taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » burger, taal en overheid »

Anekdotes

Vertel ons een korte, interessante anekdote over goede of juist slechte overheidscommunicatie. Het accent moet op taalgebruik liggen. De beste verhaaltjes worden gepubliceerd in Taalpeil 2008. Voor drie inzenders hebben we een exemplaar liggen van een van de boekdelen van de Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur (naar keuze). Gebruik maximaal 200 woorden.


Reacties

Regine Van Driessche - 06/08/08

Toen wij verhuisden in 1980 hadden wij een hond, Balthazar. We woonden nog maar enkele weken in ons nieuwe huis, toen een wijkagent aanklopte om te vragen of wij al een hondenpenning hadden (dat was toen nog nodig in België). Het was een nogal stugge man en hij haalde meteen een formulier boven en begon vragen te stellen: "U hebt een hond?" - "Jazeker." - "Naam?" - "Balthazar." - "Voornaam?" - "Dat is de voornaam." (Wij vroegen ons al af wat we moesten antwoorden als hij de familienaam van onze hond vroeg.) De agent maakte een prop van zijn formulier en begon opnieuw. "Naam?" - "Balthazar." - "Ja maar, dat is toch uw voornaam?" - "Nee, de naam van onze hond!"


P. van de Velde - 08/08/08

Artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984:
"1. Het salaris van de ambtenaar die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, wordt jaarlijks verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate functioneert.
2. Het salaris van de ambtenaar die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan worden verhoogd tot een in de schaal vermeld hoger bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag meer dan in voldoende mate functioneert dan wel indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag op andere gronden aanleiding bestaat."
Het verwondert mij niks dat ambtenaren moeilijk gaan schrijven, als hun salaris op zo'n ingewikkelde manier wordt vastgesteld. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.


E. Fernhout - 08/08/08

Cabel dose

Eind jaren 70 werkte ik op het Ministerie van CRM in Den Haag. Daar tierde het jargon welig. Op een gegeven moment was in onze directie het woord 'camel nose' in zwang. Dat betekende dat achter dat kleine probleempje dat nu waarneembaar was, een gigantisch probleem dreigde. "Het is een camel nose", wou zeggen: aanpakken, anders loopt het uit de hand. Op een middag moesten we onze beleidsvoorstellen presenteren aan Minister Gardeniers. De directeur was flink verkouden, maar hij verdedigde met zijn verstopte neus heldhaftig al onze voorstellen. Hij was al een heel eind op weg, toen mevrouw Gardeniers een beetje schuchter zei: "Het is misschien heel dom van me, maar ik kan het niet helemaal volgen, wat is dat eigenlijk: een cabel dose?"


Jacco Rodermond - 12/08/08

Mijn organisatie werkt in het midden van de Rijksoverheid, de lokale overheden en de uitvoerende brandweerkorpsen. Daarom liggen bijna alle onderwerpen gevoelig.
Daarom maken wij vaak teksten, die wollig en onbegrijpelijk zijn voor leken.
Om hier een einde aan te maken heb ik met een collega de Automatische Reactie Generator (ARG) gebouwd; een digitaal hulpmiddel dat met letterlijk één druk op de knop een reactie formuleerd, samengesteld uit al onze eerdere publieke reacties. Helaas voor de grap blijken de meeste ARG-reacties gewoon te kloppen met datgene wat er zou worden gevraagd.


Raf De Boeck - 12/08/08

Het moet omstreeks 1971 geweest zijn. Met enkele vrienden van de wielerttoeristenclub deden we een doordeweeks fietstochtje in onze nieuwe outfit: een gele wollen trui en zwarte broek met opdruk “Munck Pils”, gekregen van een Westvlaamse brouwerij. We reden met z’n drieën lachend en zeverend naast elkaar over een rustige landweg langsheen de spoorbaan in Buggenhout, toen plots twee rijkswachters vanachter een huis opdoken en ons staande hielden. Ze maakten proces-verbaal op omdat we niet netjes achter elkaar reden, zoals de wet voorschreef. Terwijl de ene onze gegevens van onze identiteitskaarten noteerde, vroeg de andere of we voor eigen rekening reden. Mijn vriend antwoordde van ja, maar ik zei voor de grap en doelend op onze nieuwe tru: neen, voor onze sponsor, meer tegen die vriend dan tegen de rijkswachter.
Enige tijd later werd ik bij de veldwachter ontboden voor een verhoor. Er was een klacht tegen mij ingediend wegens smaad aan de rijkswacht. Ik zou een rijkswachter in uniform beledigd hebben door hem ‘sponser’ te noemen. Ik vertelde het hele verhaal en de veldwachter noteerde het en vroeg me te tekenen.
Case closed, dacht ik, tot ik maanden later een oproep kreeg om te verschijnen voor de correctionele rechtbank van Dendermonde. Ik mocht er nogmaals de gebeurtenissen schetsen, waarop de voorzitter de twee bewuste rijkswachters naar voren riep en hen vroeg wat het woord sponser betekende. De ene zei: ne fafoul, en de andere: ne nieweird. De voorzitter deed hen terug gaan zitten en sprak tegen mij dat ik mocht beschikken. Zaak gesloten, ditmaal voorgoed.


mw. W.C. Bron - 13/08/08

In de tachtiger jaren woonden we in Ede Gld. Als Amsterdamse was ik verrukt dat we eindelijk "beneden" woonde en al snel haalde ik een lieve hond uit het plaatselijk dierenasiel. Mijn partner had zo zijn bezwaren, maar het was MIJN hond en ik had de hond ook op MIJN naam gezet, net zoals hij zijn motorfietsen op ZIJN naam had staan. Ook had ik onmiddellijk de hond aangemeld voor de gemeentelijke Hondenbelasting te mijnen name, wat toen in een Veluwse gemeente nog niet vanzelfsprekend was.

Jaren later belde een ambtenaar bij ons aan. De ambtenaar vroeg mijn partner of hij een hond had. Dwars door het geblaf van mijn trouwe lieveling antwoordde mijn partner waarheidsgetrouw: "Nee." De ambtenaar herhaalde de vraag nog tweemaal, met telkens hetzelfde antwoord. De ambtenaar ging uiteindelijk weg met de woorden dat mijn man "er nog van zou horen". Nee dus. Hoe kon dat ook anders? Uiteindelijk stond woonde op dat adres een mevrouw die al jaren Hondenbelasting betaalde!


sandra - 14/08/08

Als communicatiemedewerker van de gemeente zag ik regelmatig teksten uit beschikkingen voorbij komen, waar ik kromme tenen van kreeg.
Wat denken jullie van:
"Gezien het vermogen waarover u nog steeds kunt beschikken kunt u vooralsnog zelfstandig in de kosten van het bestaan voorzien en kan eerst weer aanspraak op bijstand worden gemaakt, indien het vermogen op een verantwoorde wijze is ingeteerd."

Of deze: "Op grond van de thans ter beschikking gestelde gegevens is inmiddels door Sociale Zaken & Werkgelegenheid ter zekerheidstelling en bij wijze van invordering overgegaan tot het leggen van beslag op uw bankrekeningen. Zulks in beginsel ter invordering van het totale bedrag voor zover uw vermogen daartoe toereikend is."

Snap jij het nog? Laat staan dat mensen met een laag taalniveau dit snappen. Het blijkt in de praktijk erg lastig om juristen te overtuigen dat ze niet letterlijk de wettekst hoeven te citeren om juridisch juist te zijn, maar dat dat ook kan in eenvoudiger en begrijpelijker taal.


Jan Lunenburg - 14/08/08

In het begin van mijn (nu afgesloten) ambtelijke carriere heb ik eens hartelijk moeten lachen over een uitspraak van een jongere collega.
Hij sprak op een keer niet over bureaucratie maar over bureaurecreatie ...!


Gilbert Lockefeer - 18/08/08

Enkele jaren geleden had ik de burgemeester van mijn gemeente dringend nodig. De secretaris vertelde me dat de burgemeester mij niet onmiddellijk kon ontvangen omdat hij "op zijn computer zat". Toen moesten we allebei lachen. De burgemeester woog namelijk ongeveer 130 kilo.


BLAES, Chantal - 01/09/08

Ik ben lerares Nederlands, NT2 in België. In het kader van mijn onderwijs bezoeken we minstens twee keer per jaar Nederland. Dit jaar waren we op bezoek naar Amsterdam. Ik vroeg geld aan de directie(schoolhoofd) om een lunch of een hapje zelfs een maaltijd ergens in Amsterdam te betalen. Omdat we ook spaarzaam zijn(niet op de centen) vertelde ik de directie dat er niet veel hoefde te zijn want de studenten eten "uit de muren", onderweg of gaandeweg. De directie verstond die uitdrukking letterlijk(!!!) en zei mij dat ik eigenlijk niets nodig als het "uit de muren"kwam. Dat toont hier duidelijk een werkelijk aspect van de sociolinguistiek. Ik heb verder verteld dat er uit de muren niets gratis kwam, wel uit de frisdrankautomaat of broodautomaat. We hebben er zoveel mee gelachen.


Kees van Kempen - 08/09/08

Omdat ik mijn rijbewijs wil verlengen moet ik een 'Eigen verklaring' invullen. Elf vragen waarachter men ja of nee moet aankruisen.
"Lijdt u of hebt u geleden aan evenwichtsstoornissen of duizelingen?" Vraag 8a. "Hebt u een verminderd gezichtsvermogen van één of beide ogen, zelfs als u gebruik maakt van een bril of contactlenzen?" Wat een rare zin! Op het eerste stuk, dat vraagt naar een verminderd gezichtvermogen wil ik "ja" antwoorden. Daarvoor heb ik een bril gekocht. Maar bij of ik met bril nog gezichtsproblemen heb, wil ik "nee" kunnen zeggen.
De onbeantwoordbaarheid van deze vraag heeft alles te maken met de komma in de zin: die mag daar niet staan. Het tweede stuk is een beperkende bepaling.
Zouden de anderhalf miljoen laaggeletterden trouwens iets snappen van zo'n zin?
In de marge (ik ben leraar Nederlands) noteer ik dat vraag 8 fout is.
Dat mag niet van de ambtenaren: ik krijg bericht dat mijn formulier terzijde is gelegd en er contact met de keuringsarts wordt gezocht.
Het enige wat de CBR-computer blijkbaar heeft opgepikt, is het woord 'beperkende'. Mijn poging het CBR op een foutje attent te maken kost me geld en drie weken langer wachten op het rijbewijs!



Reageer:

Naam:

E-mailadres:

Tekst:

N.B. Uw reactie kan niet langer zijn dan 2000 tekens.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties