De nieuwe editie van de Woordenlijst kent een gefaseerd invoeringstraject. De Nederlandse Taalunie heeft volgens het Verdrag van 9 september 1980 de opdracht om de officiële spelling vast te stellen. De Taalunie heeft echter geen wetgevende bevoegdheid. Anders gezegd: de besluiten van de Taalunie zijn niet rechtstreeks bindend voor de burgers en/of specifieke groepen waarvoor die besluiten bedoeld zijn. De Taalunielanden moeten zelf de besluiten van de Taalunie in hun eigen interne rechtsorde integreren. Ook kunnen zij het volgen van de spelling voorschrijven aan burgers of groepen. Volgens de huidige wet- en regelgeving in Nederland en Vlaanderen moeten alleen de overheidsinstanties zelf en de officieel erkende onderwijsinstellingen de officiële spelling verplicht volgen. Er is dus hoe dan ook steeds nationale regelgeving vereist in Nederland, Vlaanderen en Suriname.
1. Bekrachtiging door de Nederlandse Taalunie
Het Comité van Ministers is het beslissingsorgaan van de Taalunie. Een van de taken van dit Comité is dat zij de herzieningsresultaten die de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren voorstelt moet bekrachtigen. Op die wijze verleent het Comité aan de spellingvoorschriften en aan de Woordenlijst Nederlandse Taal het gezag van de Nederlandse Taalunie.
Het Comité van Ministers heeft tijdens zijn bijeenkomst van 25 april 2005 de genoemde bekrachtigingsbesluiten genomen. Het gaat om een Aanvullend Spellingbesluit, een Woordenlijstbesluit en een Implementatiebesluit.
Het Aanvullend Spellingbesluit bleek nodig, omdat er ten aanzien van de bestaande spellingbesluiten een wijziging is, namelijk de afschaffing van de uitzondering voor plantnamen met een dierennaam als eerste deel (kattekruid, paardebloem worden kattenkruid, paardenbloem). Het Aanvullend Spellingbesluit bevat bovendien een amendement op artikel 12 van het Spellingbesluit van 21 maart 1994. De verwijzing in dat artikel naar de Taaladviescommissie wordt geschrapt, omdat die commissie inmiddels is opgeheven. De opdracht om de tienjaarlijkse herzieningen van de Woordenlijst inhoudelijk te begeleiden, wordt nu verstrekt aan de Werkgroep Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, conform het besluit van 15 april 2002. Hiermee doen de spellingbesluiten recht aan de beleidscontext die inmiddels is ontstaan voor de voorbereiding van nieuwe edities.
In het Woordenlijstbesluit bekrachtigt het Comité van Ministers van de Taalunie de aanpassingsvoorstellen van de Werkgroep Spelling. Het Comité van Ministers stelt daarin ook alle documenten vast die rechtstreeks met de nieuwe Woordenlijst samenhangen. Het gaat om de tekst van de leidraad, de principes voor de samenstelling en uitwerking van de trefwoordenlijst en een beknopte spellinglijst met woorden waarvan de spelling niet rechtstreeks af te leiden is uit de voorschriften zoals beschreven in de leidraad.
In het Implementatiebesluit geeft het Comité van Ministers opdracht aan de voorzitter van het Comité van Ministers en de algemeen secretaris om de Hoge Verdragsluitende Partijen officieel te informeren over de genomen spellingbesluiten. Daarnaast geeft het Comité opdracht om de Verdragspartijen daarbij te verzoeken om hun eigen interne rechtsorde aan de spellingbesluiten van de Taalunie aan te passen op de wijze die voor elk land geëigend is. Volgens het genoemde Implementatiebesluit zullen de Taalunielanden het verzoek krijgen om hun wetten en besluiten op dat gebied slechts te publiceren vanaf 15 oktober 2005. Bovendien krijgen Nederland en Vlaanderen het verzoek om de invoering van de spelling volgens de nieuwe Woordenlijst vast te stellen op 1 augustus 2006. De voorgestelde invoeringsdatum is zo gekozen dat hij in beide landen in de zomervakantie valt. Hierdoor wordt de nieuwe Woordenlijst voor de onderwijsinstellingen in Nederland en Vlaanderen van kracht vanaf het schooljaar 2006 - 2007. Als de Verdragspartijen dit verzoek inwilligen, zal de invoering in Nederland en Vlaanderen gelijktijdig gebeuren. Onderwijsinstellingen en producenten van leermethodes en schoolboeken krijgen zo voldoende tijd om zich op de nieuwe situatie voor te bereiden.
De Republiek Suriname heeft bij zijn associatie met de Nederlandse Taalunie aangegeven dat zij de spelling van de Taalunie zal invoeren. Dat zal naar verwachting niet gelijktijdig met de beide andere landen kunnen gebeuren. Suriname moet namelijk nog een inhaalslag maken, omdat de spellinghervorming van 1995 tot nu toe niet is toegepast in het land.
2. Beschikbaarheid basisgegevens voor uitgevers en producenten van taalbronnen
De eerste stap in het invoeringstraject na de bovengenoemde besluiten van het Comité van Ministers vindt plaats op 15 juni 2005. Op die dag zullen uitgevers die dat wensen, de beschikking krijgen over de basisgegevens. Daarmee moeten zij snel en accuraat hun eigen producten aan de nieuwe Woordenlijst kunnen aanpassen.
De volgende basisgegevens zullen via het internet beschikbaar komen:
- De Technische Handleiding, dit wil zeggen de volledige set met officiële voorschriften en niet-officiële criteria en principes die door de Werkgroep Spelling zijn gehanteerd bij het vaststellen van de spelling van de trefwoorden in de Woordenlijst. Hetzelfde document is eerder ter beschikking gesteld aan de partijen waarmee de Taalunie in het Platform Nederlandse Spelling samenwerkt.
- De beknopte Spellinglijst met de woorden waarvan de spelling niet rechtstreeks is af te leiden uit de voorschriften, criteria en principes die zijn beschreven in de Technische Handleiding. Het gaat voornamelijk om bastaardwoorden en vreemde woorden, maar ook om versteende samenstellingen en uitdrukkingen met versteende naamvallen.
- Eventueel, na gebleken haalbaarheid, een omspelprogramma, dit wil zeggen een applicatie waarmee spellingen-1995 worden opgespoord en vervangen door spellingen-2005.
De uitgevers die de bovengenoemde basisgegevens vanaf 15 juni willen ontvangen, moeten hiertoe een aanvraag indienen bij de Nederlandse Taalunie. Daarbij zullen zij een licentieovereenkomst moeten ondertekenen. Hierin is vastgelegd dat de basisgegevens kosteloos ter beschikking worden gesteld met het uitsluitend doel dat de betrokkenen hun eigen, bestaande producten aan de nieuwe Woordenlijst kunnen aanpassen.
Op 15 oktober 2005 verschijnt de Woordenlijst Nederlandse Taal. Op of rond dezelfde datum zullen ook andere spellingbronnen, zoals woordenboeken en spellingcheckers, op de markt komen. Alle producten die met de Taalunie hebben meegewerkt binnen het Platform Spelling zullen het spellingkeurmerk van de Taalunie dragen (zie bijlage 3). Vanaf de genoemde publicatiedatum zal ook de nieuwe versie van de taaladviesvoorziening Taaladvies.Net via het internet zijn te raadplegen. Daarin zullen alle bestaande spellingadviezen aan de nieuwe Woordenlijst zijn aangepast en zullen ook antwoorden worden gegeven op vragen die specifiek over de veranderingen gaan.
Als de regeringen van Nederland en Vlaanderen instemmen met het voorstel van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie dan zal de nieuwe Woordenlijst verplicht worden gesteld aan overheid en onderwijs met ingang van 1 augustus 2006.
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties