Minister Frank Vandenbroucke over het vak Nederlands: 'Peil de taal' en 'Breng de taal op peil'.
Bewindslieden en aanstaande leraren in gesprek over het Nederlands als vak en instructietaal in het basisonderwijs.
'Peil de taal' en 'Breng de taal op peil'. Dat zijn volgens de Vlaamse minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke twee belangrijke opdrachten voor het onderwijs en de belangrijkste als het over het Nederlands gaat. Hij zei dit tijdens een gesprek dat hij samen met de Nederlandse staatssecretaris van Onderwijs Sharon Dijksma voerde met 150 studenten van lerarenopleidingen voor het primair onderwijs. Het gesprek vond donderdagmiddag 29 november plaats in Conferentieoord Bovendonk. De studenten uit Nederland, Vlaanderen, Aruba, de Antillen en Suriname waren daar op uitnodiging van de Nederlandse Taalunie voor een conferentie over het Nederlands als vak en instructietaal.
De Vlaamse minister doelde met zijn uitspraak op het belang zicht te krijgen op de beheersing van het Nederlands door leerlingen om daar in het onderwijs zo goed mogelijk op te kunnen aansluiten. Er zijn nog te veel leerlingen die niet optimaal profiteren van het onderwijs; we moeten rekening houden met verschillen.
Staatssecretaris Dijksma viel de Vlaamse minister daarin bij. 'Als een leerling de Nederlandse taal niet goed beheerst, dan heeft hij daar bij alle schoolvakken last van. Eén op de vier kleuters die naar school gaat, kan niet goed communiceren met de leraar. En dat is geen exclusief probleem van allochtone leerlingen. Investeren in leraren is daarom heel belangrijk.' De staatssecretaris vindt dat het onderwijs de omslag moet maken naar een 'verbetercultuur'. Toetsen meten nog teveel alleen een eindniveau terwijl die juist ook gebruikt moeten worden om maatwerk in het onderwijs te bieden. De staatssecretaris sloot af met de opmerking dat leraren belangrijke frontliniewerkers zijn; 'zij staan met hun voeten in de klei en werken iedere dag aan een het leggen van een basis voor een goed werkende maatschappij'.
De aanstaande leraren spraken met de bewindslieden ook over hun motivatie voor het leraarschap. Die varieerde van: 'een gezellig beroep' en 'ik heb er aanleg voor' tot meer ideële doelen als 'leerlingen helpen verder te komen'. Zo zei een Surinaamse studente: 'door te werken aan een betere taalvaardigheid van de leerlingen, werken we indirect ook aan de ontwikkeling van Suriname als land'. De verschillen en overeenkomsten leidden tot geanimeerde gesprekken tussen Nederlandse, Vlaamse, Surinaamse en Antilliaanse studenten en in een aantal gevallen tot de wens om in elkaars land stages te lopen.
Noot voor de pers
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ellen Fernhout, info@taalunie.org, telefoon + 31 70 346 95 48.
Nederlandse Taalunie
De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal en letteren en het onderwijs in en van het Nederlands. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Taalunie is te vinden op www.taalunieversum.org.
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
