Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie
Gelet op het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de Nederlandse Taalunie (Brussel, 9 september 1980);
Overwegend dat dit Verdrag in werking is getreden op 1 april 1982, zijnde de eerste dag van de derde maand volgende op de dag van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging;
Overwegend dat met zijn besluit van 27 januari 1982 werd overgegaan tot de instelling, met ingang van 1 januari 1982, van een voorbereidende structuur om de Nederlandse Taalunie operationeel te maken, geheten: Nederlandse Taalunie in oprichting;
Overwegend dat drie van de vier in artikel 6 van het Verdrag genoemde Organen thans functioneren, namelijk het Comité van Ministers sedert 27 januari 1982, de Interparlementaire Commissie sedert 6 mei 1983 en de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren sedert 8 december 1983;
Besluit:
Artikel 1
Gerekend van 1 april 1984 wordt de Nederlandse Taalunie operationeel, voorzover dit niet reeds het geval was op de dag van de inwerkingtreding van het Verdrag.
Artikel 1
Aan de Nederlandse Taalunie is verbonden een Algemeen Secretariaat, zijnde het vierde Orgaan van de Nederlandse Taalunie als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag.
Artikel 3
Aan het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie wordt bij gelegenheid van de vaststelling van de begroting, door het Comité van Ministers een formatie toegekend waarop personeelsleden van het Algemeen Secretariaat vast dan wel tijdelijk kunnen worden aangesteld.
Artikel 4
Zolang de rechtspositie van het personeel van het Algemeen Secretariaat conform het bepaalde in artikel 14, derde tot en met vijfde lid van het Verdrag, nog niet is geregeld, worden tot ambtenaar van het Algemeen Secretariaat slechts personen aangewezen die een ambtelijke of een analoge rechtspositie hebben; personeelsleden van het Algemeen Secretariaat blijven in rechtspositionele zin ambtenaar van het departement of de instelling van waaruit zij worden gedetacheerd of tewerkgesteld.
Artikel 5
Onverminderd het bepaalde in artikel 4 kunnen personeelsleden, indien zij dat wensen, door de Nederlandse Taalunie worden aangesteld naar burgerlijk recht.
Artikel 6
Salarissen, sociale lasten, onkosten en vergoedingen verbonden aan de aanstellingen bedoeld in artikel 4 en 5 worden ten laste gebracht van de begroting van de Nederlandse Taalunie, tenzij een detacherende of tewerkstellende instantie daar om haar moverende redenen van afziet.
Artikel 7
Bij het Algemeen Secretariaat aangestelde personeelsleden verrichten hun werkzaamheden op de plaats waar het Algemeen Secretariaat kantoor houdt. Deze plaats wordt bepaald door het Comité van Ministers.
Artikel 8
De Nederlandse Taalunie heeft haar zetel te 's-Gravenhage, tenzij het Comité van Ministers, handelend in overeenstemming met het bepaalde in artikel 15 van het Verdrag, besluit deze zetel te verplaatsen; in dit laatste geval houdt het Comité van Ministers rekening met de belangen van de bij het Algemeen Secretariaat aangestelde personeelsleden.
Artikel 9
Met betrekking tot de voorrechten en immuniteiten welke nodig zijn voor de uitoefening van de functies en voor het bereiken van de doelstellingen van de Taalunie, houdt het Comité van Ministers de volledige bevoegdheid aan zich, totdat bedoelde voorrechten en immuniteiten conform het bepaalde in artikel 16, tweede lid van het Verdrag, zijn vastgelegd in een tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen gesloten Protocol.
Artikel 10
Zolang de regelen omtrent het financiële beheer, als bedoeld in het bepaalde in artikel 17 van het Verdrag, nog niet zijn vastgesteld, houdt het Comité van Ministers de hand aan de Voorlopige Regeling Financieel Beheer zoals vastgesteld op 1 maart 1984.
Artikel 11
De Algemeen Secretaris is belast met de uitvoering van dit besluit.
Oud Turnhout, 1 maart 1984
Het Comité van Ministers
De Voorzitter: K. Poma
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties