taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

70ste vergadering - Breda, 20 april 2009

70ste vergadering van het Comité van Ministers - Breda, 20 april 2009

1. Meerjarenbeleidsplan 2008-2012 INL met bijbehorende meerjarenbegroting
Het Comité van Ministers heeft waardering voor de ambities die het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) in haar Meerjarenbeleidsplan 2008-2012 verwoordt, maar stelt vast dat er vanaf 2011 sprake is van structurele tekorten op de bijbehorende meerjarenbegroting. Het Comité van Ministers keurt de inhoud van het beleid als zodanig in hoofdlijnen goed, maar verzoekt het INL voor de periode 2008-2012 een sluitende meerjarenbegroting op te stellen, rekening houdend met het navolgende.
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van de wens van het INL om een bedrag ter grootte van het bedrag dat komt te vervallen na afronding van het project Woordenboek der Nederlandsche Taal - € 300.000 per jaar - met ingang van 2011 structureel te mogen herinvesteren in INL-activiteiten.
Het Comité van Ministers is bereid om, in eerste instantie op projectbasis en op basis van een evenredige serieuze inspanning van alle betrokken partijen, extra financiën beschikbaar te stellen waarmee een impuls kan worden gegeven aan de Taalbank Nederlands. Met die extra financiën dient het INL tevens de tekorten in de begroting voor de Centrale voor Taal- en Spraaktechnologie af te dekken.
In het licht van het voorafgaande wordt het INL verzocht om bij de Nederlandse Taalunie een uitgewerkt projectvoorstel met begroting in te dienen voor de Taalbank Nederlands in 2011 en 2012. Het voorstel moet aantoonbaar inspelen op behoeften in het veld en in 2012 concrete resultaten opleveren. Het INL voorziet tevens in een sluitende begroting voor de Centrale voor Taal- en Spraaktechnologie.
Als absoluut plafond voor de aanvullende subsidie geldt binnen de financiële kaders van de Nederlandse Taalunie een bedrag van € 100.000 in 2011 en € 100.000 in 2012. In aanvulling hierop zullen Nederland en Vlaanderen, in de verhouding 2/3 - 1/3, via de Nederlandse Taalunie voorzien in een extra financiering van € 100.000 in 2011 en € 100.000 in 2012.
Het Comitévan Ministers mandateert de algemeen secretaris tot het verder opvolgen en afhandelen van dit besluit.

2. Neerlandistiek buiten het taalgebied

2.1 Actuele vragen
Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van knelpunten op het vlak van de neerlandistiek buiten het taalgebied en stemt ermee in dat er voor de afdelingen Nederlands in Nottingham en Rome een overbruggingssubsidie wordt toegekend voor een periode van drie jaar indien er afspraken kunnen worden gemaakt die een realistisch perspectief bieden op een voortzetting van die afdelingen na 2011. De Nederlandse Taalunie zal hiervoor de nodige ruimte creëren binnen haar begroting.

Het Comité van Ministers heeft opnieuw kennis genomen van het voorstel dat University College London (UCL) heeft ingediend voor de uitbreiding van zijn afdeling Nederlands (september 2008), alsook van de verduidelijking hierbij (februari 2009), en besluit niet in te kunnen gaan op het voorstel in zijn voorliggende vorm. De inspanningen van UCL worden door het Comité van Ministers niet evenredig geacht aan hetgeen van de Nederlandse Taalunie wordt verwacht en er kunnen onvoldoende garanties worden geboden voor de noodzakelijke financiële inbreng van derden. Het Comité van Ministers blijft bij zijn positieve intenties om de uitbreiding van de afdeling Nederlands aan UCL te ondersteunen en nodigt UCL dan ook uit om een nieuw voorstel in te dienen dat rekening houdt met bovenstaande opmerkingen.
Het Comité van Ministers reserveert ruimte op de agenda van zijn najaarsvergadering van 2009 om een nieuw voorstel van UCL te bespreken.

2.2 Heroverweging beleid Het Comité van Ministers verzoekt de algemeen secretaris het initiatief te nemen om samen met de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en betrokken ambtenaren een advies uit te werken waarbij het vigerende beleid van de Nederlandse Taalunie aangaande de universitaire neerlandistiek buiten het taalgebied wordt afgezet tegen de recente steunverzoeken van noodlijdende afdelingen Nederlands enerzijds en tegen de recente steunverzoeken voor het starten van nieuwe afdelingen Nederlands anderzijds. Tijdens zijn najaarsvergadering van 2009 kan het Comité van Ministers over dit advies beraadslagen en zo mogelijk een besluit nemen (zie ook besluit 3).

2.3 Meerjarenbegroting 2008-2012 IVN
Het Comité van Ministers acht het werk van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) een belangrijke ondersteuning voor het beleid van de Nederlandse Taalunie op het vlak van de neerlandistiek buiten het taalgebied.
Enkele ambities die de IVN in haar meerjarenbegroting 2008-2012 onder de noemer ‘media’ formuleert, komen tegemoet aan behoeften uit het veld. Met name de uitbreiding en vernieuwing van de mogelijkheden om kennis en informatie uit te wisselen en te publiceren, kunnen de professionalisering van de neerlandistiek buiten het taalgebied stimuleren. Ook de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren dringt in haar advies Naar een internationale en interdisciplinaire neerlandistiek onder andere aan op een ‘snelle en efficiënte (digitale) uitwisseling van informatie op het vakgebied’ en het ‘bevorderen van universitaire publicatiemogelijkheden en het gereedmaken van wetenschappelijke publicaties op het terrein van de internationale neerlandistiek’.
In dit licht besluit het Comité van Ministers aan het werk van de IVN een extra financiële impuls te geven. Om in 2010 een serieuze stap te kunnen zetten in de verwezenlijking van de eerder in dit besluit genoemde ambities, wordt een bedrag tot een maximum van € 50.000 vrijgemaakt. De IVN wordt uitgenodigd om, op basis van haar meerjarenbegroting 2008-2012 en in afstemming met het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie, een voorstel voor te leggen voor de besteding. Tijdens zijn najaarsvergadering van 2009 zal het Comité van Ministers zich beraden over een eventueel vervolgtraject voor de jaren 2011 en 2012.
Het Comité van Ministers stelt aan de extra financiële impuls aan het werk van de IVN ten minste de voorwaarden dat de vereniging haar representativiteit onder de neerlandici buiten het taalgebied verhoogt en de kwaliteit en status van haar eigen tijdschrift, evenals de individuele bijdragen daaraan, optimaliseert.
Het Comité van Ministers mandateert de algemeen secretaris tot het verder opvolgen en afhandelen van dit besluit.

3. Raadsadvies Naar een internationale en interdisciplinaire neerlandistiek
Het Comité van Ministers heeft met waardering kennis genomen van het advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren met als titel Naar een internationale en interdisciplinaire neerlandistiek. Het Comité van Ministers hecht net als de Raad aan een sterke neerlandistiek wereldwijd. Het wil dan ook met zorg nader kennis nemen van de aanbevelingen en in kaart laten brengen hoe die zo goed mogelijk ter harte kunnen worden genomen.

Bij een eerste algemene oriëntatie op het Raadsadvies heeft het Comité van Ministers vastgesteld dat een deel van de aanbevelingen de werkzaamheden van de Nederlandse Taalunie overstijgt. Een ander deel past daarentegen nadrukkelijk wel binnen haar werkzaamheden.
Het Comité van Ministers mandateert de algemeen secretaris om te onderzoeken welke acties vanuit het Algemeen Secretariaat en het Taaluniecentrum Nederlands als Vreemde Taal kunnen worden ondernomen om de plaats van de neerlandistiek op de internationale (wetenschappelijke) kaart te verankeren. In dit kader vraagt het Comité van Ministers aan de algemeen secretaris te inventariseren welke bestaande activiteiten reeds aansluiten op de aanbevelingen van de Raad, na te gaan hoe die kunnen worden versterkt of uitgebouwd en na te denken over welke eventuele nieuwe activiteiten op basis van de aanbevelingen van de Raad kunnen worden ontplooid.
Daarnaast verzoekt het Comité van Ministers de algemeen secretaris om een forum in te stellen waarin betrokkenen uit Nederland en Vlaanderen worden bijeengebracht om een gemeenschappelijke houding te bepalen ten opzichte van het Nederlands als wetenschappelijke publicatietaal.

Het Comité van Ministers gaat ook graag in op het aanbod van de Raad om, in samenspraak met het Algemeen Secretariaat en de betrokken ambtenaren van verschillende departementen, een aanvullend advies uit te brengen over de wijze waarop de Nederlandse Taalunie om kan gaan met uiteenlopende steunverzoeken van afdelingen Nederlands buiten het taalgebied (zie ook besluit 2.2).

Het Comité van Ministers agendeert de internationale neerlandistiek opnieuw op zijn najaarsvergadering van 2009. Zowel het voorliggende als het aanvullende advies van de Raad zal dan onderwerp van bespreking zijn.

4. Concept Actieplan 2010 en bijbehorende ontwerpbegroting Het Comité van Ministers stelt de ontwerpbegroting 2010 van de Nederlandse Taalunie vast en keurt het concept van het Actieplan 2010 goed.
De ontwerpbegroting 2010 is opgebouwd uit € 11.508.500 bijdragen en € 625.000 overige inkomsten. Van de bijdragen wordt € 7.892.500 ter beschikking gesteld door het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en € 3.616.000 door de Vlaamse overheid. Beide partijen reserveren dit bedrag voor het werkjaar 2010 op hun begroting.
Daarnaast stelt het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling van de Republiek Suriname capaciteit beschikbaar voor het realiseren van activiteiten in het kader van de Nederlandse Taalunie die gericht zijn op Suriname.
Het concept van het Actieplan 2010 en de ontwerpbegroting 2010 worden voor commentaar voorgelegd aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en de Interparlementaire Commissie.

5. Aangepaste werkwijzen actieplannen en financieel beheer

5.1 Aangepaste werkwijze actieplannen
Het Comité van Ministers beslist om de huidige werkwijze op het vlak van de besluitvorming rond de jaarlijkse actieplannen en bijbehorende begrotingen aan te passen. Voortaan zal het Comité van Ministers tijdens zijn voorjaarsvergadering (per werkterrein) enkel de hoofdlijnen voor het volgende jaar vaststellen, inclusief het financiële kader, en pas tijdens zijn najaarsvergadering het nader uitgewerkte actieplan en de verder gespecificeerde begroting.

5.2 Aangepaste werkwijze financieel beheer
Het Comité van Ministers beslist om de huidige werkwijze in de toepassing van artikel 16, derde lid, uit de Regeling Financieel Beheer van de Nederlandse Taalunie aan te passen. Met ingang van het begrotingsjaar 2009 wordt voor gehonoreerde projecten met een looptijd van meer dan één jaar, toegestaan dat de uitgaven, in weerwil van het hiervoor genoemde artikel 16, derde lid, gespreid, in gelijke delen, over de gehele looptijd van het project worden opgenomen. Deze afwijking geldt uitsluitend binnen de grenzen van een door het Comité van Ministers vastgesteld meerjarenbeleidsplan.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties