Suriname wordt lid van Nederlandse Taalunie
Op 12 december ondertekenen de Nederlandse Taalunie en de Republiek Suriname in Brussel een associatieovereenkomst waarmee Suriname officieel deel gaat uitmaken van de Nederlandse Taalunie. Suriname is het derde land in de wereld waar het Nederlands een belangrijke plaats inneemt. De overeenkomst wordt ondertekend door mevrouw Van der Laan, voorzitter van het Comité van Ministers van de Taalunie en de heer Sandriman, minister van Onderwijs en Volksontwikkeling van de Republiek Suriname. Namens het Comité van Ministers zullen verder aanwezig zijn mevrouw Vanderpoorten, Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, en de heer Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken.
Het Nederlands in Suriname
Nederland en België zijn niet de enige twee landen ter wereld waar het Nederlands een zeer belangrijke plaats inneemt. Ook in Suriname is dat het geval. Het Nederlands is daar de taal van het onderwijs, van het bestuur, en van een groot deel van het openbare leven. Naast het Nederlands kent Suriname nog een twintigtal andere talen. Het gebruik van de meeste van die talen is echter beperkt tot een specifieke bevolkingsgroep. Het Nederlands daarentegen heeft een positie als lingua franca verworven, als taal die gebruikt wordt voor groepsoverstijgende communicatie.
Eerdere samenwerking
Voor Nederland en Vlaanderen, die via de Taalunie de gebruiker van het Nederlands waar ook ter wereld ondersteuning willen bieden, is Suriname een natuurlijke partner in taalbeleidskwesties. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Taalunie al geruime tijd samenwerkt met organisaties in Suriname. Zo werden projecten opgezet met het Instituut voor de Opleiding van Leraren en met de Surinaamse Vereniging van Neerlandici. Eerdere pogingen om de samenwerking een formeel kader te bieden lukten echter niet. Het Taalunieverdrag biedt hiervoor wel de mogelijkheid: via een associatieovereenkomst kan een derde land formeel deel gaan uitmaken van de Taalunie. Steeds als associatie tussen de Taalunie en Suriname op de agenda werd gezet, zorgden allerlei gebeurtenissen weer voor verwijdering tussen beide partijen. Tijdens het bezoek eind 2001 van de toenmalige Nederlandse staatssecretaris voor cultuur aan Suriname, werd de kwestie weer opgepakt. In 2002 werd overeenstemming bereikt over de wijze waarop de associatieovereenkomst vormgegeven zou worden. Ook bij de uitwerking van die principeovereenkomst bleek niets de toetreding van Suriname tot de Taalunie nog in de weg te staan.
Toekomstige samenwerking: de inhoud van de plannen
Na de ondertekening zal Suriname aansluiten bij een aantal lopende activiteiten van de Taalunie. Zo wordt in Suriname de officiële spelling van het Nederlands van kracht en er wordt gekeken hoe en waar rekening kan worden gehouden met het Nederlands in en van Suriname bij de ontwikkeling van woordenboeken, certificaten, digitale bestanden, enzovoort die met steun van de Taalunie worden ontwikkeld. Daarenboven wordt Suriname in de mate van het mogelijke betrokken bij allerhande Taalunie-evenementen, bijvoorbeeld de Taalunie Onderwijsprijs en de Inktaap. Voor Nederland en Vlaanderen betekent de samenwerking met een land waar het Nederlands in een heel andere maatschappelijke context wordt gesproken, een verrijking.
Aandachtspunt: onderwijs van en in het Nederlands
De Taalunie geeft veel aandacht aan die terreinen waar het Nederlands voor de taalgebruiker het verschil maakt. Vandaar dat ze veel belang hecht aan het onderwijs in en van het Nederlands. Onderwijs is voor een maatschappij in volle ontwikkeling zoals de Surinaamse natuurlijk van cruciaal belang. Voor de emancipatie van grote delen van de bevolking is het bijzonder belangrijk dat het onderwijs hen kansen biedt. In een land met een grote diversiteit aan talen, kan het onderwijs die rol alleen maar vervullen als men oordeelkundig gebruik maakt van een lingua franca als onderwijstaal, en als men de leerlingen goed voorbereidt op het gebruik van die taal. Voor Suriname betekent dit dat het onderwijs in en van het Nederlands een maatschappelijke kwestie van de eerste orde is. Dank zij haar betrokkenheid bij het onderwijs Nederlands als tweede taal in Nederland en Vlaanderen, heeft de Taalunie veel ervaring opgedaan met vergelijkbare onderwijssituaties. Intensieve samenwerking rondom dit onderwerp biedt dan ook een grote meerwaarde.
Structuur van de associatie
De toetreding van Suriname tot de Taalunie zorgt natuurlijk ook voor de nodige logistieke uitdagingen. Het is sowieso al niet gemakkelijk om het ingewikkelde raderwerk van vier organen (de Raad voor de Nederlandse Letteren, het Comité van Ministers, de Interparlementaire Commissie en het Algemeen Secretariaat), twee gebieden en verschillende werkterreinen op een efficiënte manier op elkaar af te stemmen. Een goede afstemming wordt, met een derde land erbij, des te belangrijker, maar uiteraard niet eenvoudiger. Daarom is er in de associatieovereenkomst voor gekozen om voor Suriname eigen regelingen uit te werken. Zo wordt Suriname in het Comité van Ministers vertegenwoordigd door de Surinaamse ambassadeur in Nederland, en wordt in Suriname een werkgroep van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren opgericht. Een medewerker van het Algemeen Secretariaat zal in Suriname als het aanspreekpunt van de Taalunie fungeren. Verder is afgesproken dat Suriname ook in financieel opzicht aan de Taalunie bijdraagt.
Nederlandse Taalunie in het kort
In de Nederlandse Taalunie voeren de Vlaamse en de Nederlandse overheden, en vanaf 2004 ook de Surinaamse overheid, gezamenlijk beleid op het gebied van de Nederlandse taal, onderwijs en letteren. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende en creatieve manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Nederlandse Taalunie en haar werkterreinen is te vinden op www.taalunieversum.org/taalunie.De ondertekening vindt plaats op 12 december 2003 van 19.00 tot 20.00 uur in Hotel Errera, Koningsstraat 14, 1000 Brussel.
Voor meer informatie over de toetreding kunt u contact opnemen met Koen Jaspaert, algemeen secretaris of Marc le Clercq, senior projectleider, + 31 70 346 95 48.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
