taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

Workshop: 10 - 16 jaar

Ulrich Oettel

Workshop: 10 - 16 jaar

Wat is de meerwaarde van tweetalig onderwijs?
De meerwaarde van tweetalig onderwijs werd door de deelnemers als volgt gezien: leerlingen leren vele verschillende leerstructuren kennen en gebruiken die ook. Daarmee groeit de kwalificatie en kan ook de het prestatievermogen verbeteren. Uiteindelijk leidt het tot een meer flexibele en betere inzetbaarheid in de maatschappij en op de arbeidswereld. Deze arbeidswereld wordt aan de grens altijd als een wereld van 360 graden gezien. De grens mag geen hindernis zijn voor persoonlijke ontwikkeling en professionele vooruitgang. Bovendien zorgt tweetalig onderwijs voor een noodzakelijke openheid van geest.

Vanaf welke leeftijd tweetalig onderwijs?
Met betrekking tot de grensgebieden en de talen Duits/Nederlands vonden de deelnemers dat Nederlands al vanaf de kleuterleeftijd tot het hoger onderwijs aangeboden (en natuurlijk ook gevolgd) zou kunnen worden. Tweetalig onderwijs heeft in Nederland met een volledig andere kwaliteitscontrole te maken dan in Duitsland. In Duitsland kan de individuele inzet van leerinstellingen op ieder moment in gang worden gezet als de docenten en het vereiste leermateriaal aanwezig zijn.

Wat zijn de misverstanden rond tweetalig onderwijs?
De deelnemers vonden het een verkeerde inschatting te denken dat tweetalig onderwijs niet per se leidt tot een betere taalvaardigheid.

Wat zijn de moeilijkheden bij tweetalig onderwijs?
De problemen van tweetalig onderwijs aan Duitse zijde liggen in de individuele aanpak van de verschillende scholen. Vaak is het niet professioneel genoeg aangepakt en daardoor amateuristisch. Ook is het vaak te veel aan de uitvoerende persoon gebonden en daardoor misschien twijfelachtig.

Wat kan er in de toekomst worden verbeterd?
De deelnemers brachten naar voren dat de respectievelijke ministers van cultuur veel te terughoudend staan tegenover tweetalig onderwijs. Men was van mening dat tweetalig onderwijs vanzelfsprekend ondersteund zou moeten worden, hoofdzakelijk op het gebied van netwerken en geld.

Netwerkvorming: het is van belang in de grensregio's docenten vanuit de respectievelijke taaldidactiek als collega's samen te brengen. Ze kunnen dan korte afstand hun ervaringen, successen en ideeën verspreiden. Geld: op het financiële terrein zouden de deelnemers graag onderwijsmodules wensen over bepaalde thema's waarin tweetalig onderwijs uitvoerbaar is (zoals bijvoorbeeld het sportmodel aan het Gymnasium Johanneum in Lingen). De meeste kansen liggen er voor de invoering van tweetalig onderwijs in de sociaalwetenschappelijke vakken, zodat hiervoor ook materiaal gemaakt dient te worden. Daarover is dus ook onderwijs materiaal nodig. De lokale netwerken kunnen hiervoor beslist ook suggesties leveren.

Conclusie
Leven in Europa betekent ook vanzelfsprekend de taal van de buren niet als vreemde taal maar als taal van de anderen te kennen en te gebruiken. Dat valt simpelweg onder goede manieren.
© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties