taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

Instellingsbesluit PON

Instellingsbesluit ten behoeve van een Platform Onderwijs Nederlands

De algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie besluit, gelet op het Verdrag van 9 september 1980 inzake de Nederlandse Taalunie, met name op de bepalingen genoemd in art. 2, art. 4 lid e en art. 5 lid b en c tot verlenging van de instellingstermijn van het Platform Onderwijs Nederlands.

Artikel 1 - Instelling
In 1994 heeft het Comité van Ministers het Platform Onderwijs Nederlands ingesteld als overlegorgaan op het terrein van onderwijs in en van het Nederlands binnen het taalgebied. De instellingstermijn van het platform werd sindsdien telkens verlengd. Met ingang van 2003 berust de bevoegdheid tot het instellen van het platform bij de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie. De algemeen secretaris verlengt de instellingstermijn van het Platform Onderwijs Nederlands per 1 januari 2008.

Artikel 2 - Doel
Het platform vormt een denktank voor het Algemeen Secretariaat bij het uitwerken en uitvoeren van Taaluniebeleid ten aanzien van het onderwijs Nederlands binnen het taalgebied. In het platform wordt uitwisseling tussen deskundigen bevorderd.

Artikel 3 - Taken
Het Platform Onderwijs Nederlands adviseert het Algemeen Secretariaat over beleid rond onderwijs Nederlands. Het platform signaleert belangwekkende evoluties en onderwerpen die in Nederlands-Vlaams verband aandacht verdienen. Het platform richt zich voornamelijk op de zwaartepunten die in het meerjarenbeleidsplan van de Taalunie aangebracht zijn.

Het platform bepaalt in een prioriteitenplan aan welke onderwerpen het aandacht wil besteden. Het platform bepaalt de eigen agenda, maar zoekt nadrukkelijk afstemming met de wensen en verzoeken van het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie. Het meerjarenbeleidsplan 2008-2012 dient daarbij als leidraad.

Het platform kan ingaan op adviesvragen van alle organen van de Nederlandse Taalunie, met name het Comité van Ministers, de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, de Interparlementaire Commissie en het Algemeen Secretariaat. Adviezen gevraagd door of bedoeld voor het Comité van Ministers zullen het Comité bereiken via de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, het verdragsrechtelijke adviesorgaan van de Taalunie. De Raad kan bij het advies desgewenst een eigen advies formuleren. Adviezen gevraagd door of bedoeld voor de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en de Interparlementaire Commissie worden via het Algemeen Secretariaat aan de betreffende instantie bezorgd.

De adviezen van het Platform zijn niet bindend.

Artikel 4 - Termijn
Deze beschikking treedt in werking op 1 januari 2008 en vervalt op 31 december 2012. De beslissing over een nieuwe instellingsperiode is afhankelijk van de uitkomst van een evaluatie, beschreven in artikel 8. Op basis van deze evaluatie zal de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie beslissen over een nieuwe instellingstermijn.

Artikel 5 - Samenstelling
Het Platform Onderwijs Nederlands bestaat uit mensen die werkzaam zijn in een of meerdere van de uiteenlopende terreinen van het onderwijsveld Nederlands: beleid, onderzoek, inspectie, opleiding, (na)scholing/(na)vorming, ontwikkeling en praktijk.

5.1 Leden
De leden worden op persoonlijke titel aangezocht vanwege hun deskundigheid op een bepaald terrein en hun positie in het veld. Zij vertegenwoordigen geen organisatie. Ze werken zonder last of ruggespraak. Zij kunnen zich niet laten vervangen.

In het platform hebben maximaal 14 leden zitting, inclusief de voorzitter en ondervoorzitter. Er wordt gestreefd naar een evenwichtige Nederlands-Vlaamse samenstelling.

De algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie stelt de leden aan. De voorzitter van het platform wordt geraadpleegd bij deze beslissing. Leden ontvangen een aanstellingsbrief van de algemeen secretaris ter bekrachtiging van hun benoeming. Leden hebben 2,5 jaar zitting in het platform. Leden zijn voor één termijn herbenoembaar. De algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie stelt een rooster voor aftreding vast.

Het lidmaatschap van het platform eindigt in geval van ontslag of overlijden van het desbetreffende lid, of in geval van opzegging van het platform. De algemeen secretaris heeft de bevoegdheid om leden die meer dan twee keer na elkaar afwezig zijn te ontslaan en hen al dan niet te vervangen. De voorzitter van het platform zal daarbij steeds om advies gevraagd worden. Leden kunnen op eigen verzoek ontslagen worden en wordt ontslag verleend in geval van opheffing van het platform.

5.2 Voorzitter, ondervoorzitter, secretaris
De algemeen secretaris stelt de voorzitter en ondervoorzitter van het platform aan. Hun voornaamste taken betreffen de vergaderorde en het begeleiden van het platform naar gezamenlijke besluiten of adviezen. Voorzitter en ondervoorzitter behoren bij voorkeur niet tot hetzelfde deel van het taalgebied. Zij worden benoemd voor 2,5 jaar en zijn voor één termijn herbenoembaar.

Het platform heeft een ambtelijk secretaris. De secretaris is een projectleider van het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie. Hij/zij heeft een raadgevende stem. Hij/zij verzorgt de communicatie tussen het platform en de overige organen van de Taalunie. Het Algemeen Secretariaat fungeert bijgevolg ook als vast postadres van het platform. De secretaris maakt de notulen van de vergaderingen van het platform. De notulen worden vastgesteld door het platform.

Artikel 6 - Werkwijze

6.1. Vergaderfrequentie
Het Platform Onderwijs Nederlands vergadert minimaal twee maal per jaar plenair.

6.2. Prioriteitenplan en rapportage
Het platform stelt een prioriteitenplan op voor de instellingsperiode. Het platform bezorgt de algemeen secretaris jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden.

6.3. Besluitvorming
Indien het platform tot gezamenlijke besluitvorming moet komen, worden besluiten genomen bij absolute meerderheid van de leden in een vergadering. Om besluiten te kunnen nemen, dient minimaal een meerderheid van het aantal leden aanwezig te zijn, waarvan tenminste drie leden uit ieder deel van het taalgebied. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Een lid dat blanco stemt, wordt geacht aan de stemming te hebben deelgenomen. Een blanco stem wordt, bij de bepaling of een besluit met de vereiste meerderheid is genomen, als niet uitgebracht beschouwd.

6.4 Ad hoc werkgroepen en uitvoering plannen
Voor de concrete invulling van het prioriteitenplan van het platform en/of het uitwerken van adviezen, kunnen ad hoc werkgroepen ingesteld worden. Hierbij kunnen eventueel externe deskundigen worden betrokken. Zij wonen de vergaderingen bij met raadgevende stem.
Als er wordt besloten om aan een bepaald onderwerp aandacht te besteden, kan een werkgroep ad hoc hieromtrent een voorstel uitwerken. Dit voorstel wordt besproken op de plenaire vergadering van het platform en gaat na vaststelling naar het Algemeen Secretariaat. De bevoegdheid om projectvoorstellen te honoreren, berust bij de algemeen secretaris. Hij/zij verbindt er zich toe zijn/haar besluit ten aanzien van projecten die door het platform werden voorgedragen, aan het platform toe te lichten. Het Algemeen Secretariaat neemt de praktische uitvoering van goedgekeurde projecten op zich, of besteedt deze uit aan derden.

6.5 Vacatieregeling
De voorzitter, ondervoorzitter en leden krijgen desgewenst voor het bijwonen van de officiële vergaderingen vacatiegeld, conform de daarvoor binnen de Nederlandse Taalunie geldende richtlijnen. Als zij daarom vragen kan het vacatiegeld geheel of gedeeltelijk worden overgemaakt aan hun werkgever. De Taalunie doet elk jaar mededeling van de uitgekeerde vacatiegelden aan de bevoegde belastingsdiensten in Nederland en België. De reiskosten worden vergoed volgens de bij de Nederlandse Taalunie geldende regeling. Voor de betaling van vacatie- en reiskostenvergoeding dienen leden jaarlijks een declaratieformulier in, ter controle van de persoonlijke gegevens.
Interne en externe leden van ad hoc werkgroepen kunnen voor de officiële werkgroepbijeenkomsten een beroep doen op de vacatie- en reiskostenregeling van het platform onder dezelfde voorwaarden als voor platform gelden.

De kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid zijn voor rekening van de Nederlandse Taalunie.

Artikel 7 - Archief
Het archief van het Platform Onderwijs Nederlands wordt bijgehouden door de Nederlandse Taalunie en geschiedt met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van de Archiefregeling Nederlandse Taalunie.

Artikel 8 - Evaluatieprocedure
Tijdens de instellingsperiode zal het Platform Onderwijs Nederlands minstens één zelfevaluatie uitvoeren ten behoeve van de algemeen secretaris. Deze zelfevaluatie wordt opgezet aan de hand van criteria/een evaluatiestramien, opgesteld door het Algemeen Secretariaat. Het evaluatierapport speelt een belangrijke rol bij de beslissing van de algemeen secretaris om de instelling van het platform al dan niet te vernieuwen.

Artikel 9 - Kennisgeving en bekendmaking
Het instellingbesluit ten behoeve van het Platform Onderwijs Nederlands wordt gepubliceerd op www.taalunieversum.org. Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de voorzitters van de organen van de Nederlandse Taalunie.
© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties