taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » over taalunie »

62ste vergadering - Breda 25 april 2005

Besluitenlijst 62e vergadering van het Comité van Ministers, Breda, 25 april 2005

1. Besluit van het Comité van Ministers over conceptactieplan 2006 en conceptbegroting 2006
2. Besluit van het Comité van Ministers over Suriname (1)
3. Besluit van het Comité van Ministers over Suriname (2)
4. Besluit van het Comité van Ministers over Suriname (3)
5. Besluit van het Comité van Ministers over Communicatie
6. Besluit van het Comité van Ministers over het vijfde voortgangsrapport van de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
7. Besluit van het Comité van Ministers betreffende de vaststelling van de herziening van de Woordenlijst Nederlandse taal
8. Besluit van het Comité van Ministers betreffende wijziging van de spellingbesluiten van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie (Aanvullend Spellingbesluit)
9. Besluit van het Comité van Ministers betreffende de informatie aan de Verdragsluitende Partijen met het oog op de integratie van de besluiten van het Comité van Ministers ten aanzien van de spelling van de Nederlandse taal en de Woordenlijst in de interne rechtsorde van de Verdragsluitende Partijen (Implementatiebesluit)


1. Besluit van het Comité van Ministers over conceptactieplan 2006 en conceptbegroting 2006
Het Comité van Ministers stelt de conceptbegroting 2006 van de Nederlandse Taalunie vast en keurt het conceptactieplan 2006 goed. De conceptbegroting is opgebouwd uit 8.684.000 euro bijdragen en 615.809 euro overige inkomsten. Van de bijdragen wordt 5.611.000 euro ter beschikking gesteld door het Nederlandse ministerie van OCenW en 3.073.000 euro door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Beide ministeries reserveren dit bedrag voor het werkjaar 2006 alvast op hun begroting.
Daarnaast stelt het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling van de Republiek Suriname capaciteit beschikbaar voor het realiseren van activiteiten in het kader van de Nederlandse Taalunie, die zijn gericht op Suriname. Het conceptactieplan en de conceptbegroting 2006 van de Nederlandse Taalunie worden voor commentaar voorgelegd aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en de Interparlementaire Commissie.

2. Besluit van het Comité van Ministers over Suriname (1)
Het Comité van Ministers stemt er mee in de Republiek Suriname te betrekken bij de voorgestelde activiteiten en projecten beschreven in het document 'Voorstel voor betrekking van de Republiek Suriname bij reguliere activiteiten van de Taalunie 2005-2006-2007'. Het Comité van Ministers draagt het Algemeen Secretariaat op hiervoor de noodzakelijke voorbereidingen te treffen.

3. Besluit van het Comité van Ministers over Suriname (2)
Het Comité van Ministers besluit de besluiten aangaande de spelling van het Nederlands, genomen op 25 april 2005, van toepassing te verklaren op de Republiek Suriname. Het Comité van Ministers verzoekt de Republiek Suriname de vaststelling van de spelling door de Taalunie in haar interne rechtsorde op te nemen.

4. Besluit van het Comité van Ministers over Suriname (3)
Het Comité van Ministers vraagt de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, inclusief de daaronder ressorterende werkgroep van Surinaamse deskundigen, in een continu proces te adviseren over projecten die van toepassing verklaard moeten worden op de Republiek Suriname.

5. Besluit van het Comité van Ministers over Communicatie
Het Comité van Ministers stemt in met het Communicatieplan 2005-2007 van de Nederlandse Taalunie. Dit plan is tot stand gekomen na de constatering van de evaluatiecommissie van de Nederlandse Taalunie in 2004 dat de Taalunie en de inhoud van haar beleid te weinig bekend zijn bij het publiek. Het nieuwe communicatiebeleid, waarin de taalgebruiker centraal staat, besteedt expliciet aandacht aan communicatie met een algemeen publiek, met specifieke groepen taalgebruikers én met de doelgroepen van afzonderlijke Taalunie-projecten.

6. Besluit van het Comité van Ministers over het vijfde voortgangsrapport van de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de vijfde lijst met aanvullingen, aanpassingen en correcties aan de Woordenlijst Nederlandse taal 1995 ter voorbereiding van de tweede editie door de Werkgroep Spelling van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren en zal de werkgroep meedelen aan welke voorstellen het instemming verleent.

7. Besluit van het Comité van Ministers betreffende de vaststelling van de herziening van de Woordenlijst Nederlandse taal (voetnoot 1) (Woordenlijstbesluit)
Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie,
- gelet op de vigerende besluiten van de Nederlandse Taalunie ten aanzien van de officiële spelling van de Nederlandse taal, i.e. (a) het Besluit inzake de spelling van de Nederlandse taal ('Spellingbesluit') d.d. 21 maart 1994 en (b) het Besluit ten aanzien van de uitgangspunten voor de samenstelling van de spellinglijst en van de nadere herformulering van de voorschriften, voortvloeiend uit het spellingbesluit van 21 maart 1994, d.d. 24 oktober 1994 en (c) het Besluit inzake de tekst van het 'Woord Vooraf' bij de Woordenlijst, d.d. 25 september 1995;
- gelet op de uitvoering die is gegeven aan artikel 2 van het Spellingbesluit van 21 maart 1994 door het verschijnen in december 1995 van de Woordenlijst Nederlandse taal onder auspiciën van de Nederlandse Taalunie;
- gelet op artikel 12 van het Spellingbesluit van 21 maart 1994 waarin is bepaald dat na de totstandkoming van de eerste editie van de nieuwe, officiële Woordenlijst deze lijst actueel zal worden gehouden door om de tien jaar zonder wijziging van de spellingregels een aangepaste editie te laten verschijnen;
- gelet op het besluit van het Comité van Ministers van 8 oktober 2001 waarbij het Comité van Ministers de strekking en het bereik van de herzieningsopdracht nader heeft bepaald;
- gelet op het besluit van het Comité van Ministers van 15 april 2002, waarin de taken van de Taaladviescommissie betreffende spelling zijn overgedragen aan de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Nederlandse Taalunie;
- rekening houdend met de tussentijdse rapportages van de Werkgroep Spelling en de validering van de voorstellen in de rapportages krachtens de tussentijdse besluiten van het Comité van Ministers d.d. augustus 2003 (schriftelijke besluitvorming), 13 oktober 2003, 26 april 2004, 11 oktober 2004 en 25 april 2005,

besluit:

Artikel 1
Het Comité van Ministers neemt kennis van de eindrapportage van de Werkgroep Spelling, bevestigt dat de Werkgroep zich met zorg heeft gehouden aan de verstrekte opdracht en dankt de Werkgroep voor zijn inzet en deskundigheid.

Artikel 2
Het Comité van Ministers bekrachtigt de herzieningsvoorstellen zoals die door de Werkgroep Spelling aan het Comité van Ministers zijn voorgelegd en zoals die middels de tussentijdse besluiten van augustus 2003 (schriftelijke besluitvorming), 13 oktober 2003, 26 april 2004, 11 oktober 2004 en 25 april 2005 zijn gevalideerd. Het Comité van Ministers bekrachtigt hierbij definitief de genoemde valideringsbesluiten.

Artikel 3
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de nieuwe tekst van de Leidraad van de Woordenlijst (Bijlage 2 bij agendapunt 2.6.2 van de 62e vergadering van het Comité van Ministers op 25 april 2005 (voetnoot 2)) en bevestigt dat de tekst beantwoordt aan de gestelde eisen en verwachtingen zoals geformuleerd door de Werkgroep Spelling in zijn advies van 10 februari 2004, waarmee het Comité van Ministers zich akkoord heeft verklaard krachtens zijn besluit van 26 april 2004. Het Comité van Ministers bedankt de heer Ludo Permentier voor de deskundigheid waarmee hij zijn opdracht heeft uitgevoerd en bevestigt dat deze tekst als nieuwe Leidraad zal worden opgenomen in de herziene Woordenlijst Nederlandse taal, die gepubliceerd zal worden onder auspiciën en met het gezag van de Nederlandse Taalunie.

Artikel 4
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de criteria en principes die zullen gelden bij de samenstelling van de Woordenlijst en de informatie die per trefwoord zal worden opgenomen (Bijlage 1 bij agendapunt 2.6.2 van de 62e vergadering van het Comité van Ministers op 25 april 2005 (voetnoot 2)) en gaat akkoord met de uitwerking van de woordenlijst volgens deze criteria en principes.

Artikel 5
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de lijst met woorden waarvan de spelling niet automatisch voortvloeit uit de regels van de Leidraad (Bijlage 4 bij agendapunt 2.6.2 van de 62e vergadering van het Comité van Ministers op 25 april 2005 (voetnoot 2)) en bekrachtigt deze lijst als herziening van de lijst die als bijlage 2 was gevoegd bij Koninklijk Besluit van 19 juni 1996, verschenen in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 1996 (394) aan Nederlandse zijde en bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 1996 verschenen in het Belgisch Staatsblad van 21 juni 1996 aan Vlaamse zijde.

Artikel 6
Het Comité van Ministers stemt in met de publicatie, vanaf maar niet vroeger dan 15 oktober 2005, van de volgens bovengenoemde besluiten uitgewerkte herziene Woordenlijst Nederlandse taal onder auspiciën en met het gezag van de Nederlandse Taalunie.

Voetnoot 1
In dit besluit wordt naar de publicatie Woordenlijst Nederlandse taal verwezen met de ingekorte titel 'Woordenlijst'. Onder Woordenlijst (met hoofdletter) wordt in principe de hele publicatie bedoeld, bestaande uit een Woord Vooraf, een Leidraad, een beschrijvende tekst over de Inrichting van de Woordenlijst en een alfabetisch geordende lijst van trefwoorden behorende tot het hedendaagse Nederlands. Naar die alfabetische trefwoordenlijst wordt verwezen als 'woordenlijst' (met kleine letter).

Voetnoot 2
In verband met het bepaalde in artikel 6 zijn, kunnen deze bijlagen niet voor 15 oktober 2005 openbaar gemaakt worden.

8. Besluit van het Comité van Ministers betreffende wijziging van de spellingbesluiten van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie (Aanvullend Spellingbesluit)
Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie,
- gelet op de vigerende besluiten van de Nederlandse Taalunie ten aanzien van de officiële spelling van de Nederlandse taal, i.e. (a) het Besluit inzake de spelling van de Nederlandse taal d.d. 21 maart 1994 en (b) het Besluit ten aanzien van de uitgangspunten voor de samenstelling van de spellinglijst en van de nadere herformulering van de voorschriften, voortvloeiend uit het spellingbesluit van 21 maart 1994, d.d. 24 oktober 1994 en (c) het Besluit inzake de tekst van het 'Woord Vooraf' bij de Woordenlijst, d.d. 25 september 1995;
- gelet op de Woordenlijst Nederlandse taal die in december 1995 is verschenen onder auspiciën van de Nederlandse Taalunie als uitvloeisel van het bovengenoemde spellingbesluit van 21 maart 1994 en waarin de spellingvoorschriften voor het publiek zijn uitgelegd en geïllustreerd;
- rekening houdend met de noodzaak om om de tien jaar een herziene, geactualiseerde editie van de Woordenlijst te publiceren, conform artikel 12 van het spellingbesluit van 21 maart 1994;
- rekening houdend met de resultaten van de herziening van de Woordenlijst volgens de voorstellen van de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, zoals die zijn goedgekeurd door het Comité van Ministers krachtens het Woordenlijstbesluit van 25 april 2005;
- constaterende dat het Comité van Ministers zich in het bovengenoemde Woordenlijstbesluit akkoord heeft verklaard met de schrapping van de 3e uitzonderingscategorie ten aanzien van het gebruik van de tussenletters -e- en -en- in samenstellingen en dat deze schrapping een wijziging inhoudt ten aanzien van de vigerende officiële spellingvoorschriften;
- constaterende dat de Besluiten van 21 maart 1994 en van 24 oktober 1994 enkele voorbeelden en formuleringen bevatten die inmiddels door nadere besluitvorming door het Comité van Ministers zijn achterhaald, en dat deze voorbeelden en formuleringen zonder aanpassing tot verwarring kunnen leiden;
- gelet op het feit dat de Taaladviescommissie inmiddels is opgeheven en dat haar taken betreffende spelling inmiddels bij besluit van het Comité van Ministers d.d. 15 april 2002 zijn overgedragen aan een permanente Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Nederlandse Taalunie,

besluit:

Artikel 1
In Artikel 6 van het Besluit van 21 maart 1994 ('Spellingbesluit') wordt in de laatste alinea het voorbeeld ladenkast geschrapt, aangezien de hiertoe ingestelde commissie voor dit type samenstellingen geen uitzonderingscategorie heeft voorgesteld. Artikel 2: In Artikel 9 van het Besluit van 21 maart 1994 ('Spellingbesluit') wordt de zinssnede "en wordt de woordafbreking van woorden met [ng] en met <-ch> aangepast, zodat zingen voortaan als zing-en en niet meer als zin-gen wordt afgebroken en lachen als lach-en en niet meer als la-chen" geschrapt, omdat het Comité van Ministers zich krachtens zijn besluit van 24 oktober 1994 akkoord heeft verklaard om voor de genoemde gevallen terug te keren naar de heersende praktijk, i.e. een afbreking als zin-gen en la-chen.

Artikel 3
In Artikel 12 van het Besluit van 21 maart 1994 ('Spellingbesluit') wordt de woordgroep "onder de Nederlandse Taalunie ressorterende Taaladviescommissie" vervangen door de groep "Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Nederlandse Taalunie" en wordt de daaropvolgende zin geschrapt.

Artikel 4
In Artikel 10, eerste lid van de opsomming, van het Besluit ten aanzien van de uitgangspunten voor de samenstelling van de spellinglijst en van de nadere herformulering van de voorschriften, voortvloeiend uit het spellingbesluit van 21 maart 1994, d.d. 24 oktober 1994, worden de voorbeelden luizebaan, hondeweer en klerezooi geschrapt en vervangen door beresterk en reuzeleuk, omdat het Comité van Ministers zich akkoord heeft verklaard met de beperking van de in dit artikel bedoelde regel tot die samenstellingen die als geheel een bijvoeglijk naamwoord zijn en omdat het voorbeeld klerezooi als versteende samenstelling niet in deze categorie thuishoort.

Artikel 5
In Artikel 10 van het Besluit van het Comité van Ministers ten aanzien van de uitgangspunten voor de samenstelling van de spellinglijst en van de nadere herformulering van de voorschriften, voortvloeiend uit het spellingbesluit van 21 maart 1994, d.d. 24 oktober 1994, wordt in het derde lid van de opsomming de volgende zinsnede geschrapt:
"samenstellingen met een dierennaam als eerste lid die als geheel een plant aanduiden (kattekruid, paddestoel, paardekastanje) en".

Artikel 6
Artikel 10 van het genoemde besluit van 24 oktober 1994 luidt nu als volgt:
"10. Ten aanzien van het gebruik van de tussenletters -e- en -en- in samenstellingen worden de volgende categorieën van woorden uitgezonderd van toepassing van de algemene voorschriften zoals genoemd in artikel 9 van dit besluit:
- Samenstellingen waarvan het eerste lid normaal geen bijvoeglijk naamwoord is maar in de samenstelling de waarde heeft van een bijvoeglijke of bijwoordelijke bepaling. De betekenis van het eerste lid geldt als versterkende of waardetoekennende toevoeging ten aanzien van het tweede deel (beresterk, reuzeleuk);
- Samenstellingen waarvan het eerste lid bedoeld is als unicum (een woord dat verwijst naar een element waarvan er in de beschouwde context slechts één bestaat). Dergelijke 'unica' verzetten zich tegen een spelling met <-en> omdat die de gedachte aan een meervoud oproept (koninginnedag, zonneschijn, Onze-Lieve-Vrouwetoren);
- Samenstellingen die als versteende vormen moeten worden beschouwd en ondoorzichtige samenstellingen, d.w.z. samenstellingen waarvan minstens één der beide delen niet (meer) herkenbaar is als afzonderlijk woord (bolleboos, papegaai). Hierbij sluiten zich aan: versteende samenstellingen waarvan het eerste lid een lichaamsdeel is (kakebeen, kinnebak, ruggespraak)."

9. Besluit van het Comité van Ministers betreffende de informatie aan de Verdragsluitende Partijen met het oog op de integratie van de besluiten van het Comité van Ministers ten aanzien van de spelling van de Nederlandse taal en de Woordenlijst (voetnoot 1) in de interne rechtsorde van de Verdragsluitende Partijen (Implementatiebesluit)

Artikel 1
Het Comité van Ministers geeft aan de Voorzitter van het Comité van Ministers en aan de algemeen secretaris opdracht om gezamenlijk de Hoge Verdragsluitende Partijen te informeren over het Woordenlijstbesluit en het Aanvullend Spellingbesluit en hen te verzoeken die besluiten op de voor elke Partij geëigende wijze in de eigen interne rechtsorde te integreren.

Artikel 2
De Verdragsluitende Partijen moet daarbij worden verzocht om hun regelgeving aangaande de spellingbesluiten van de Nederlandse Taalunie niet in hun officiële publicatiekanalen bekend te maken vóór 15 oktober 2005, i.e. vóór de publicatiedatum van de herziene Woordenlijst Nederlandse taal.

Artikel 3
De Verdragsluitende Partijen zal daarbij bovendien worden verzocht om de invoeringsdatum vast te stellen op 1 augustus 2006, een datum die zo is gekozen dat voor de onderwijsinstellingen van de Verdragsluitende Partijen de invoering kan geschieden vanaf het begin van het schooljaar 2006 - 2007.

Artikel 4
Het Comité van Ministers zal aan de Partijen alle teksten en lijsten bezorgen die nodig zijn om het Woordenlijstbesluit van de Nederlandse Taalunie in hun interne rechtsorde in te voeren.

Voetnoot 1 In dit besluit wordt naar de publicatie Woordenlijst Nederlandse taal verwezen met de ingekorte titel 'Woordenlijst'. Onder Woordenlijst (met hoofdletter) wordt in principe de hele publicatie bedoeld, bestaande uit een Woord Vooraf, een Leidraad, een beschrijvende tekst over de Inrichting van de Woordenlijst en een alfabetisch geordende lijst van trefwoorden behorende tot het hedendaagse Nederlands.
© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties