Aan ruim 200 universiteiten in het buitenland wordt Nederlands als hoofd- of bijvak aangeboden. De Taalunie stimuleert en ondersteunt dit onderwijs met subsidies. Daarnaast biedt de Taalunie centrale voorzieningen aan waarop vakgroepen, docenten en studenten Nederlands in het buitenland een beroep kunnen doen. Voorbeelden zijn het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal en de zomercursussen voor studenten.
Subsidiestelsel
De Taalunie heeft een subsidiestelsel ontwikkeld waarop vakgroepen Nederlands een beroep kunnen doen. Dit stelsel bevat onder meer een basissubsidie, een startsubsidie en financiering van speciale projecten. Ook docentenplatforms en gastdocenten worden financieel gesteund. Met behulp van een onderhoudsplan wordt elk jaar een regio of land onder de loep genomen. Daarbij kijkt de Taalunie naar de te verwachten ontwikkelingen en eventuele problemen, zodat daar tijdig op ingespeeld kan worden.
Centrale voorzieningen
Naast de subsidies ondersteunt de Taalunie een aantal centrale voorzieningen waarop alle universiteiten in het buitenland een beroep kunnen doen. De belangrijkste zijn:
- Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT), een internationaal erkend toetsingsmiddel dat al sinds circa 25 jaar wordt toegepast.
- Het Steunpunt Nederlands als Vreemde Taal, een expertisecentrum dat informatie en advies biedt aan docenten Nederlands in het buitenland. Het is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
- Jaarlijkse zomercursussen in Nederland en Vlaanderen voor buitenlandse studenten
- Jaarlijkse nascholingscursussen voor docenten die in het buitenland werkzaam zijn
Projecten
- Subsidiestelsel
- Certificaat Nederlands als Vreemde Taal
- Steunpunt Nederlands als Vreemde Taal
- Zomercursussen studenten
- Docentennascholing
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties