taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie » persberichten »

Jip-en-janneketaal helpt niet

Amsterdam, 24 november 2008

Jip-en-janneketaal helpt niet
Taalunie debatteert over burger, taal en overheid

Ambtenaren zijn kritischer over hun eigen taalgebruik dan burgers. Dat is een van de verrassende resultaten van een enquête van de Nederlandse Taalunie. Tijdens een debat in Amsterdam kregen zij het advies niet te communiceren in jip-en-janneketaal. Dat helpt niet.

De Nederlandse Taalunie debatteerde op maandag 24 november over het thema Burger, Taal en Overheid. Aan het gesprek namen ambtenaren en burgers deel, en ook schrijvers en communicatiedeskundigen. De Nederlandse nationale ombudsman Alexander Brenninkmeijer stelde dat heldere overheidstaal een fundamenteel recht is van de burger. Alle inwoners van een land moeten immers kunnen begrijpen waar de overheid mee bezig is. De overheid moet daarom helder zijn over dat wat ze van de burger verwacht of wat ze hem te bieden heeft.

Ambtenaren zijn zich daar goed van bewust. Uit een enquête van de Taalunie blijkt zelfs dat ze kritischer zijn over hun eigen teksten dan de gemiddelde burger. Linde van den Bosch, algemeen secretaris van de Taalunie, noemde dat een mooi uitgangspunt voor campagnes om de taal in overheidscommunicatie te verbeteren.

Mee-denkend schrijven
Communicatiespecialist Ted Sanders van de Universiteit Utrecht zei niet te geloven in een sterk vereenvoudigd taaltje, met korte zinnen en alleen gemakkelijke woorden, de zogenaamde jip-en-janneketaal. Dat zou teksten over ingewikkelde onderwerpen net moeilijker maken om te begrijpen. Wat helpt, is de samenhang te verduidelijken.

Dat idee kwam ook uit de publieksenquête van de Taalunie: de burger vindt niet zozeer dat er te veel onbegrijpelijke woorden en zinnen staan in overheidsteksten. Wel dat die zo onpersoonlijk zijn. De ambtenaar zou minder moeten schrijven vanuit een organisatie, en meer moeten mee-denken met zijn lezer.

Meer normen, graag
Schrijver Benno Barnard en taalsociologe Reinhild Vandekerckhove (Universiteit Antwerpen) gingen in debat over de vraag of de overheid zich meer met taal moet bemoeien. Uit de enquête was immers gebleken dat tot 80% van de burgers vraagt om duidelijke regels voor grammatica, woordenschat en uitspraak. Taalnormen opleggen van boven uit, wil de Taalunie niet doen, zei Linde van den Bosch. Wel de normen die groeien uit het taalgebruik, helpen te verspreiden. Dat gebeurt onder meer via de website van de Taalunie.

De resultaten van de enquête staan, samen met een heleboel wetenswaardigheden, in Taalpeil, de jaarlijkse krant van de Taalunie. Die wordt in 300.000 exemplaren verspreid in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Tegelijk geeft de Taalunie een gratis boekje uit met taaltips voor ambtenaren. Op de website van de Taalunie gaat intussen het debat over overheidstaal door.

www.taalpeil.org

De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal en letteren en het onderwijs in en van het Nederlands. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Taalunie is te vinden op www.taalunieversum.org.


Noot voor de pers
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ludo Permentier, telefoon: +31 70 3469548, e-mail: info@taalunie.org.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties