taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

Verslag bijeenkomst grensverkeer boeken

Bijeenkomst grensverkeer boeken

Nederlandse Taalunie, Den Haag, 1 juni 2006

Deelnemers

Carlo van Baelen (Vlaams Fonds voor de Letteren), Ruud Berkeljon (Nederlands Uitgeversverbond), Jose van Bethlehem (Media Aanbod/NBD/Biblion), Sander Blom (Uitgeverij Querido), Luc Coorevits (Behoud de Begeerte), Nancy Derboven (Vlaamse Uitgevers Vereniging), Luc Devoldere (Stichting Ons Erfdeel), de heer Hollaers (Boekhandel Van Kemenade & Hollaers), Sanne Hogenhuis (student, verslag), Luc Huybrechts (schrijver bij Arbeiderspers, Festival van het Woord), Geert Joris (Boek.be), Johan de Koning (Standaard uitgeverij/Manteau), Dirk Leyman (recensent De Morgen, jurylid Gouden Uil), R. Van Loon (Veen Bosch en Keuning), Karlijn Piek (Nederlandse Taalunie), Lidewijde Paris (Lid Paris Literature Unlimited), Carla de Rooi (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), Dirk Van Ryckeghem (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap), Herwig Staes (Boekhandel 't Oneindige Verhaal), Luc Tessens (Vlaamse Boekverkopersbond), Liesbet Vannyvel (Nederlandse Taalunie), Rudy Vanschoonbeek (The House of Books), Connie Verberne (Koninklijke Vereniging van het Boekenvak, voorzitter bijeenkomst).

Inleiding

De discussie over het grensverkeer van boeken is niet nieuw. Al decennia lang wordt er gepraat over de vraag of Vlaamse uitgaven de Nederlandse lezer wel bereiken en vice versa. De laatste jaren duikt het onderwerp grensverkeer opnieuw regelmatig op in discussies, artikelen en literaire bijdragen. Maar wat zijn nou eigenlijk de feiten? Wat wordt er gelezen? Op 1 juni 2006 organiseerde de Taalunie een rondetafelbijeenkomst over dergelijke vragen voor mensen uit het boekenvak, de media en het bibliotheekwerk. Doel van de bijeenkomst was feiten en meningen in kaart te brengen. De rondetafel diende ook ter oriëntatie op het nieuwe meerjarenbeleidsplan voor de periode 2008-2012 van de Taalunie.
In dit verslag treft u de reacties van de deelnemers aan, geconcentreerd rond diverse probleemstellingen. Basis voor de discussie vormde een presentatie van cijfers (voor zover bekend), feiten en meningen door Johan de Koning (Standaard Uitgeverij/Manteau).

Cijfers, feiten en meningen

De discussie over het grensverkeer tussen Vlaanderen en Nederland is niet van recente datum. Over dit onderwerp wordt al gesproken in het eerste kwart van de negentiende eeuw, zo blijkt uit een citaat uit 1825. Hierin acht de vader van de Vlaamse beweging Jan-Frans Willems het 'niet broederlyk van de Hollanders dat zijn laatstelyk uitgegeven werk geene eene recensie kreeg'. Sindsdien is er veel over het onderwerp gedebatteerd en heel wat meningen kwamen terug in de algemene opinie. Het wordt tijd dat de stand van zaken van het huidige grensverkeer eens in kaart wordt gebracht. Het grensverkeer tussen Vlaanderen en Nederland wordt niet expliciet onderzocht, maar uit interpretaties en extrapolaties van bestaand (markt)onderzoek zijn wel indicaties af te leiden voor de omvang ervan.
Anders dan vaak wordt gedacht is de boekenconsumptie in Nederland en Vlaanderen op nagenoeg gelijk niveau. Een eerste kwestie die om opheldering vraagt is in hoeverre het koop- en leesgedrag in Vlaanderen en Nederland van elkaar verschilt. De netto-omzet van het algemene boek was in 2000 totaal 423 miljoen. Daarvan stond 110 miljoen euro (26%) op conto van Vlaanderen en zette Nederland 313 miljoen euro (74%) om. Per Vlaamse inwoner kwam dat neer op 18,33 euro (27%), en per Nederlandse inwoner op 19,56 euro (73%) (bron: KVB 2004/VUV2000).

Van de netto-omzet in Vlaanderen werd 70 miljoen euro verkregen door de boeken die door Vlaamse uitgevers waren geproduceerd, 40 miljoen kwam van de import van boeken uit Nederland (bron: VUV/VBI 2000). De Vlaamse Uitgeversvereniging vermeldt dat de omzet van de boeken die uitgevoerd worden vanuit Vlaanderen naar Nederland 35 miljoen bedraagt. Opmerkelijk is dat in Nederland niet wordt geregistreerd wat het aandeel van de netto-omzet is van boeken die naar Vlaanderen worden uitgevoerd. Wel bekend is dat Vlaanderen de grootste afnemer van Nederlandse boeken is.
Een andere kwestie waar veel over is gespeculeerd, is de verhouding waarin Vlaamse en Nederlandse auteurs in Nederlandse kranten worden gerecenseerd. Een steekproef gehouden over 1983, 1984 en een eigen steekproef van een week in 2006 in enkele Nederlandse kranten en weekbladen geeft de indruk dat de boeken van Vlaamse auteurs in de Nederlandse media sterk onderbelicht zijn. Het aandeel boeken uit Vlaanderen varieert van 0 tot 8%, waarbij 8% een uitschieter naar boven is in het eerste jaar van de steekproef (bron: Johan de Koning). Dit feit is des te opmerkelijker als in ogenschouw wordt genomen dat het aantal boeken dat in Vlaanderen wordt uitgegeven sinds de jaren dertig van de vorige eeuw exponentieel gestegen is (bron: NUV).

Geschiedenis

Wat betreft de import naar het andere land is in de geschiedenis al meerdere malen gebleken dat die niet zonder problemen verloopt. Vooral de import van Vlaamse boeken naar Nederland verliep, in de jaren vijftig, stroef. De gulden was in die tijd erg zwak en in Nederland heerste de angst dat de inflatie zou escaleren wanneer de importeurs vrij baan zouden krijgen. Door bureaucratische maatregelen in Nederland konden Vlaamse boeken erg moeilijk over de Nederlandse grens komen, terwijl dat niet gold voor de import van Nederlandse boeken naar Vlaanderen. Vanuit de Nederlandse zijde bleek het grensverkeer echter ook niet soepel te lopen: al in 1984 merkte een Vlaamse uitgever op dat 'iedere Nederlandse uitgever [meent] dat zijn omzet in Vlaanderen niet aan zijn verwachtingen beantwoordt'. Of zij daar ook om wakker lagen was volgens die uitgever nog maar de vraag (A. Manteau, 1984). In 1984 werd door dezelfde uitgever opgemerkt dat boeken uit Vlaanderen het stempel 'Vlaamse uitgaven' kregen, terwijl al het werk in feite in Nederland was verricht (A. Manteau, 1984). Toch noemde men het werk soms nog 'te Vlaams'.

Top 10

Ook het fenomeen 'top 10' van boeken zegt iets over de Vlaams-Nederlandse verhoudingen op het gebied van boeken, al kunnen ook daar weer de nodige kanttekeningen bij geplaatst worden. Zo valt in de Vlaamse fictietop 10 op dat die gedomineerd wordt door internationale bestsellerauteurs die uitgegeven worden door Nederlandse uitgeverijen. Dit genre boeken maakt 80% van de lijsten uit. De overige 20% wordt bezet door Vlaamse fictieauteurs, uitgegeven door Nederlandse uitgeverijen en Vlaamse dochterbedrijven van Nederlandse uitgeverijen. Nederlandse fictieauteurs komen nauwelijks in de Vlaamse top 10 voor (bron: toptien Humo, Knack, Standaard Boekhandel). In de Vlaamse non-fictie top 10 domineren de Vlaamse auteurs die uitgegeven worden door Vlaamse uitgeverijen; zij bezetten 80% van de plaatsen. Nederlandse uitgeverijen zijn hierin alleen vertegenwoordigd door internationale vertaalde auteurs. In de Nederlandse top 10 komen in het geheel geen Vlaamse auteurs voor.
Kijken we naar de top 100 van de uitleningen in Vlaamse bibliotheken dan zien we dat er maar 5 Nederlandse auteurs in voorkomen, waaronder auteurs van streekromans. Er komen 20 Vlaamse schrijvers in voor, waarvan 2 in de top 20: Pieter Aspe en Jef Geeraerts. De Nederlandse top 100 van 2005 bevatte 1 'Vlaamse' titel: Snoecks Almanak 2006. De Nederlandse top 60 van eerste jaarhelft 2006 vermeldt 1 'Belgische' titel: Ik was twaalf en ik fietste naar school.

Naamsbekendheid

De vraag hoe bekend de naam van auteurs van de overkant van de grens is, is een indicatie voor de vraag hoezeer literatuur van over de grens leeft bij het grote publiek. In een recente peiling antwoordde 48% van de Vlamingen ontkennend op de vraag: kent u een Nederlandse auteur? In Nederland antwoordde 72% negatief op dezelfde vraag (bron: Taalpeil, Nederlandse Taalunie 2005).

Meningen

Een vaak gehoorde mening is dat 'het echte literaire leven slechts boven de Moerdijk begint'. Illustratief hiervoor is het feit dat Patricia de Martelaere toen ze in Vlaanderen werd uitgegeven weinig aandacht kreeg en daardoor een bescheiden succes boekte, totdat ze door een Nederlandse uitgever werd 'ontdekt'. Na deze gebeurtenis steeg haar bekendheid. Dat haar eerste werk dat in Nederland werd uitgebracht een 'debuut' heette spreekt boekdelen. Daarnaast blijkt keer op keer dat boeken uit Vlaanderen (die idioom bevatten dat in Nederland weinig bekend is) in Nederland moeilijk aan de man te brengen zijn. Hiervan getuigt een anekdote waarin de Vlaamse uitgever Angèle Manteau een Amsterdamse boekhandel binnenliep en op de toonbank hoge stapels Gijsen-omnibus en Elsschots Verzamelde werken zag liggen. Op haar opmerking 'Vlaamse auteurs schijnen anders toch wel goed te verkopen' was de onmiddellijke reactie van de boekenverkoper: 'Ja, maar mevrouw, deze schrijven Nederlands' (A. Manteau, 1984).

Conclusies

Ook al is grensverkeer niet als zodanig onderzocht, uit de beschikbare cijfers lijken wel wat tendensen af te leiden.
De import- en exportgegevens lijken erop te wijzen dat boeken van Nederlandse uitgevers ruim toegang hebben tot de Vlaamse markt; minstens 35% van de totale Nederlandse netto-omzet is afzet op deze markt. Nagenoeg alle Nederlandse uitgeverijen zijn in Vlaanderen volwaardig en professioneel vertegenwoordigd. Omgekeerd geldt dit in veel mindere mate. De Vlaamse markt lijkt voor Nederlandse uitgeverijen vooral laagdrempelig voor generieke werken; reisgidsen, woordenboeken, vertaalde fictie en non-fictie, culinaire uitgaven en internationale (fictie) bestsellers. De opbouw van de cijfers van Vlaamse importeurs en distributeurs wijst in deze richting. Ook geven de import- en exportgegevens aan dat boeken van Vlaamse uitgevers moeilijk toegang hebben tot Nederlandse markt; slechts ca. 11 % van de omzet van Vlaamse uitgeverijen wordt gerealiseerd in Nederland.
Tot de grootste uitgeverijen van algemene boeken uit het Nederlandse taalgebied behoren drie Vlaamse ondernemingen. Twee van deze uitgeverijen (ZNU en Lannoo) zijn op de Nederlandse markt aanwezig via de imprints Deltas en Terra. De derde, Standaard Uitgeverij, is nauwelijks aanwezig op de Nederlandse markt met algemene boeken (behalve strips). Uitgeverij Clavis heeft een eigen verkoopkantoor in Nederland.
Fictie-uitgaven, oorspronkelijk uit zowel Vlaanderen als Nederland, lijken ten slotte moeilijker toegang te vinden tot de markt aan gene zijde van de grens.

Het woord aan de praktijk

Is het moeilijk om de markt over de grens te benaderen?
Volgens de Vlaamse Boekverkopersbond is het niet problematisch om voor de Vlaamse markt aan Nederlandse fictie-uitgaven te komen; Vlaamse boekverkopers krijgen deze aangeboden en worden erover geinformeerd. Het blijkt in de praktijk echter wel moeilijk minder bekende Nederlandse schrijvers in Vlaanderen te verkopen. De Nederlandstalige fictiemarkt in Vlaanderen wordt gedomineerd door de groeiende populariteit van internationale auteurs. Ook Vlaamse fictie wordt om die reden minder verkocht. In Vlaamse dagbladen worden auteurs uit Vlaanderen meer gerecenseerd dan Nederlandse auteurs en verhoudingsgewijs komen internationale auteurs meer aan bod. Volgens de Vlaamse Boekverkopersbond is het probleem van de dominantie van internationale literatuur over Nederlandstalige literatuur in Vlaanderen groter dan in Nederland.
Ervaringen in de Nederlandse uitgeverij bevestigen het beeld dat Nederlandse fictie in de breedte in Vlaanderen moeilijk aan de man te brengen is. De inspanning die geleverd worden om een beetje bekendheid te verwerven voor Nederlandse auteurs (zelfs auteurs die in Nederland bestsellers hebben) staat niet in verhouding met wat het oplevert. De laatste jaren zetten Nederlandse uitgevers zich echter met hernieuwde kracht in om de literaire markt in Vlaanderen te veroveren. Het blijft een uitdaging voor Nederlandse uitgeverijen van Nederlandstalige literatuur de volgens hen (telkens weer tegenvallende) omzet in Vlaanderen te vergroten.
Wat de omzet in Vlaanderen betreft, wordt vanuit het Vlaams Fonds voor de Letteren een cijfermatige kanttekening geplaatst. Het marktaandeel van Vlaanderen wordt in de omzet van Nederlandse uitgeverijen wordt berekend aan de hand van de netto-omzetcijfers af uitgever. Daarbij wordt er geen rekening gehouden met het gegeven dat de netto-opbrengst van een boek verkocht aan Vlaamse importeurs lager ligt dan de netto-opbrengst van datzelfde boek verkocht aan Nederlandse boekverkopers omwille van de hogere handelsmarge voor de importeur. Ook ECI moet uit de berekening gehouden worden omdat dit kanaal enkel door de Nederlandse uitgever bediend kan worden, ook voor de Vlaamse markt. Een meer reële vergelijking van marktaandelen zou zijn op niveau van verkochte exemplaren (afzet) of van bruto omzet aan consumentenwaarde. Het beeld van de omzet naar Vlaanderen toe is dan in werkelijkheid hoger.

In hoeverre speelt de herkomst van de auteur een rol bij de inkoop en verkoop van het boek? Is de lezer zich bewust van de herkomst van de schrijver?
Een boekhandelaar uit Breda geeft aan dat hij bij de inkoop van fictie geen onderscheid maakt tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur. Het feit dat zijn boekhandel in Breda gevestigd is, speelt echter wel een rol in zijn inkoopbeleid. Breda ligt niet ver van de grens met Vlaanderen, waardoor zijn klanten zich makkelijker kunnen inleven in de Vlaamse thema's dan in bijvoorbeeld het noorden van Nederland. Daarnaast is het ook aan persoonlijk enthousiasme te danken dat literatuur uit Vlaanderen bij hem goed verkoopt. Een uitzondering hierop zijn Vlaamse kinderboeken, die volgens een Nederlandse uitgever te lijden hebben onder het imago 'te braaf' en waarvan onterecht (zoals blijkt uit een Nijmeegs/Leuvens universitair onderzoek) wordt gedacht dat verschillen in woordenschat te groot zouden zijn voor Nederlandse kinderen. Volgens dezelfde boekhandelaar maakt het voor de lezer niet uit wat de herkomst van een boek is. Het gaat de Nederlandse lezer om de inhoud. Alleen bij een schrijver als Erik Vlaminck realiseert men zich met een Vlaming te maken te hebben. Het aantal Vlaamse boeken dat hij verkoopt ten opzichte van Nederlandse titels schat hij op 5%. Hij verkoopt vooral Vlaamse auteurs die bij Nederlandse uitgevers gepubliceerd zijn.
De Vlaamse Boekverkopersbond schat dat de verkoop in Vlaanderen van Nederlandse boeken ongeveer 30% is. Ook een andere deelnemer uit Vlaanderen meent dat de herkomst van een boek weinig invloed heeft op de verkoop. Die wordt afgestemd op het consumptiegedrag van de lezer en die blijkt zich in toenemende mate te interesseren voor zogenoemde 'chicklit' en literaire thrillers.

Wat betekent de wijze waarop een boek wordt gerecenseerd voor de verkoop? En wat is de invloed van een literaire prijs hierop? Is die invloed verschillend in Vlaanderen en in Nederland?
Volgens de Vlaamse Boekverkopersbond is de impact van de media erg groot. In tegenstelling tot een tijd geleden, toen de klant zich in de boekhandel liet leiden door de boekverkoper of zelf rondsnuffelde, wordt de keuze nu vooral bepaald door media-aandacht. Daarbij maakt het niet uit of een boek goed dan wel slecht wordt gerecenseerd.
De invloed van literaire prijzen of nominaties moet ook niet onderschat worden. Deze is wellicht nog groter dan een recensie doordat de aandachtsboog langer is. Door het langere traject van nominaties en de uiteindelijke prijstoekenning is een auteur of een boek langer in de belangstelling. Hierdoor kan een hype ontstaan die de verkoop van het desbetreffende boek op een hoger plan tilt. De mogelijkheid van een hype lijkt in Nederland groter dan in Vlaanderen; volgens verschillende aanwezigen uit Vlaanderen zijn Vlamingen over het algemeen minder hypegevoelig. De hype rond een bestseller als Harry Potter is volgens hen een uitzondering.

Krijgen Vlaamse en Nederlandse boeken evenveel aandacht in de media van beide landen? Wat is de rol van de media in de verkoop van literaire werken?
Een belangrijk gegeven bij het beantwoorden van deze vraag is het fenomeen van de versnippering en regionalisering van de media. Vroeger was het aanbod van verschillende kranten en televisiekanalen beperkt en keken Vlamingen en Nederlanders meer naar dezelfde zenders. Door de introductie van het grote aantal commerciële zenders die zich bovendien richten op - soms regionale - nichemarkten, is het moeilijker om tegelijkertijd in beide landen een groot publiek te bereiken. Waar mensen uit Vlaanderen tot voor een decennium geleden nog naar de Nederlandse televisie keken, kijken ze nu naar eigen Vlaamse zenders. Hierdoor kost het meer moeite om via de media de kijkers aan de andere kant van de grens te bereiken. En het bereik van dagbladen en tijdschriften over de grenzen was al heel beperkt en is alleen nog verder gedaald. Dat wil niet zeggen dat auteurs van over de grens nooit aandacht krijgen. Het was zelfs opvallend hoeveel ruimte Dimitri Verhulst onlangs kreeg in een Nederlandse krant.
Een ander feit waar boekverkopers en uitgevers tegenwoordig mee te kampen hebben is dat boekprogramma's op de televisie schaarser zijn geworden. In Nederland is daardoor de rol van de boekhandel en auteursbezoeken (en daarmee ook de rol van Stichting Schrijvers School Samenleving (SSS)) in de promotie van boeken groter geworden. In Vlaanderen wordt deze taak uitgevoerd door Stichting Lezen, maar er bestaat geen overkoepelend schrijversimpressariaat zoals SSS in Nederland. De meerderheid van de deelnemers is het er over eens dat er in de praktijk weinig grensoverschrijdend verkeer is van auteurs tussen beide landen.

In hoeverre is er sprake van een verschil in stijl van Vlaamse en Nederlandse literaire werken? In hoeverre zou dat een rol kunnen spelen in het feit dat Vlaamse en Nederlandse boekverkopers moeilijk bij elkaar voet aan de grond kunnen krijgen?
Volgens een Nederlandse uitgever is er zeker sprake van een duidelijk verschil tussen literatuur uit Nederland en uit Vlaanderen. Vlaamse literatuur heeft volgens hem een extremere fantasie en het magisch realisme komt veel sterker naar voren dan in literatuur uit Nederland. In het algemeen zijn er elementen in de Vlaamse stijl die moeilijker te begrijpen zijn voor de Nederlandse lezer. Een Vlaamse uitgever brengt daar tegenin dat bijvoorbeeld Faulkner en Joyce ook een eigenaardige schrijfstijl hadden, en dat die zelfs een plaats hebben gekregen in de literatuurgeschiedenis. Een andere Nederlandse uitgever vermoedt dat er omgekeerd ook kenmerken zijn aan te duiden van de literatuur uit Nederland, zoals het filosofische en navelstarende, die de Vlaamse lezer tegen de borst stuiten. Hij voegt er aan toe (naar aanleiding van een recent artikel in De Morgen) dat het spreken over verschil in stijl geen taboe zou moeten zijn.

Hoe komt het dat in Vlaanderen de literaire uitgeverij bijna onbestaande is, terwijl Nederland een bloeiende wereld van literaire uitgeverijen kent? In Vlaanderen heeft het proces van concernvorming, fusies - faillissementen en falingen geleid tot een sterke daling van het aantal uitgeverijen. In Nederland is de diversiteit aan uitgeverij-imprints binnen de concerns grotendeels behouden gebleven In de jaren zestig en zeventig gingen in Vlaanderen veel van deze (deels) verzuilde concerns failliet; er was geen belangstelling, noch van het bedrijfsleven, noch van de financiële wereld, noch van de overheid om te investeren in uitgeverijen. Bovendien hebben de meeste Vlaamse uitgeverijen altijd een importactiviteit gehad om hun kostenstructuur te spreiden. Een bijkomende reden voor het feit dat de literaire uitgeverij zo dun gezaaid is in Vlaanderen, is dat er pas vanaf 1930 academisch onderwijs in de Nederlandse taal werd gegeven. Hierdoor was voor de uitgeverijen van Nederlandstalige literatuur in aanvang maar een beperkt marktpotentieel ter beschikking.

In hoeverre is er in Nederland en Vlaanderen sprake van een verschraling van het aanbod in de boekhandel?
De laatste jaren zijn boekhandels centraler gaan inkopen, doordat steeds meer boekhandels bij een keten of inkoopcombinatie zijn aangesloten. Het aanbod in de boekhandel dreigt daardoor steeds uniformer te worden. Dat kan wel degelijk leiden tot verschraling van het boekenaanbod. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat het soms wel mogelijk is voor de afzonderlijke winkels om binnen de keten om een eigen plaatselijke invulling en accent aan hun collectie te geven.
Een andere oorzaak die verschraling in de hand werkt, is de trend dat een steeds beperktere hoeveelheid titels door steeds meer mensen wordt gelezen. Een voorbeeld hiervan is de hype rond de boeken van Dan Brown. Onbedoeld kan de verbeterde registratie van de verkoop van boeken ook bijdragen aan verschraling. Boekhandelaren kunnen daardoor precies zien hoe eerdere boeken van een auteur zijn verkocht. Het risico is groter dan voorheen dat een boekhandelaar een nieuw boek van een auteur die eerder niet goed verkocht niet of nauwelijks (her)inkoopt. Deze ontwikkeling kan zowel positief als negatief uitgelegd worden.

Worden de boeken door de uitgeverij altijd voor beide markten ontwikkeld of worden ze wel eens aangepast aan de behoeften van de Nederlandse of Vlaamse markt?
In Nederland blijkt het 'ontvlaamsen' van boeken een veel voorkomende praktijk. Dat wil zeggen dat woorden of uitdrukkingen waarvan men denkt dat die in Nederland niet begrepen worden, veranderd worden in woorden die wel in Nederland voorkomen en dat zogenaamde Vlaamse woordvolgordes worden veranderd in volgordes die in Nederland worden gehanteerd. De hoofdredacteur van Ons Erfdeel noemt ontvlaamsen een vorm van neokolonialisme, omdat hiermee de in Nederland heersende taalnormen op de Vlaamse literaire uitingen worden geprojecteerd. Deze praktijk draagt de veronderstelling in zich dat taaluitingen die in Vlaanderen heel gebruikelijk zijn nog geredigeerd moeten worden. Een tekst redigeren betekent volgens Devoldere 'in beter Nederlands omzetten' en het Nederlands is van iedereen die het spreekt, leest en schrijft. Een Nederlandse uitgever merkt op dat auteurs uit Vlaanderen soms zelf vragen of hun werk aangepast kan worden aan de Nederlandse norm. Dit onderwerp doet de gemoederen van de deelnemers hoog oplopen. De Nederlandse Taalunie zal zeker nog op dit onderwerp terugkomen.

Zijn er bij de verschillende instanties in Nederland en Vlaanderen verschillen aan te wijzen tussen de literaire waardering van Vlaamse en Nederlandse literaire producten?
NBD/Biblion verzorgt de informatie over nieuw verschenen en pas herdrukte uitgaven ten behoeve van de openbare bibliotheken in Nederland. Hiertoe worden wekelijks tussen de 250 en 350 korte boekbesprekingen gepubliceerd met een centrale bestelmogelijkheid. In het aanbod van ca. 16.000 titels per jaar zijn Vlaamse titels opgenomen, waaronder veel fictie voor volwassene en jeugd. In het verleden kwam het wel eens voor dat in de bespreking melding werd gemaakt van 'Vlaams taalgebruik', wat veelal leidde tot een forse daling van het aantal bestellingen door Nederlandse bibliotheken.
Een organisator van literaire festivals uit Vlaanderen geeft aan dat er vooral verschillen zijn in de participatie van het publiek aan auteurslezingen en festivals en dat het soms lastig is om Vlaamse schrijvers op Nederlandse podia te programmeren. Bekende Nederlandse auteurs (veelal via de media en niet in eerste instantie omwille van hun literair werk) trekken in Vlaanderen steevast volle zalen, terwijl de opkomst bij minder bekende Vlaamse schrijvers soms tegenvalt. Een mogelijke verklaring is dat men literatuur uit Nederland positiever waardeert. Een andere verklaring hiervoor kan zijn dat schrijvers uit Nederland betere performers zijn. Meest relevant is waarschijnlijk de media-bekendheid. Aan de andere kant zijn er ook geluiden dat het juist moeilijk is aandacht te krijgen voor minder bekende Nederlandse auteurs op Vlaamse literaire festivals.
Opgemerkt wordt dat de herkomst van de auteur geen rol zou moeten spelen bij de programmering van de festivals. Kwaliteit zou de bepalende factor moeten zijn. Daarentegen moet ook rekening worden gehouden met de wensen van het publiek, dat vaak wil dat de verhouding Vlamingen-Nederlanders in evenwicht is.

Kris Humbeeck stelt dat auteurs uit Vlaanderen in het verleden in Nederland heel anders werden gelezen dan in Vlaanderen. Dit zou te maken hebben met het feit dat de culturele referentiekaders van elkaar verschilden. Bestaat dat verschil vandaag de dag nog steeds? En in hoeverre kan men tegenwoordig spreken van het bestaan van twee literaturen?
Verschillen in referentiekaders zijn volgens de deelnemers zeker aan te wijzen. Zo gaat men in Vlaanderen anders om met de standaardtaal dan in Nederland. Ook maken Vlaamse historische gebeurtenissen zoals het sociaal katholicisme, de repressie en de collaboratie specifiek deel uit van het Vlaamse referentiekader. Tegenwoordig dragen deze gebeurtenissen bij aan de manier waarop literaire werken in Vlaanderen beleefd worden. Maar het belang van de verschillen in referentiekader moet niet worden overdreven. Zo hebben volgens een aanwezige een Antwerpenaar en een Amsterdammer meer gemeen dan een Antwerpenaar en iemand uit Veurne. Ook de populariteit van de internationale literatuur, en van Nederlandse streekromans in Vlaanderen, relativeert de verschillen. Blijkbaar is het voor de lezer uit het Nederlandse taalgebied geen probleem een boek te lezen uit een ander deel van de wereld, maar wel van net over de grens. Met andere woorden, of een boek aansluiting vindt bij een publiek overstijgt het verschil in referentiekaders. Van veel meer belang is de bekendheid van het boek en de auteur eerder dan de kwaliteit van het boek. En daarin is media-aandacht en essentiële factor en die berichten steeds minder over de grens.

Opgemerkt wordt dat het referentiekader voor de nieuwe generatie Vlaamse schrijvers verschuift. Jonge Vlaamse schrijvers laten zich meer en meer inspireren door internationale schrijvers.

Conclusie

Harde conclusies trekken uit een oriënterende bijeenkomst is altijd lastig. Toch lijkt de volgende constatering gerechtvaardigd. Er bestaat geen twijfel dat er belemmeringen voor grensverkeer van boeken bestaan, in beide richtingen, met een groter onevenwicht in de richting van Vlaanderen naar Nederland. Voor Vlaamse uitgevers en schrijvers is de Nederlandse markt over het algemeen moeilijker bereikbaar dan andersom. Nader onderzoek naar o.a. import- en exportgegevens, reële cijfers over marktaandelen, het type boeken dat wel de grens passeert, recensies, media-aandacht voor literatuur en auteurs over de grenzen heen, ontleencijfers en top 10 zou het grensverkeer beter in beeld moeten brengen. Ook zou nagegaan kunnen worden welke rol het taal- en literatuuronderwijs speelt en meer specifiek de canon en verplichte en vrije literatuur.
Lastiger te beantwoorden is de vraag naar de aard van de belemmeringen. Smaakverschillen en verschillen in referentiekaders spelen een rol, maar moeten ook genuanceerd worden. Er zijn veel factoren die het grensverkeer kunnen beïnvloeden: onzichtbaarheid en onbekendheid over een weer vanwege het grote aanbod aan media en de regionalisering (verenging op eigen binnenlandse en regionale thema's) in de media, de grote hoeveelheid titels die jaarlijks verschijnt, het niet transparante aanbod en het enorme succes van internationale bestsellers, een historisch gegroeid onevenwicht in de economische mogelijkheden van uitgeverij en distributie en vooroordelen die nog steeds bestaan.
© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties