taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

Verslag werkbezoek Suriname april 2004

Verslag werkbezoek Suriname, april 2004

Koen Jaspaert en Maryse Bolhuis

Inleiding


Op 12 december 2003 sloot de Nederlandse Taalunie een associatieovereenkomst met de Republiek Suriname. Deze overeenkomst is voortgekomen uit de wens van Suriname en de Taalunie om intensief samen te werken in de ondersteuning van de taalgebruiker van het Nederlands. Het klinkt in eerste instantie wellicht wat vreemd dat de Taalunie een dergelijke overeenkomst aangaat met een land dat helemaal aan de andere kant van de wereld ligt. Toch is de verbondenheid groot. In Suriname is het Nederlands, net zoals in Nederland en België, immers de officiële taal. Het Nederlands wordt gebruikt in het bestuur en is de taal van het onderwijs. Door deze overeenkomst kunnen de Surinaamse sprekers van het Nederlands profiteren van bestaande kennis en inzichten. Maar ook voor de Taalunie zelf is de toetreding van de nieuwe partner interessant. Zo is het voor de beschrijving van de taal van belang dat ook de Surinaamse variant van het Nederlands opgenomen wordt. Daarnaast levert de Surinaamse context waarin het Nederlands wordt gesproken mogelijk nieuwe inzichten op voor Nederland en Vlaanderen. Suriname is een land waar veel verschillende talen worden gesproken en voor veel Surinamers is het Nederlands de tweede taal. De manier waarop er in Suriname omgegaan wordt met het onderwijs in en van het Nederlands kan leerzaam zijn voor de Nederlandse en Vlaamse samenleving waar het Nederlands voor veel inwoners ook niet de moedertaal is.

De associatieovereenkomst tussen de Nederlandse Taalunie en de Republiek Suriname is op 12 december 2003 in Brussel getekend door de toenmalige voorzitter van het Comité van Ministers, mevrouw Van der Laan, en de Surinaamse minister van Onderwijs en Volksontwikkeling, de heer Sandriman. Die ondertekening alleen zorgt er echter nog niet voor dat Suriname daadwerkelijk lid is van de Taalunie. De overeenkomst moet eerst geratificeerd worden door het Surinaamse parlement. Het traject hiervoor is ingezet en naar verwachting zal de ratificering in de zomer van dit jaar een feit zijn. Om de werking van de Taalunie in Suriname echt op gang te brengen heeft de algemeen secretaris in april een werkbezoek gebracht aan Suriname. Het werkbezoek had tot doel om twee zaken voor te bereiden: De werking van de Taalunie in Suriname en de inhoudelijke samenwerking.

De werking van de Taalunie in Suriname


De Taalunie is een organisatie met vier organen: het Comité van Ministers, de Interparlementaire Commissie, de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en het Algemeen Secretariaat. Het is de bedoeling dat Suriname ook in deze organen gaat deelnemen. In de associatieovereenkomst is omschreven op welke wijze dit zal gebeuren. Zo zal de Surinaamse minister van Onderwijs en Volksontwikkeling door een afgevaardigde worden vertegenwoordigd in het Comité van Ministers. De vaste commissie Onderwijs van het Surinaamse parlement zal gaan fungeren als werkgroep van de Interparlementaire Commissie van de Taalunie en de Raad van Taal en Letteren wordt versterkt door leden van de commissie die de associatie vanuit Suriname heeft voorbereid (mevrouw Lila Gobardhan, mevrouw Jane Smith en mevrouw Ismene Krishnadath). Zodra de ratificering een feit is, kunnen deze commissies opgenomen worden in de werking van de Taalunie.
Om de samenwerking met Suriname goed vorm te kunnen geven, is het van belang om in Suriname ook een Taaluniemedewerker te hebben. Deze medewerker zal activiteiten van de Taalunie in Suriname opzetten en coördineren en zal het eerste aanspreekpunt van de Taalunie zijn voor Surinamers. Afgesproken is dat er deze zomer, in samenwerking met het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (MINOV), een vacature in de Surinaamse kranten wordt geplaatst voor een in Suriname wonende medewerker. De vacature zal ook te vinden zijn in de vacaturebank van het Taalunieversum.
Om als Taalunie te kunnen werken in Suriname is het ook noodzakelijk om een Taaluniekantoor te openen van waaruit onze medewerker kan gaan opereren. In een gesprek met de heer Marshall, directeur van het instituut voor de lerarenopleiding (IOL), is aangegeven dat het IOL bereid is te zoeken naar een ruimte die ter beschikking van de Taalunie gesteld kan worden. De Taalunie gaat graag in op deze uitnodiging.
Om als Taalunie daadwerkelijk te kunnen opereren is het tot slot van belang dat er een zogenaamd protocol wordt opgesteld tussen de Taalunie en de Republiek Suriname. De uitwerking hiervan is in samenwerking met MINOV in gang gezet.

Inhoudelijke samenwerking


Er zijn tijdens dit werkbezoek voorbereidingen getroffen voor vier inhoudelijke projecten:

Conferentie over het onderwijs Nederlands


Het onderwijs vormt misschien wel de belangrijkste sleutel om de inwoners van Suriname te ondersteunen in het gebruiken van de Nederlandse taal. Vandaar dat de Taalunie het onderwijs in en van het Nederlands in Suriname als speerpunt van beleid heeft aangemerkt. Om een goede start te maken met de investering in dat onderwijs Nederlands organiseert de Taalunie in januari 2005 een conferentie in Paramaribo over dit onderwerp. Vertegenwoordigers van het Comité van Ministers uit Nederland en Vlaanderen zullen bij deze conferentie aanwezig zijn.
Als basis voor de conferentie zullen teksten worden geschreven door enkele Surinaamse deskundigen op het gebied van onderwijs Nederlands. Deze teksten geven een beeld van de huidige stand van zaken van het onderwijs in en van het Nederlands in Suriname. Tijdens de conferentie wordt vervolgens gediscussieerd over hoe het onderwijs in de toekomst verbeterd kan worden. De uitkomsten van de conferentie vormen de basis voor een op te stellen meerjarenwerkplan. In de conferentie zullen in ieder geval drie stromen te herkennen zijn: lager onderwijs, voortgezet onderwijs en onderwijs in het binnenland. De Surinaamse deskundigen zullen tijdens de conferentie discussies leiden, samen met enkele Nederlandse en Vlaamse deskundigen.

De opname van Surinaams-Nederlandse woorden in de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje)


Eind 2005 komt er een nieuwe editie van de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje) uit. In de nieuwe versie van de Woordenlijst zullen zo'n vijfhonderd Surinaams-Nederlandse woorden opgenomen worden. Deze woorden worden op wetenschappelijke wijze opgespoord uit tekstbestanden van om te beginnen het dagblad De Ware Tijd. De lancering van de nieuwe Woordenlijst eind 2005 lijkt een mooie gelegenheid om de nieuwe spelling die in Nederland en Vlaanderen al langer van kracht is, officieel te lanceren in het onderwijs en bestuur in Suriname.

De positie van het Nederlands in Suriname


Zoals eerder aangegeven is Suriname een multilinguale samenleving. Vrijwel iedereen in Suriname spreekt twee of meer talen. Het is voor de Taalunie interessant om te weten wat de positie van het Nederlands precies is in Suriname: Hoeveel mensen spreken thuis Nederlands? In welke contexten spreken mensen nog meer het Nederlands? Welke andere talen worden gesproken? De Taalunie zoekt een antwoord op dit soort vragen. Dit gebeurt niet vanuit de intentie om het spreken van het Nederlands zoveel mogelijk te stimuleren, maar wel om de sprekers van het Nederlands zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen bij het gebruik van deze taal.
Om antwoorden te vinden op deze vragen is contact gezocht met het Algemeen Bureau voor Statistiek in Paramaribo. Het bureau heeft afgelopen jaar een volkstelling gehouden in Suriname, waarbij mensen onder andere bevraagd werden over de talen die ze spreken. Helaas zijn alle gegevens die in dit omvangrijke project zijn verzameld onlangs in vlammen opgegaan. Het Bureau voor Statistiek heeft besloten de volkstelling over te gaan doen, zij het in beperktere omvang. De vragen over het gebruik van de verschillende talen zullen gehandhaafd worden.
Elk kwartaal houdt het Bureau ook nog een zogenaamd 'Huishoudensonderzoek' onder een representatieve groep Surinamers. In zo'n onderzoek komt elke keer een ander thema aan bod. Het bureau heeft aangegeven bereid te zijn in de nabije toekomst een huishoudensonderzoek te wijden aan taal. De Taalunie heeft toegezegd de uitvoering hiervan te ondersteunen.

Knipselkrant en tijdschriftenattendering


Nu Suriname toetreedt tot de Taalunie is het van belang dat mensen in Nederland en Vlaanderen meer te weten komen wat er in Suriname gebeurt op het gebied van het Nederlands. Een aanzet hiertoe wordt gegeven door Surinaamse kranten en tijdschriften op te nemen in de Knipselkrant van de Taalunie en de Tijdschriftenattendering op het Taalunieversum.
De Knipselkrant is een digitale service die de Taalunie biedt aan haar relaties. Wekelijks krijgen deze relaties toegang tot artikelen die in de Nederlandse en Vlaamse kranten verschijnen over het Nederlands. Met de Surinaamse krant De Ware Tijd is overeengekomen dat ook artikelen over het Nederlands uit hun krant in de knipselkrant zullen worden opgenomen. Er zijn natuurlijk meer kranten in Suriname, en deze kunnen op termijn ook participeren. Maar omdat de digitale bereikbaarheid van De Ware Tijd erg goed is, is er voor gekozen om met deze krant te beginnen.
De Tijdschriftenattendering op het Taalunieversum is een maandelijkse service voor een ieder die geïnteresseerd is in wat er in de Nederlandse en Vlaamse vakbladen over het onderwijs Nederlands verschijnt. In Suriname verschijnt twee keer per jaar het tijdschrift 'Nederlands in Suriname'. Dit blad zal ook opgenomen worden in de attenderingsservice.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties