door een weging van de uitkomsten van deze evaluatie door een visitatiecommissie. De visitatiecommissie doet op grond van haar bevindingen aanbevelingen voor de nieuwe meerjarenbeleidsperiode. Ook de parameters op basis waarvan de evaluatie zal plaatsvinden, dienen in de procedure uitgewerkt te worden. De uitkomsten van de evaluatie moeten steeds tijdig beschikbaar zijn om rekening mee te kunnen houden bij de voorbereiding van het volgende meerjarenbeleidsplan.
6) Activiteiten van het Comité van Ministers
Het Comité van Ministers heeft de aanbevelingen van de commissie over zijn eigen werkzaamheden ter harte genomen en het Algemeen Secretariaat en de betrokken ambtenaren van de departementen opdracht gegeven hieraan in de mate van het mogelijke uitvoering te geven.
7) Rolverdeling en verantwoordelijkheden van het Algemeen Secretariaat ten opzichte van de onderscheiden werkvelden.
In navolging van het advies van de commissie verzoekt het Comité van Ministers de algemeen secretaris om voor de najaarsvergadering 2004 een voorstel voor te bereiden waarin de gevraagde positionering wordt geschetst.
Alvorens over de overige aanbevelingen in het rapport een standpunt in te nemen, wenst het Comité eerst de reactie van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en het gesprek met de Interparlementaire Commissie over het rapport af te wachten.
3. Besluit van het Comité van Ministers over het advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren inzake taalvariatie
Het Comité van Ministers heeft met belangstelling kennis genomen van het adviesrapport 'Variatie in het Nederlands. Eenheid in verscheidenheid' van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren. Het onderschrijft op hoofdlijnen de in het rapport geformuleerde uitgangspunten. Het komt tot de conclusie dat vele aanbevelingen reeds in lopende activiteiten van de Nederlandse Taalunie zijn opgenomen. Er zal worden nagegaan in welke andere activiteiten dit variatieperspectief verder een rol dient te spelen. Daarbij wordt in het bijzonder gelet op de integratie van het Surinaams-Nederlandse perspectief. Dat er een Nederlands-Vlaams institutioneel kader voor variatieonderzoek tot stand moet worden gebracht, acht het Comité van Ministers niet in de eerste plaats op de weg van de Taalunie liggen.Ten slotte onderschrijft het Comité de zinvolheid van een gerichte campagne die waardering van taalgebruikers ten opzichte van taalvariatie bevordert. Het Comité zal in overweging nemen of hiervoor binnen het communicatiebeleid van de Taalunie ruimte kan worden geschapen.
4. Besluit van het Comité van Ministers over het advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren over Nederlands-Vlaams letterenbeleid
Het Comité van Ministers dankt de Raad voor zijn uitgebreide advies over Nederlands-Vlaams letterenbeleid, en besluit om de Raad als volgt te antwoorden:Het Comité heeft een begin gemaakt met de uitwerking van een gezamenlijk letterenbeleid voor de periode 2003-2007. Het op 13 oktober 2003 vastgestelde Taalunie-meerjarenbeleid letteren is gericht op de inhoudelijke verankering van het beleid voor lezen en literatuur, de ontwikkeling van informatie- en mediatievoorzieningen en de stimulering van een gezamenlijke leescultuur. Bij de uitvoering van dit beleid speelt de Taalunie een centrale rol. In de komende jaren wordt langs deze lijnen verder gewerkt.
De Raad heeft in zijn advies de vraag opgeworpen naar de invulling van de integratiedoelstelling in het letterenbeleid en, in het verlengde daarvan, de invulling ervan op de verschillende deelterreinen. Dit vraagt om een zorgvuldiger beoordeling en een meer uitgebreide gedachtewisseling dan in het tijdsbestek tussen de ontvangst van het advies en de vergadering van het Comité plaats kon vinden. Het Comité is bovendien gehouden aan de Nederlandse en Vlaamse en gezamenlijke beleidscycli en moet nagaan op welke wijze en op welk moment eventuele besluitvorming ingepast zou kunnen worden. Het plaatst daarom de verdere gezamenlijke beleidsontwikkeling in de voorbereiding van het volgende meerjarenbeleidsplan 2008-2012. Dat is ook in overeenstemming met het voorstel van de Raad om een gefaseerde aanpak te volgen.
Concreet zal het Comité de volgende stappen nemen op het terrein van de letteren:
- Tijdens de huidige meerjarenbeleidsperiode 2003-2007 wordt het in 2003 vastgestelde beleid uitgevoerd. Daarmee kan al een substantiële vooruitgang geboekt worden op het werkterrein letteren.
- De meer principiële vragen over het gezamenlijk letterenbeleid zal het Comité op de agenda plaatsen als aanloop tot de beleidsontwikkeling voor de volgende meerjarenbeleidsperiode. Over de integratiedoelstelling zal in de vergadering van oktober 2004 een gedachtewisseling plaatsvinden die perspectief moet bieden op een realistische aanpak van het gezamenlijke letterenbeleid in de periode 2008-2012.
- Het Comité zal tegelijkertijd het initiatief nemen om de procedures rond de ontwikkeling en implementatie van het gezamenlijk letterenbeleid in de toekomst te verhelderen. Het gaat daarbij primair om het beter in beeld brengen van de afzonderlijke en gezamenlijke beleidscycli van Nederland en Vlaanderen en het verhelderen van de rol van en van de samenwerking tussen de verschillende spelers in het letterenveld. Het Comité wil voor de najaarsvergadering een en ander in kaart hebben gebracht.
Het Comité zal niet op alle afzonderlijke aanbevelingen in het rapport in kunnen gaan, maar de hoofdlijnen van het rapport en het advies van de Raad zullen als referentiepunt dienen bij de beraadslagingen. Na de najaarsvergadering zal het Comité de Raad op de hoogte brengen van de voortgang en verdere stappen.
Tot slot nodigt het Comité de Raad uit om van zijn kant na te denken hoe hij zijn adviesagenda beter kan afstemmen op de politieke agenda's van (de leden van) het Comité van Ministers. Dit advies en het rapport van de evaluatiecommissie van de Taalunie Zorg voor de taal geven aanleiding om na te gaan op welke wijze een meer op de politieke agenda's afgestemde planning de doeltreffendheid van de raadsadviezen kan vergroten.
5. Besluit van het Comité van Ministers over de statutenwijziging van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
Het Comité van Ministers gaat akkoord met het voorstel tot statutenwijziging van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van 6 november 2003 en stelt de nieuwe statuten van de Raad vast. De zorg voor de samenstelling van de volgende edities van de Woordenlijst Nederlandse taal wordt daarmee opgedragen aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, met behoud van de verantwoordelijkheid van het Comité van Ministers.Voor de inhoudelijke ondersteuning van de samenstelling van volgende edities van de Woordenlijst belast de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren de reeds bestaande Werkgroep Spelling, die vroeger onder de Taaladviescommissie ressorteerde. De Werkgroep Spelling ressorteert voortaan onder de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren.
Bijlage bij besluit van het Comité van Ministers over de statutenwijziging van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
6. Besluit van het Comité van Ministers over het derde voortgangsrapport van de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de derde lijst met aanvullingen, aanpassingen en correcties aan de Woordenlijst Nederlandse taal 1995 ter voorbereiding van de tweede editie door de Werkgroep Spelling van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren en zal de werkgroep meedelen aan welke voorstellen het instemming verleent.Het Comité van Ministers gaat bovendien akkoord met het advies van de Werkgroep Spelling inzake de leidraad en stemt daarom in met het principe van een geheel nieuwe tekst. Het geeft de algemeen secretaris opdracht om een auteur aan te zoeken en met hem of haar afspraken te maken over de nieuwe tekst.
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
