De opmars van het Engels in het Nederlandse taalgebied: uitdaging, fait accompli, of blessing? Dat is de titel van het openbare debat dat de Taalunie 12 november heeft georganiseerd samen met het Nederlands-Vlaams huis DeBuren in Brussel.
Nederlandstalige professoren gaven colleges in het Engels. Het aantal scholen voor voortgezet/secundair onderwijs en basisonderwijs waar in twee talen onderwijs wordt gegeven of waar geëxperimenteerd wordt met tweetalig onderwijs, neemt toe. Topmanagers gebruiken voor hun interne communicatie nog amper Nederlands. En reclamebureaus maken slogans als: The future is bright, the future is Orange of Pleasure you can't measure.
Is dat erg? Hoort het bij de zegening van de internationalisering? Hoe moet de overheid ermee omgaan: meer onderwijs Engels of juist meer onderwijs Nederlands? Bescherming van de Nederlandse taal? Meer tolken, vertalers en vertaalmachines of gewoon op dezelfde weg doorgaan? Daarover ging dit debat.
Het is een initiatief van de hele Nederlandse Taalunie. Dat wil zeggen dat álle organen van de Taalunie er aan mee doen. Dat zijn er vier. Ten eerste is er het Comité van Ministers waarvan de Nederlandse minister Ronald Plasterk momenteel voorzitter is. Verder de Interparlementaire Commissie van de Taalunie met 22 Nederlandse en Vlaamse volksvertegenwoordigers onder leiding van de Vlaming Bart Caron en de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, het adviesorgaan met 12 Nederlandse en Vlaamse deskundigen op het gebied van taal en letteren onder voorzitterschap van pabodocente Maria van der Aalsvoort. Ook het Algemeen Secretariaat debatteerde mee, evenals zon 50 geïnteresseerden.
Doel was om gezamenlijk het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken te belichten. Het gebruik van Engels in het bedrijfsleven, onderwijs en het 'leven van alledag' vormt vertrekpunt van gesprek. Het debat werd gevoerd volgens een formule die dicht bij de gebruiken in het Engelse Lagerhuis staat.
Het debat werd voorafgegaan door drie tafelgesprekken. De Vlaamse journaliste Martine Tanghe vroeg aan achtereenvolgens telkens vier of vijf mensen uit het bedrijfsleven, uit het onderwijs en uit de wereld van reclame en media naar hun ervaringen en hun motieven als het gaat om het gebruik van talen. Elk tafelgesprek startte met een filmpje over het gebruik van Engels in verschillende situaties.
Informatie over de Taalunie en de samenstelling van het Comité van Ministers en de overige taalunieorganen vindt u op www.taalunieversum.org.
Dagprogramma 12 november
10.00 Ontvangst
10.30 Voorzitter IPC (Bart Caron)
Voorzitter Raad v.d. Nederlandse Taal en Letteren (Maria van der Aalsvoort)
11.00 - 12.45 Filmpjes en tafelgesprekken o.l.v. Martine Tanghe
14.15 Voorzitter Comité van Ministers (Ronald Plasterk)
14.45 - 16.15 Debat met alle aanwezigen o.l.v. Gijs Weenink (Debatacademie Amsterdam)
16.15 Sluiting: algemeen secretaris Linde van den Bosch
16.30 Receptie
17.30 Einde
Nederlandse Taalunie
De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal en letteren en het onderwijs in en van het Nederlands. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Taalunie is te vinden op www.taalunieversum.org.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties