Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
De Vice-voorzitter en Gemeenschapsminister van Cultuur en de Gemeenschapsminister van Onderwijs van de Vlaamse Executieve en de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van het Koninkrijk der Nederlanden:
Constaterend dat, krachtens artikel 1 van het op 9 september 1980 te Brussel ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden, de Nederlandse Taalunie is ingesteld;
Optredend als Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie;
Overwegend dat het, om de Nederlandse Taalunie operationeel te maken, wenselijk is een voorbereidende structuur in het leven te roepen;
Besluiten tot de instelling, met ingang van 1 januari 1982, van de Nederlandse Taalunie in oprichting, in dit besluit verder aan te duiden als de Taalunie i.o.;
en besluiten verder als volgt:
Artikel 1
Taak van de Taalunie i.o. is datgene te doen dat leidt tot de totstandkoming van de Organen van de Nederlandse Taalunie - Comité van Ministers, Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, Interparlementaire Commissie, Algemeen Secretariaat - en het scheppen van omstandigheden waarin de Nederlandse Taalunie haar werkzaamheden op doeltreffende wijze kan beginnen.
Artikel 2
Het beleid van de Taalunie i.o ligt bij het Comité van Ministers. Het Comité kan zich doen bijstaan door een college van deskundigen waarin elk van de leden van het Comité is vertegenwoordigd.
Artikel 3
De voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de Taalunie i.o. geschieden door een Algemeen Secretariaat, dat bestaat uit een Algemeen Secretaris, een plaatsvervangend Algemeen Secretaris en een aantal medewerkers. Het Comité van Ministers stelt de personeelssamenstelling van het Algemeen Secretariaat vast. Tot ambtenaar van het Algemeen Secretariaat worden alleen aangewezen personen die een ambtelijke of een analoge rechtspositie hebben. De leden van het Algemeen Secretariaat blijven in rechtspositionele zin ambtenaar van het departement/de instelling van waaruit zij worden gedetacheerd. Het Algemeen Secretariaat vormt evenwel een geheel dat als zodanig ten dienste staat van het Comité van Ministers.
Artikel 4
Het Comité van Ministers stelt de Algemeen Secretaris, de plaatsvervangend Algemeen Secretaris en andere hoofdmedewerkers aan en bepaalt het einde van de aanwijzing. De Algemeen Secretaris wijst de overige personeelsleden van het Algemeen Secretariaat aan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 en na daartoe de instemming van het Comité van Ministers te hebben verkregen.
Artikel 5
De Taalunie i.o. bezit rechtspersoonlijkheid. Zij heeft haar zetel te 's-Gravenhage. Zij kan contracten naar burgerlijk recht sluiten, roerende goederen verwerven en vervreemden, particuliere en openbare gelden ontvangen en uitgeven, alsmede in rechten optreden. Zij wordt hiertoe vertegenwoordigd door de Algemeen Secretaris.
Artikel 6
De beide regeringen verstrekken de Taalunie i.o. de voor de uitvoering van haar taak benodigde financiële middelen in een zodanige verhouding dat de Vlaamse Executieve éénderde en de Nederlandse regering tweederde van de kosten betaalt. Het Comité van Ministers heeft de bevoegdheid in daartoe aanleiding gevende gevallen te besluiten dat hiervan zal worden afgeweken. Het Comité van Ministers stelt de begroting van de Taalunie i.o. en eventuele regelen omtrent het financieel beheer vast.
's-Gravenhage, 27 januari 1982
De Vice-voorzitter en Gemeenschapsminister van Cultuur: K. Poma
De Gemeenschapsminister van Onderwijs: J. Lenssens
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen: dr J.A. van Kemenade
De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk: A. van der Louw
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties