taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

Bijlage bij besluit 5 - 60ste CM

Bijlage bij besluit van het Comité van Ministers d.d. 26 april 2004 over de statutenwijziging van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren Statuten van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren



De statuten van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren zijn door het Comité van Ministers vastgesteld op 16 mei 1983 en gewijzigd op 14 april 1987, 19 januari 1994, 28 september 1998, december 1999 en 26 april 2004. De statutenwijziging in 1998 is voortgekomen uit het besluit van het Comité van Ministers in oktober 1996 over een gewijzigde samenstelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren. De bewindslieden gaven te kennen de voorkeur te geven aan een kleiner adviesorgaan met gezaghebbende leden, die specialistische kennis combineren met een generalistische visie op taal- en letterenbeleid.

Artikel 1
De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, hierna te noemen de Raad, oefent zijn functie en taken uit krachtens de artikelen 6 en 12 van het op 9 september 1980 te Brussel tot stand gekomen Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie, hierna te noemen het Verdrag.

Artikel 2
In de Raad zijn verenigd personen die op grond van hun deskundigheid op het terrein van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin, beleidsmatig kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Nederlandse Taalunie. Zij vertegenwoordigen geen organisatie of instelling.

Artikel 3
Conform hetgeen bepaald is in de artikelen 12 en 14 van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie, heeft de Raad tot taak:
- aan het Comité van Ministers te adviseren over de hoofdlijnen van het beleid van de Nederlandse Taalunie;
- desgevraagd of uit eigen beweging adviezen uit te brengen aan derden op het terrein van de Nederlandse taal en letteren, indien hij dit voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Taalunie gewenst acht;
- met behoud van de verantwoordelijkheid van het Comité van Ministers in dezen, te zorgen voor de samenstelling van de Woordenlijst Nederlandse taal in het kader van de uitvoering van de spellingsopdracht van de Nederlandse Taalunie zoals bepaald in artikel 4 lid b van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie.

De Raad vervult een actief signalerende rol en beïnvloedt de hoofdlijnen van de politieke agenda van de Taalunie. De leden van de Raad anticiperen op ontwikkelingen. Zij geven aan welke onderwerpen op hun terrein(en) in de komende jaren centraal zullen staan en wat daarvan de maatschappelijke en politieke relevantie is, met name in Nederlands-Vlaams verband.

Artikel 4
1. De Raad stelt ieder jaar in zijn eerste vergadering (minimaal zes weken voor de voorjaarsvergadering van het Comité van Ministers) een advies vast over de hoofdlijnen van het jaarlijkse actieplan en de ontwerpbegroting van de Taalunie voor het daaropvolgende jaar.
2. De Raad stelt ieder jaar in zijn tweede vergadering (minimaal zes weken voor de najaarsvergadering van het Comité van Ministers) een advies vast voor de uitwerking van het actieplan van de Nederlandse Taalunie voor het daaropvolgende jaar.

Artikel 5
1. De Raad komt tenminste vier keer per jaar bijeen in een Algemene Vergadering en voorts zo dikwijls als het Bureau, zoals bedoeld in artikel 9, lid 1 van deze statuten, het nodig acht of tenminste vier leden het nodig achten, dan wel een verzoek om een advies van het Comité van Ministers daartoe noopt.
2. De Raad stelt zijn adviezen vast in een Algemene Vergadering.
3. Het Bureau stelt de plaats, datum en de agenda van de Algemene Vergaderingen vast en bereidt deze vergaderingen voor.
4. Het Bureau oefent toezicht uit op de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Raad.
5. In geval het Comité van Ministers in een met redenen omkleed verzoek om een spoedadvies vraagt, brengt de Raad zijn advies schriftelijk uit binnen een termijn van vijftien werkdagen.

Artikel 6
1. De Algemene Vergaderingen van de Raad zijn openbaar tenzij de Raad of het Comité van Ministers anders beslist op basis van gegronde redenen.
2. De adviezen van de Raad zijn openbaar tenzij naar het oordeel van de Raad of het Comité van Ministers openbaarheid de belangen van personen of instellingen kan schaden.

Artikel 7
1. De Raad bestaat uit twaalf leden, waarbij Nederland en Vlaanderen in beginsel gelijkelijk vertegenwoordigd zijn.
2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel kan een kandidaat van niet Belgische of niet Nederlandse nationaliteit aangesteld worden als lid van de Raad indien de selectiecommissie van mening is dat de deskundigheid van de persoon de Raad completeert. Het buitenlands lid wordt gerekend tot de nationaliteitsgroep van zijn eigen voorkeur.
3. Bij de samenstelling van de Raad ligt de nadruk op kennis van en betrokkenheid bij Taalunie-aangelegenheden en op bestuurlijk inzicht. Leden van de Raad moeten erkend en herkend worden als gezaghebbende specialisten op hun eigen terrein, die vanuit een breed perspectief verbanden kunnen leggen met andere sectoren. Hun gezamenlijke deskundigheid dient alle belangrijke beleidsterreinen van de Taalunie te bestrijken. Van de raadsleden wordt een initiërende houding verwacht. Naast visie zijn (conceptuele) overtuigingskracht en gevoel voor strategie belangrijke vereisten.
4. Vacatures voor de Raad worden openbaar bekend gemaakt. Personen kunnen zich op basis van een advertentie kandidaat stellen of anderen voor het lidmaatschap voordragen. De voorzitter en de vice-voorzitter van de Raad en de Algemeen Secretaris van de Taalunie vormen de selectiecommissie. Na een meerderheidsinstemming van de voltallige Raad, draagt de selectiecommissie een kandidaat voor benoeming voor aan het Comité van Ministers.
5. De leden van de Raad worden benoemd door het Comité van Ministers.

Artikel 8
1. De leden van de Raad worden benoemd voor de duur van twee jaar, met een eenmalige mogelijkheid van onmiddellijke herbenoeming. Na een onderbreking van vier jaar kan een oud-lid opnieuw tot lid van de Raad benoemd worden.
2. Het lidmaatschap van degene die wordt benoemd ter opvolging van het lid wiens lidmaatschap tussentijds wordt beëindigd, start op de eerste Algemene Vergadering waarvoor het nieuwe lid wordt uitgenodigd. Voor hem/haar geldt een termijn zoals omschreven in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 9
1. Het Bureau bestaat uit de voorzitter en vice-voorzitter.
2. De Raad wijst uit zijn midden twee leden aan die voor de periode van maximaal twee jaar de functie van respectievelijk voorzitter en vice-voorzitter vervullen.
3. Tijdens de laatste vergadering in de termijn van de (vice-) voorzitter wordt bij geheime schriftelijke stemming een nieuwe (vice-) voorzitter gekozen.
4. Het verdient aanbeveling dat de voorzitter en de vice-voorzitter van verschillende nationaliteit zijn en dat opeenvolgende (vice-) voorzitters van verschillende nationaliteit zijn.
Artikel 10
1. De Raad kan commissies ad hoc instellen.
2. De Raad stelt de taak en de samenstelling vast per commissie.
3. De commissies brengen een advies uit aan de Raad.
4. Vergaderingen en adviezen van de commissies zijn niet openbaar.

Artikel 11
1. Onder de Raad ressorteert een permanente commissie, de Werkgroep Spelling.
2. De Werkgroep Spelling bestaat uit maximaal zes leden en een secretaris.
3. De Werkgroep Spelling heeft tot taak de tienjaarlijkse herzieningen van de Woordenlijst Nederlandse taal voor te bereiden.
4. De Werkgroep Spelling geeft jaarlijks een schriftelijke voortgangsrapportage aan de Raad. De Raad bezorgt het rapport van de Werkgroep aan het Comité van Ministers en formuleert daarbij een advies.

Artikel 12
1. De Raad wordt bijgestaan door een secretaris.
2. De secretaris wordt benoemd door de Algemeen Secretaris.
3. De secretaris bereidt in overleg met het Bureau de Algemene Vergaderingen voor en draagt zorg voor de notulen van deze vergaderingen.
4. Het Algemeen Secretariaat ondersteunt bij de opvolging van de raadsbesluiten en -afspraken. Het Algemeen Secretariaat draagt tevens zorg voor de ondersteuning van commissies ad hoc van de Raad.

Artikel 13
De leden van de Raad ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen van de Raad vergoedingen zoals zijn vastgesteld door het Comité van Ministers.

Artikel 14
Tenzij in de statuten anders is bepaald, neemt de Raad zijn besluiten bij gewone meerderheid van stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is.

Artikel 15
De statuten kunnen worden gewijzigd op voorstel van ten minste tweederde van het aantal leden in een vergadering waarin ten minste tweederde van de leden aanwezig is. Het Comité van Ministers stelt de wijziging van de statuten vast.

Artikel 16
In gevallen waarin de Statuten niet voorzien, beslist de Raad op voorstel van het Bureau. Geschillen van toepassing van de Statuten worden ter beslissing voorgelegd aan het Comité van Ministers.
© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties