Voorzitter Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie
Kabinet van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel
Arenbergstraat 7
B-1000 BRUSSEL
België
Den Haag, 18 maart 2008
Advies over de Prijs der Nederlandse Letteren
Mijnheer de voorzitter,
Geachte heer Anciaux,
De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren boog zich over het verzoek van het Comité van Ministers om advies over de Prijs der Nederlandse Letteren. Het advies betreft de aard en omvang van de prijs en de wenselijkheid van een vervroeging van de uitreiking.
Het Comité verzocht de Raad eveneens een inschatting te maken van het draagvlak (zowel in het literaire veld als bij een breed publiek) voor een bepaald advies en een aantal aandachtspunten in zijn advies te betrekken (het letterenbeleid binnen het taalgebied, het literaire prijzenlandschap en de andere prijzen in Taalunieverband).
De Raad formuleerde zijn advies op zijn vergadering van 5 maart jl.
Herverdeling van de beschikbare middelen
Uitgaande van de overweging dat het in de begroting van de NTU ingeschreven bedrag voor de Prijs der Nederlandse Letteren feitelijk veel hoger is dan het effectieve prijzengeld, adviseert de Raad de verdeling van dit bedrag zou worden aangepast.
In het meerjarenbeleidsplan 2008-2012 van de NTU wordt elk jaar een bedrag van 20.000 euro ingeschreven voor de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren. Het over drie jaar gecumuleerde bedrag van 60.000 euro dat aldus beschikbaar is, wordt voor een deel als 'Prijs' vastgelegd en voor een deel gereserveerd om - zoals in het verleden ook steeds het geval is geweest - in overleg met de auteur activiteiten op te zetten die ten goede komen aan het oeuvre, zoals de heruitgave van een werk, een vertaling, enzovoort. (In de meerjarenbeleidsperiode 2003 - 2007 was jaarlijks een bedrag voorzien van 18.000 euro. Het over drie jaar gecumuleerde bedrag betrof 54.000 euro. Voor de nieuwe meerjarenbeleidsperiode is in een bescheiden verhoging van dit bedrag voorzien.)
De Raad adviseert de verdeelsleutel nu als volgt te wijzigen: 25.000 euro gaat naar de laureaat, 35.000 euro gaat naar omkaderende initiatieven ter ondersteuning van het oeuvre.
De Raad impliceert met zijn advies dat het bedrag van de Prijs aan een herwaardering toe is, maar dat het niet wenselijk of noodzakelijk is in competitie te gaan met de commerciële prijzen en de bedragen die daarvoor worden uitgetrokken.
De Raad adviseert het bedrag van de Prijs regelmatig - elke 6 jaar ofwel steeds na twee uitreikingen - te corrigeren voor inflatie en het aan de auteur uit te keren bedrag daarbij af te ronden.
De Raad beklemtoont dat zijn advies geen consequenties heeft op de Taaluniebegroting en dat er dus geen andere activiteiten in het gedrang komen.
Betere communicatie
Bovendien acht de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren het van groot belang dat over bovenstaande duidelijk en helder gecommuniceerd wordt. Immers, ook in het verleden bedroeg het eigenlijk bedrag dat aan de laureaat werd besteed al meer dan de 16.000 euro die in het voorbije jaar veelvuldig in de pers kwam. Van de bijkomende activiteiten ten behoeve van het oeuvre die uit dit bedrag worden gefinancierd, is echter nooit of onvoldoende melding gemaakt. De Raad is van oordeel dat aan de gemeenschap duidelijk mag en moet worden gemaakt dat, behalve een bedrag rechtstreeks aan de laureaat, daarnaast een substantieel bedrag wordt uitgetrokken om de laureaat de gewenste eer te betonen en publiciteit te verschaffen.
Volgende uitreiking
De Raad ziet geen reden om de periodiciteit van de uitreiking van de Prijs te doorbreken. Jeroen Brouwers blijft immers de laureaat van de Prijs der Nederlandse Letteren 2007. Zijn weigering om de prijs te ontvangen doet niets af aan de beslissing van de jury over de voordracht en de toekenning van de Prijs. De Raad adviseert dus om de volgende Prijs der Nederlandse Letteren, volgens de reguliere planning, in 2010 uit te reiken.
De Raad stelt echter voor die uitreiking aan het Belgische hof te laten plaatsvinden. Door omstandigheden is dat twee keer niet kunnen gebeuren. Aangezien het belangrijk is dat zowel Nederland als Vlaanderen (België) op dergelijke prestigieuze momenten een rol spelen, zou een uitreiking in Brussel in 2010 een mooi gebaar zijn.
Prijzenbeleid Taalunie
Tot slot heeft de Raad zich ook gebogen over het prijzenbeleid van de Taalunie in het algemeen. De Raad is van mening dat dit een aandachtspunt dient te zijn en wil verder onderzoeken of ook de andere werkterreinen van de Taalunie, bijvoorbeeld het gebied van het taalgebruik, in dit beleid betrokken kunnen worden. Het Comité van Ministers mag op dit punt op korte termijn initiatieven van de Raad tegemoet zien.
Draagvlak
De Raad verwacht dat zijn advies op bijval mag rekenen van zowel het literaire veld, als van een breed publiek. Er is sprake van een realistisch prijsbedrag, gepaard gaande met een extra bedrag voor gepaste activiteiten en publiciteit ter ondersteuning van het letterenveld in het algemeen en het oeuvre van de laureaat in het bijzonder. Tegelijkertijd vervult de Taalunie hiermee haar rol als publieke organisatie die waardering wil uiten en het letterenveld wil ondersteunen, zonder zich te laten meeslepen in een financiële concurrentiestrijd.
Met dit advies, mijnheer de voorzitter, bevestigt de Raad dat de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren zijn prestigieuze karakter behoudt en blijvend waardering uitdrukt voor de (gelauwerde) schrijvers in Nederland, Vlaanderen en Suriname.
Desgewenst is de Raad uiteraard graag bereid dit advies verder toe te lichten.
Met vriendelijke groeten,
Leen van Dijck
voorzitter Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties