Workshop: Tweetaligheid in het beroepsonderwijs
Wat is CLIL of tweetalig onderwijs?
Rappe en Oel geven Nederlands op de werkvloer voor anderstaligen. Het is een echte geïntegreerde aanpak, waarbij in het bedrijf gekeken wordt welke taaltaken er zijn (mondeling of schriftelijk) en daarop wordt taalondersteuning en taaltraining aangeboden. Het gaat ook uit van een tweeledige aanpak: de bedrijven en de chefs moeten meer taalbewustzijn krijgen en de anderstalige werknemers moeten geschoold worden.
Natuurlijk is dit CLIL: Content and Language Integrated Learning, maar het is eigenlijk meer taalondersteuning op de werkvloer. Het is ook Nederlands als tweede taal (NT2) en niet als vreemde taal. Het is niet te vergelijken met andere eerder gepresenteerde vormen van tweetalig onderwijs. Deze typen komen in het beroepsonderwijs niet voor. De Franse, Duitse en Belgische deelnemers aan de workshop kennen geen voorbeelden van tweetalig beroepsonderwijs in hun land. Driessen vertelt dat dit in Nederland wél voorkomt. In het middelbaar beroepsonderwijs (16+) worden op diverse scholen (Regionale Opleidingscentra) tweetalige opleidingen aangeboden (bijvoorbeeld Internationale Handel/Groothandel, Hotelmanagement). Dit zijn BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg: 3 à 4 dagen school en 1 à 2 dagen stage) opleidingen op niveau 4, waarbij er op de desbetreffende school altijd de keuze blijft bestaan dit in het Nederlands te doen. Al deze tweetalige opleidingen zijn in het Engels, waarbij 50-80% van de lesstof en lestijd in het Engels is. We kennen in Nederland geen tweetalige beroepsopleidingen in het Duits, behalve het VMBO (Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs, 12-16) op het Valuas College in Venlo. De meeste van deze leerlingen gaan ook op internationale stage. Aan het einde van de opleiding kunnen ze naast hun diploma ook vaak nog een specifiek taalcertificaat voor Engels halen (het Cambridge Certificate). De belangstelling voor deze opleidingen is groeiende en de kansen op de arbeidsmarkt voor deze studenten zijn groot.
In de andere landen denkt men dat talen als niet belangrijk worden gezien voor de beroepsopleidingen. Pas als men op de arbeidsmarkt komt blijkt dat men toch talen nodig heeft. De taleninstituten, zoals het Goethe Institut kunnen rekenen op een groeiend aantal cursisten voor bijvoorbeeld 'Wirtschaftsdeutsch'.
Uiteindelijk bleek dat in de meeste landen vreemde talen helemaal niet voorkomen in de profielen van de beroepsopleidingen. Nederland is daar dan waarschijnlijk een uitzondering op. In Nederland zijn onlangs nieuwe kwalificatieprofielen opgesteld waarbij in ieder profiel een taalcompetentieprofiel (conform het Common European Framework of Reference) is opgenomen voor Nederlands en een of twee moderne vreemde talen. In de niveau 3- en 4-profielen komen bijna overal vreemde talen voor. In de niveau 1 en 2 opleidingen in iets meer dan de helft van de gevallen. In bijna alle profielen is Engels een verplichte vreemde taal.
In alle landen, maar in het bijzonder in de regio's met grote werkeloosheid, is sprake van verdringing op de arbeidsmarkt. De afgestudeerden met een middelbare beroepsopleiding worden verdrongen door afgestudeerden met een hogere beroepsopleiding. Dat kan ook de reden zijn dat men talen minder belangrijk gaat vinden: men komt toch ver onder zijn niveau terecht en komt niet in aanraking met vreemde talen. Dit kan echter ook een cultuurverschil zijn. In Nederland kom je sneller en gemakkelijker in aanraking met vreemde talen dan bijvoorbeeld in Frankrijk met zijn strenge protectionistische taalpolitiek.
In het beroepsonderwijs moeten we goed nadenken over welke 'taal' we het eigenlijk hebben. Moet dat alleen maar beroepsgerichte vaktaal zijn? We zijn het er allemaal over eens dat dit belangrijk is maar dat algemene taalvaardigheid die gericht is op sociaalcommunicatieve competentie op de eerste plaats moet staan. Van daaruit is transfer mogelijk naar diverse beroepssituaties. Interculturele competenties moeten daar ook deel van uit maken. Of zelfs omgekeerd: een vreemde taal leren is hét middel tot het verwerven van interculturele competenties. En zou het beheersen van een of twee vreemde talen geen basiscompetentie (Schlüsselqualifikation) moeten zijn voor iedereen?
Conclusie
In de diverse landen worden verschillende eisen gesteld aan studenten in het beroepsonderwijs wat betreft de moderne vreemde talen. Van helemaal geen talen in de meeste landen tot aan twee verplichte talen op een hoog niveau in sommige opleidingen in Nederland. Dit maakt het ook moeilijk om een vergelijking te maken over CLIL in deze sector. Het komt gewoon niet voor omdat er geen vreemde talen voorkomen. Nederland met zijn tweetalige Engelse opleidingen in het mbo vormt hierop een uitzondering.
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
