Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2006
Ruim 90 teksten zijn er dit seizoen ingezonden voor de Taalunie Toneelschrijfprijs, als altijd in een waaier van stijlen en genres, onderwerpen en thema's. Na uitgebreide afweging hebben we een drietal toneelteksten geselecteerd, welke naar onze mening in aanmerking komen voor een bekroning met de Taalunie Toneelschrijfprijs 2006. Alvorens de laureaat bekend te maken, willen we deze drie genomineerde teksten graag kort introduceren.
Kris Cuppens schreef voor Braakland / Zhebilding de autobiografische muziektheatermonoloog Lied, naar aanleiding van de geboorte van zijn zoon Jef. Tijdens een nachtelijke autorit terug van een fietsvakantie in Frankrijk naar huis, naar het sterfbed van zijn grootvader, trekt zijn leven en dat van zijn familie aan hem voorbij in poëtische, muzikale flarden, variërend van anekdotes en gedachten tot kinderrijmpjes en dialogen in Limburgs dialect. Hij, bijna 44 en zeker 11 kilo te zwaar, verhaalt over zijn grootmoeder, die ondanks haar door haar vader in woede kapotgetrapte nieren, acht zonen en een dochter ter wereld bracht, en een dagelijks gevecht tegen de pijn levert. Over haar zoon Christiaan, een van zijn ooms, die jong overlijdt aan een te groot hart. Over de pijn van de scheiding van zijn eerste vrouw, met wie hij net een dochtertje heeft als ze hem verlaat voor een ander. Zijn dierbare herinneringen aan de momenten die hij doorbrengt met zijn Bompa, zijn faalangst, het in het kraambed overlijden van zijn broertje, de geboorte van zijn twee kinderen, zijn passie voor wielrennen. Drie generaties Cuppens passeren de revue, waarbij zijdelings ook de grote Belgische geschiedenis aangeraakt wordt, met haar oorlog, het flamingantisme, de mijnstakingen. Openhartig beschrijft Kris Cuppens zijn eigen worsteling, twijfels en gevoelens, maakt hij als veertiger de balans op van wat geweest is of wat had kunnen zijn. Hoewel het gevaar op de loer ligt, is Lied door zijn authenticiteit en eerlijkheid nergens larmoyant of sentimenteel. Ook overstijgt het door de herkenbaarheid en invoelbaarheid het persoonlijke en particuliere. Treffend is de parallel tussen het cyclische van het fietsen en de levenscyclus. Kris Cuppens weet zich onderdeel van deze cyclus, van de onverbrekelijke lijn tussen ouder en kind, tussen de opeenvolgende generaties. Of, zoals hij het zelf ontroerend verwoordt in de laatste scène: 'Mijn vader tilt wat van zijn vader rest uit bed. Zoals ik mijn zoon, neemt mijn vader, zijn vader in zijn armen. Zoals hij, mijn vader, ooit mij. En ik, straks, hem.'
Voor BRONKS schreef Klaas Tindemans Bulger, een voorstelling voor mensen vanaf 10 jaar. Inspiratiebron was de schokkende zaak van de Britse peuter Jamie Bulger, die door twee elfjarige jongens voor het oog van de bewakingscamera's meegenomen werd uit een winkelcentrum en vermoord is teruggevonden. In Bulger zoekt Klaas Tindemans een antwoord op de vraag wat een kind kan bezielen dat het op een dag een moordenaar wordt. Drie kinderen jutten elkaar in een onderling machtsspel op tot steeds extremer gedrag. Wat nog onschuldig begint met kinderlijke en herkenbare fantasieën en spelletjes over thuis de boel op stelten zetten, met een kettingzaag in de weer gaan en griezelen in een lijkenhuis, ontaardt in verhalen over brute mishandeling van dieren. Tot uiteindelijk het onvoorstelbare gebeurt en de drie een klein kind meenemen, als speeltje gebruiken en op een spoorwegplacement achterlaten, volgens eigen zeggen levend. In de slotscène ontmoeten de drie elkaar tien jaar na dato in een chatbox. Ze hebben lange straffen uitgezeten, een nieuwe identiteit gekregen en proberen hun bestaan weer op te pakken op een geheime plek ergens op aarde. Verontrustend aan Bulger is het besef dat zich opdringt hoe flinterdun de scheiding is tussen 'normaal' kinderspel en een gruwelijk misdrijf. Hoewel de kinderen alledrie een wat verwaarloosde thuissituatie zeggen te hebben, zijn het geen gevaarlijke gekken, hooguit wat losgeslagen fantasten die tegen elkaar opbieden. Dat het kwaad dichterbij is dan we onszelf graag voorhouden is confronterend. In die zin raakt Bulger je onaangenaam, want dit wil je liever niet horen. Knap aan de tekst is dat deze wel een moraal heeft, zonder moraliserend van toon te zijn. Ook weet Klaas Tindemans zijn verhaal helder te vertellen via zijn personages, die hij herkenbaar neerzet en de taal laat spreken van jonge mensen van nu. We hebben, tot slot, aardig wat stukken gelezen, waarin getracht wordt uitspraken te doen over de actualiteit. We juichen de behoefte om actuele thema's aan te snijden en uit te diepen toe, maar constateren ook dat veel van deze teksten de anekdotiek uiteindelijk niet overstijgen. Bulger slaagt hier wel in en dat is een grote verdienste.
Voor zijn eigen Toneelgroep Ceremonia en Het Toneelhuis schreef Eric De Volder Au nom du pere. In een voor hem zo kenmerkend smeuïg Vlaams schetst hij hierin de treurige ondergang van de diepgelovige Triphon Muys, die wanhopig verlangt naar een zoon, en denkt dat zijn vrouw Quirine hem deze niet kan geven. In een tiental wervelende en bij vlagen hilarische en ontroerende scènes zien we Muys steeds meer op drift raken en om zich heen slaan. Vergeefs probeert hij de zo felbegeerde zoon te verwekken bij zijn 'aanhoudster - minnares - Pampoezeken. Totaal verblind gaat hij op de vuist met eenieder die suggereert dat 'eu dikkoppen zwemmen te traag vooruit', dat het aan zijn zaad ligt. Ten einde raad wendt hij zich uiteindelijk tot God zelf, maar ook dat mag niet helpen. Als hij zich neerstort voor het altaar, glipt het Kindeke Jezus dat hij aan een beeld van de Maagd Maria ontfutselt heeft uit zijn handen en valt in brokstukken uiteen. In de woordeloze eindscene zijn we getuige van het laatste avondmaal van Muys en zijn vrouw. Hij doet gif in hun eten, 'ze vallen neer en stuipen en sterven'. Wat Triphon Muys niet wist en het publiek wel is dat Quirine drie weken zwanger was, wat de afloop des te schrijnender maakt. Dit ongeboren kind, Braaf Pietsjen geheten, is zelf op de scène aanwezig en trekt op met zijn dolgedraaide vader, die hij enerzijds met het nodige sarcasme en vilein van commentaar voorziet, anderzijds liefdevol en tevergeefs probeert te behoeden voor zijn misstappen en wangedrag. Het is mooi hoe Eric De Volder de haat-liefde verhouding tussen vader en zoon schetst. In Au nom du pere voert Eric De Volder maar liefst 14 karakters ten tonele, evenals Muys en Quirine als pop. Groteske en vaak wonderlijke karakters zijn het die zijn universum bevolken, in gevecht met zichzelf, met elkaar en met het wrede bestaan. We hebben waardering voor de wijze waarop Eric De Volder deze wereld telkens opnieuw verbeeldt in zijn stukken. De manier waarop hij de rauwe pijn van zijn personages voelbaar maakt, een rauwheid die we in veel stukken missen, maakt indruk.
Dan is nu het moment aangebroken om de laureaat bekend te maken. Na grondige en intensieve discussie hebben we besloten de Taalunie Toneelschrijfprijs 2006 toe te kennen aan Lied geschreven door Kris Cuppens voor Braakland / Zhebilding.
De jury van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2006:
Jan Van Dyck
Arie de Mol
Daniëlle Wagenaar
Steven Peters (secretaris)
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties