De heer B. Anciaux
Voorzitter van het Comité van Ministers
van de Nederlandse Taalunie
Kabinet van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel
Arenbergstraat 7
B-1000 BRUSSEL
België
Den Haag, 5 februari 2008
Betreft: Taalcompetenties van (aankomende) leerkrachten
Mijnheer de voorzitter,
Hierbij ontvangt u een advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren in zake onderwijs Nederlands. De Raad vindt samenwerking rond het onderwijs van en in het Nederlands in het kader van de Nederlandse Taalunie van groot belang. In juli 2006 heeft de Raad een algemeen advies over onderwijs uitgebracht. De Raad is toen bewust niet ingegaan op specifieke deelaspecten van het onderwijs Nederlands, maar kondigde wel aan in de toekomst bijkomende adviezen op te maken. De Raad apprecieert het dat, naar aanleiding van het vorige advies, het Comité van Ministers al extra inspanningen heeft gedaan. De bijkomende adviezen, waarvan het nu voorliggende advies er één is, hoeven niet per definitie steeds financiële gevolgen te hebben.
De taalcompetenties van (aankomende) leerkrachten op het gebied van onderwijs in en van het Nederlands.
Centraal aandachtspunt in onderhavig advies zijn de taalkwaliteiten/taalcompetenties van leerkrachten op het gebied van onderwijs in en van het Nederlands. Het gaat dus niet alleen om leerkrachten Nederlands maar om alle leerkrachten die les geven in het Nederlands.
In het onderwijsadvies van juli 2006 gaf de Raad een vijftal adviezen over het onderwijs in en van het Nederlands, elk met een toelichting. Al die adviezen raken aan de beoogde taalkwaliteit van de leraar en de zorg van de Raad daarover. Om een paar voorbeelden te noemen:
- Advies 2 betrof de aanbeveling om te komen tot een systematische en longitudinale beschrijving van de praktijk van het onderwijs Nederlands om antwoord te krijgen op vragen als:
- Advies 3 betrof de aanbeveling in de komende jaren geen nieuw algemeen onderwijsconcept te ontwikkelen maar ingezette onderwijsvernieuwingen uit te werken en te verbeteren. Belangrijk aandachtspunt daarbij was naar het oordeel van de Raad de veranderende rol van de leerkracht en de veranderende invulling van het onderwijs Nederlands op pabo’s en lerarenopleidingen.
- Advies 5 betrof de aanbeveling speciale aandacht te geven aan het vak Nederlands in het beroepsonderwijs. De Raad sprak zijn zorg uit over de niet aflatende uitstroom van te laag geletterden en merkte op dat gebrekkige taalvaardigheid vaak een factor is bij algemene achterstand. Het vak Nederlands is in veel gevallen geïntegreerd in de beroepsopleiding. Elke leraar zou dus ook een taalleerkracht moeten zijn. In de praktijk is echter niet elke leerkracht daar voldoende voor toegerust.
- Hoe wordt in de praktijk omgegaan met taalcorrectheid?
- Hoe reageren leerkrachten in de praktijk op nieuwe vormen van diversiteit?
- Aan welke aspecten van taal wordt op dit moment aandacht besteed?
- Wat zijn de gevolgen van nieuwe onderwijsvormen, zoals het nieuwe leren en competentiegericht onderwijs, voor de (didactiek van) het onderwijs Nederlands?
Dat de Raad in onderhavig advies expliciet aandacht vraagt voor de taalcompetenties van leerkrachten komt dus enerzijds voort uit zijn eerder advies. De Raad onderstreept dat hij het van groot belang vindt dat de (beginnende) leerkrachten in Nederland en Vlaanderen beter voorbereid worden op de taalvaardigheidseisen die dag in dag uit aan hen gesteld worden.
Daarnaast wordt dat belang onderstreept door het feit dat het thema maatschappelijk en politiek sterk de aandacht heeft. In Nederland bijvoorbeeld door de discussie over de taalvaardigheid van aankomende leerkrachten (media) en het onderwijsrapport van de Adviescommissie Leraren onder voorzitterschap van de heer Rinnooy Kan en het advies van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen; in Vlaanderen door de talenbeleidsnota van de Vlaamse minister van onderwijs, de heer Frank Vandenbroucke. De Adviescommissie Leraren pleit voor meer kwaliteit van leraren. Minister Vandenbroucke wil een actieve taalpolitiek voeren en een goed gebruik van het Nederlands in het onderwijs stimuleren en tegelijkertijd meertaligheid bevorderen. Als een van de hefbomen ziet hij de professionaliteit, de taalvaardigheid van elke leraar. In dat verband wijst hij ook naar de publicatie Dertien doelen in een dozijn van de Nederlandse Taalunie die precies deze zorg voor taal en leren, in welk vak ook, als onderwerp heeft.
Zoals gezegd heeft de aandacht voor de taalkwaliteiten van de leraar in Vlaanderen inmiddels veel status gekregen. Dertien doelen in een dozijn. Een referentiekader van leraren in Nederland en Vlaanderen (*) is in de Talenbeleidsnota vernoemd als de inspiratiebron voor de expliciete toevoeging van taalcompetenties aan de basiscompetenties van de beginnende leraar. In Nederland is dit in de Wet op de Beroepen in het Onderwijs niet het geval.
Wij adviseren om op beleidsniveau méér afstemming te bewerkstelligen tussen Nederland en Vlaanderen ten einde ook in Nederland die 13 doelen een vergelijkbare status te geven als in Vlaanderen, bijvoorbeeld door ze op te nemen in de Wet op de Beroepen in het Onderwijs. Vervolgens zal daar ook een implementatie op moeten volgen. Dat zal in de initiële (leraren)opleidingen moeten plaatsvinden maar ook op het gebied van nascholing. De Nederlandse Taalunie zou daar een belangrijke ondersteunende rol in kunnen spelen. Zij kan bijvoorbeeld een jaarlijkse conferentie organiseren over hoe beleid, inzichten uit onderzoek en dergelijke naar de praktijk kunnen worden vertaald.
Als zo’n belangrijke publicatie wordt opgesteld, die zoveel teweegbrengt, is het naar de mening van de Raad goed om ook de implementatie daarvan te ondersteunen. Om een en ander daadwerkelijk te kunnen realiseren, adviseren wij het bestaande onderwijsbudget van de Taalunie te verhogen.
In samenhang met het voorgaande wil de Raad graag zijn lof uitspreken over een aantal perspectiefrijke projecten die de Nederlandse Taalunie de laatste jaren op het gebied van onderwijs in en van het Nederlands heeft opgezet. We denken daarbij aan projecten als Het Nieuwe Leren (inventarisatie van kansen en bedreigingen voor het schoolvak Nederlands binnen nieuwe vormen van leren), Laaggeletterdheid, Taalforum (good practices en NT2) en de Taaltweedaagse (tweedaagse conferentie voor studenten van lerarenopleidingen primair onderwijs uit Nederland, Vlaanderen en Suriname). Deze projecten hebben een hoog niveau en passen uitstekend in de visie van het vergroten van de taalkwaliteiten van (aankomende) leerkrachten. Het is in die context dat de Raad echter opmerkt dat er te weinig middelen op de Taaluniebegroting staan om deze hoge standaard en effectiviteit ook in de toekomst te garanderen voor dit terrein. De Raad adviseert daarom ook de middelen voor onderwijs substantieel te verhogen.
Met vriendelijke groet en tot nadere toelichting bereid,
Leen van Dijck
voorzitter Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
(*)
In 2001 signaleerde het Platform Onderwijs Nederlands (PON) dat de taalvaardigheid van aankomende leraren in het basis-/primair en secundair/voortgezet onderwijs in alle schoolvakken en leer- en vormingsdomeinen om een bijzondere aanpak in de lerarenopleidingen vraagt. Het Comité van Ministers deelde deze zorg en ondersteunde het idee om in Nederlands-Vlaams perspectief initiatieven te ontplooien die bijdragen tot verbetering van de taalvaardigheid van aankomende leraren. De Nederlandse SLO (Specialisten in Leerprocessen) en de Vlaamse DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling) hebben het initiatief ondersteund en als projectuitvoerders werden Harry Paus (SLO), Rita Rymenans (Universiteit Antwerpen) en Koen van Gorp (Steunpunt NT2) aangezocht. Zo ontstond in 2003 Dertien doelen in een dozijn: Referentiekader voor taalcompetenties van leraren in Nederland en Vlaanderen. Terreinen waarop de aankomende leraren daarmee ondersteund kunnen worden betreffen hun eigen vaardigheden op 3 onderdelen. Te weten:
- Advies van de Raad over een in te stellen Prijs der Nederlandse Taal
- Advies van de Raad over internationale neerlandistiek
- Advies van de Raad over Prijs der Nederlandse Letteren
- Advies van de Raad over taalcompetenties leerkrachten
- Advies van de Raad over onderwijs Nederlands
- Advies inzake Nederlands-Vlaams Letterenbeleid
- Advies inzake taalvariatie
- Advies inzake verticale prijsbinding voor boeken in Nederland en Vlaanderen
- Advies inzake de erkenning van het Zeeuws als regionale taal
- Advies inzake taalbeleid in Europees perspectief
- Advies inzake een gezamenlijk Nederlands-Vlaams leesbevorderingsbeleid
- Advies inzake 'sociaal taalbeleid'
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties