taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2004

Nog nooit in de geschiedenis van de Taalunie Toneelschrijfprijs zijn er zoveel inzendingen geweest als dit jaar. Ruim honderd teksten hebben we de afgelopen periode gelezen en gewogen, teksten die het hele palet bestrijken, van groen tot rijp, van jeugd- tot volwassenentheater, van well made tot gefragmenteerd, van verhalend tot poëtisch, van brede gebaren tot intimiteit en van gelikt commercieel tot hyperintellectueel. Het is verheugend vast te stellen dat de toneelpraktijk veel gelegenheid biedt voor het ontwikkelen en presenteren van nieuw Nederlandstalig toneelrepertoire. Wat wel opvalt is dat het merendeel van de teksten geschreven is als speeltekst, louter en alleen als vertrekpunt van een specifieke voorstelling, en veel minder als op zichzelf staand literair werk. Dat betreuren we en we hopen dat de Taalunie Toneelschrijfprijs een stimulans is voor de verdere ontwikkeling van de toneelschriftuur als zelfstandig literair genre.

Een drietal teksten willen we graag met name noemen.

Voor Compagnie Dakar i.s.m. De Balie Amsterdam schreef Guido Kleene de theatertekst Generaal D., het schrijnende relaas van de Canadese generaal Romeo Dallaire, voormalig commandant van de VN-missie in Ruanda ten tijde van de burgeroorlog tussen de Hutu’s en de Tutsi’s begin jaren ’90, welke is uitgemond in een dramatische genocide die nog vers in het geheugen gegrift staat. In een vernuftige, goed opgebouwde mix van interviews en beschrijvende scènes geeft Generaal D. inzicht in de dilemma’s waar de militairen in deze oorlog voor gesteld worden, zoals het getuige moeten zijn van de meest gruwelijke slachtingen, zonder over een mandaat en de middelen te beschikken hier een einde aan te maken, met alle frustraties en trauma’s van dien. We hebben waardering voor het feit dat Guido Kleene, overigens vrijwel als enige, gekozen heeft voor deze documentaire vorm van theater. Zijn betrokkenheid is duidelijk voelbaar, zijn poging om deze gitzwarte episode uit de geschiedenis een plek te geven en inzicht te verschaffen in de actualiteit vinden we lovenswaardig.

Ook in Picknick! van Marijs Boulogne, een grote favoriet van de jury, draait het om een oorlog. Deze tekst, uitgebracht bij het Brusselse Bronks, is tot stand gekomen in samenwerking met een groep kinderen in de leeftijd van 8 tot 12 jaar, en is gebaseerd op Picknick op het slagveld van Fernando Arrabal. In een surrealistisch landschap zijn na een allesvernietigende bom alleen de kinderen nog in leven. Het is oorlog, je bent soldaat aan het front en ineens staan je vader en moeder voor je neus met een picknickmand. Picknick! is een absurde, ontregelende parabel, waarin op ontwapenende en humoristische manier het hoe en waarom van oorlog, pijn, dood, kannibalisme, geluk, liefde, vriend en vijand, goed en kwaad tegen het licht worden gehouden. Picknick! is een ultrakorte tekst, die diepe indruk maakt. Het is puur en troostrijk theater. Marijs Boulogne beziet de wereld met een blik van verwondering, zonder een zweem van cynisme of ironie, en werpt een geheel eigen licht op zaken die wij volwassenen voor waar aannemen. Zo kan liefde niet zonder pijn bestaan, want als er geen pijn is, heeft de liefde niks te doen, en andersom. Picknick! raakt, niet in het hoofd, maar in het hart.

Die Siel van die Mier is de fascinerende titel van de muziektheatermonoloog, die archeoloog, cultuurhistoricus en schrijver David Van Reybrouck in samenwerking met performer Josse de Pauw van Het Net en de musici van Het muziek Lod schreef. Hoofdpersoon is een professor die na 35 jaar zijn laatste college geeft, een meeslepend, geolied verhaal over het seksuele en sociale gedrag van termieten. Datzelfde college heeft hij 35 jaar lang met dezelfde bezieling gegeven, steeds voor nieuwe studenten. Zo geordend als zijn college is, zo rommelig blijkt zijn leven in die periode te zijn geweest. Wat volgt is een ingenieus opgebouwde, onontkoombare verzameling associatieve tekstflarden: deels op bronnen gebaseerde Veldnotities over zijn periode in Kongo begin jaren ‘60, een aantal zogenaamde Implosies, waarin hij reflecteert op zijn werk als wetenschapper, en indringende, geserreerde flashbacks, over zijn liefde voor Aline, de vrouw van zijn collega Jean, over de moord op Jean waar hij getuige van is zonder iets te (kunnen) doen, over zijn hartstochtelijke verhouding met Aline en over haar plotselinge vertrek: ‘Je vais juste encore acheter des cigarettes’. Uiteindelijk is het houvast dat hij zocht in de wetenschap, in de overzichtelijke ordening van het rijk der termieten, niet in staat om zijn herinneringen, het verlangen naar die ene liefde en het schuldgevoel dat hij al die jaren heeft meegetorst, te beteugelen en treedt er kortsluiting op.

Die Siel van die Mier is een mooie, poëtische en muzikale tekst, die prachtige beelden oproept, associatie op associatie stapelt, vraag op vraag. De (schijnbare) orde in de wetenschap versus de wanorde in leven en liefde, de (vermeende) gevoelloosheid van de termiet versus onze emoties en ons vermogen tot reflectie (met alle mooie, maar ook pijnlijke consequenties van dien), de rol van het toeval, controle versus chaos, de liefde. Het is allemaal de revue gepasseerd tijdens de jurybijeenkomsten, en we hadden nog wel uren door kunnen praten…

Met groot genoegen kennen we de Taalunie Toneelschrijfprijs 2004 toe aan Die Siel van die Mier van David Van Reybrouck.

Steven Peters (secretaris)

Amsterdam, 6 september 2004

De jury:
Maureen de Jong, theatermaker
Ira Judkovskaja, regisseur
Roel Verniers, dramaturg Villanella

Nieuwsberichten

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties