taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » burger, taal en overheid »

Discussie augustus

Ludo Permentier

'Er ontbreekt een komma in de wet!'

Zopas heb ik een dagvaarding ontvangen om voor de rechter te verschijnen. Ik zal maar meteen mijn schuld toegeven: ik heb me inderdaad op de openbare weg begeven met een voertuig dat niet helemaal in orde was. Ik had namelijk een aanhangwagen geleend van een buurman, en daar hing zijn nummerplaat op, niet de mijne. Daarbij brandden de richtingaanwijzers niet.

Het gerecht tilt daar blijkbaar nogal zwaar aan. Er werd me geen minnelijke schikking aangeboden; ze hebben meteen een deurwaarder op me af gestuurd. Die meldde me dat ik 'voor en ter openbare terechtzitting van de politierechtbank' moet verschijnen. Een formulering die nogal middeleeuws aandoet. Maar ik was al blij dat er terechtzitting stond, en niet terechtstelling.

Het exploot bevat ook de volgende passage - ga even zitten, want ik moet ze helemaal citeren: 'Ik heb de gedaagde tevens kennis gegeven van volgende uittreksels uit het Gerechtelijk Wetboek: art. 674bis §4 Wanneer de zaak zonder verwijzingsbeschikking voor de politierechtbank of voor de correctionele rechtbank, dan wel, in geval van toepassing van art 479 en volgende van het Wetboek van Strafvordering, voor het Hof van Beroep wordt gebracht, wordt het verzoek om rechtsbijstand voor afgifte van afschriften van stukken uit het dossier, op straffe van verval, binnen de acht dagen na de dagvaarding of de oproeping ingediend.'

Ik heb een donkerbruin vermoeden dat hier iets wordt geopperd wat belangrijk kan zijn voor het verloop van de rechtsgang, en misschien wel voor mijn verdere leven. Maar hoe ik die zin ook draai of keer, of ik er met een loep op ga zitten, of hem ver van me af houd, ik begrijp er geen barst van. De schrik slaat me helemaal om het hart als ik op internet ga zoeken wat dat artikel 674 nog meer voor mij in petto heeft. Ik leer dat die onbegrijpelijke zin op de dagvaarding geciteerd moet worden, ter bescherming van wie gedagvaard wordt. Het gaat blijkbaar om iets waar ik recht op heb, als ik maar snel genoeg reageer. Alleen: ik kom er niet uit waar ik dan wel om zou moeten vragen, hoe en bij wie.

En intussen tikt de klok; mijn acht dagen zijn bijna om. Bij mij gaat het om de nummerplaat en de knipperlichten op een aanhangwagentje. Een halszaak is dat hopelijk niet. Maar ik vraag me af wat er mis kan gaan met minder geletterde mensen dan ik, die zich misschien erger in de nesten hebben gewerkt. Moeilijke rechtstaal leidt tot klassenjustitie. En daar bedoel ik niet mee: justitie die klasse uitstraalt.

Een Belgisch parlementslid, die ook advocaat is, heeft enkele maanden geleden een hoop belangstelling gekregen met het voorstel om ergens een komma in een wet toe te voegen. Ik vrees dat er meer moet gebeuren.

Ludo Permentier is verbonden aan de UGent en aan de Nederlandse Taalunie en schrijft een wekelijkse column voor De Standaard.


Reacties

Karl Vermaercke - 08/08/08

De voorlaatste alinea is volledig terecht. Onlangs kreeg ik ook een deurwaarsbrief (of is exploot toch beter voor een dergelijke non-tekst) onder ogen bestemd voor een weinig geletterde dame die een rekening niet tijdig had betaald. Ze had enkel begrepen dat ze op een bepaald tijdstip voor een rechtbank moest verschijnen. Eigenlijk vermeldde de brief een aantal stappen die ze moest zetten om te vermijden dat ze uiteindelijk voor de rechter moest komen. Maar ik moest de brief daarvoor ook enkele keren herlezen.


Van der Steen - 12/08/08

Ik wil toch een lans breken voor een precieze formulering.

Het vervelende is, dat iedereen, ook juristen het taalgebruik zouden willen veranderen in veel meer spreektaalgebruik.
Het probleem is echter dat schriftelijke stukken "slachtoffer" kunnen worden van acties van de tegenpartij. Juist als er heel veel afhangt van een rechtsgang, is wat er op papier gezet wordt heel erg belangrijk.

We zullen dus met formuleringen nauwgezet moeten werken om te voorkomen dat de andere partij ons slordigheden zou kunnen verwijten. Maar dan mag je van de tegenpartij verwachten dat hij een precieze formulering (en dan kom je bijvoorbeeld in een formulering als bovenstaand voorbeeld terecht)ook kan waarderen.

Het is niet anders.....


peer - 13/08/08

@Van der Steen:

Precies en duidelijk formuleren sluiten elkaar helemaal niet uit, hoor. Dan maar wat meer zinnetjes, als dat het duidelijker en begrijpelijker zou maken.

Wet- en regelgeving moet (onder meer) eenduidig zijn: niet voor meer uitleggen vatbaar. Dat is een utopie, leren enkele eeuwen geschreven rechtsgeschiedenis. Maar nog steeds schrijft men wetten en regels op alsof dat kan: in één volzin alle situaties vangen waarop de regel betrekking moet hebben.

Algemeen en duidelijk formuleren is een vak apart, zeker. Ik wil ook de moeilijkheid, laat staan het belang, niet onderschatten. Maar zolang de formuleringen zowel geschreven als beoordeeld als gebruikt worden door een min of meer beperkte groep die het onderling wel zo'n beetje eens is over die formuleringen, dan zal er voor de rest van de mensheid die ermee te maken krijgt geen doorkomen aan zijn.

Het zou een leuk experiment om een wettekst eens te laten herschrijven door een literator, een reclamemaker en een journalist - mét de opdracht dat er een als wet bruikbare tekst uit moet komen. Dat wordt zweten, maar onmogelijk is het zeker niet.


swijngedouw - 13/08/08

"Een Belgisch parlementslid, die ook advocaat is,..."
Waarom heb ik het gevoel dat het "een Belgisch parlementslid, DAT....?" moet zijn?
Overigens kan ik mij wel in de strekking van het stuk vinden. Als ambtenaar erger ik mij dagelijks aan het, veelal bombastische, taalgebruik dat in ambtelijke stukken gehanteerd wordt. Dit heeft op zich niets te maken nauwgezetheid. Het is perfect mogelijk om (juridisch) jargon in begrijpelijke taal om te zetten zonder aan nauwkeurigheid in te boeten.


Gerard Sonneveld - 18/08/08

Swijngedouw heeft dat gevoel omdat hij gelijk heeft....

Het gebruik van ABN (Algemeen Begrijpelijk Nederlands) moet zeer zeker bevorderd worden, maar we hebben nog een heel lange weg te gaan.
Jargon is namelijk cultuur, en cultuur is buitengewoon weerbarstig. Het gebruik van jargon is een van de manieren waarop leden van de betreffende (sub-)cultuur zich onderscheiden van de rest van de wereld, en elkaar herkennen. Dat geldt ook voor juristen en ambtenaren.
Niet alleen geldt voor deze groep, zoals Peer stelt, dat de leden het onderling eens zijn over de formuleringen, er is ook duidelijkheid over de betekenis van de gebruikte termen. Bij woorden uit de gewone spreektaal ligt de betekenis veel minder eenduidig vast. En dat is ongewenst, zoals Van der Steen duidelijk maakt.
We moeten alleen oppassen dat dergelijke argumenten niet gebruikt worden als excuus van de juridische en ambtelijke cultuurdragers om het huidige taalgebruik maar te handhaven. Laten we alsjeblieft zoeken naar wat mogelijk is, en niet naar wat onmogelijk is. Ik voel wel wat voor dat experiment van Peer.


Ruben Koster - 01/09/08

Het gevoel van Swijngedouw is voorstelbaar, maar niet helemaal correct. Taaladvies.net zegt het volgend: De keus tussen die en dat hangt echter niet in alle gevallen af van het woordgeslacht, d.w.z. van de vraag of het om een de-woord dan wel om een het-woord gaat. In bepaalde gevallen kan ook naar een het-woord met die worden verwezen. De voorwaarden zijn dat het het-woord een persoon aanduidt en dat het gaat om een uitbreidende bijvoeglijke bijzin.
In dit geval wordt aan beide voorwaarden voldaan.
Wat betreft het juridisch taalgebruik, lastig om daar wat aan te veranderen. Hoe simpeler de taal, hoe groter de mazen van het wet, mijns inziens. Maar inderdaad is de geciteerde tekst niet echt duidelijk. Wanneer het een halszaak betreft is het dan dus ook verstandig om een advocaat in te schakelen.


Verhamme Wim - 01/09/08

Als men beweert dat het gerechtelijke apparaat genoodzaakt is om een onbegrijpelijk jargon te gebruiken, om misverstanden en verder onheil te beperken, dan komt mij spontaan, enkele bedenkingen de kop op steken.
Zou het niet kunnen dat de mensen die voor het gerechtelijk jargon te winnen zijn, voornamelijk zelf uit de gerechtelijke wereld komen?
Het ergste wat hen zou kunnen overkomen is dat het gerecht gedemocratiseerd wordt.
Indien men de ware toedracht van een huidige gerechtelijke tekst wil ontcijferenis men genoodzaakt om een advocaat onder de arm te nemen..
Indien de communicatie met de “gewone man” in een begrijpbare taal zou gebeuren (onderling kan men nog altijd elkaar met de meest waanzinnige woorden aftroeven) dan zullen plots heel wat advocaten naar een andere job moeten uitkijken.
Iemand die al eens kennis heeft gemaakt met de balie zal het al gemerkt hebben dat er niet veel vijandigheid is tussen advocaat en rechter. Mochten ze kunnen, ze kropen op elkaar’s schoot. Iets wat in de privé-sfeer dikwijls gebeurd wat heel wat rechters zijn gehuwd met advocaten.
Het is dan ook niet moeilijk om in te zien dat de rechter, de advocaat geen strootje in de weg zal leggen.
En wat is hun sterkste wapen? Jawel, de taal. Zolang ze een taal gebruiken die enkel door rechters en advocaten begrepen wordt, zolang zitten ze op rozen.
En wat met de gerechtigheid? Zorgen de rechters en advocaten niet voor gerechtigheid? Kom nou!
Het enige wat de advocaat interesseert is de poen en uit het verleden kunnen we leren dat de rechters daar helemaal geen bezwaar tegen hebben.
Zelfs bij de vrederechter, een gerechtsysteem op messenmaat, althans zo beweert men, kan men al deze taalverschijnselen meemaken.
Taal is een communicatiemiddel. Maar in het gerechtelijk apparaat werkt taal juist als anticommunicatiemiddel zodat men genoodzaakt is om naar een vertaler te stappen in de gedaante van een advocaat.


Van Dijk - 01/09/08

Ik voel wel iets voor het standpunt van Van der Steen, maar teken daarbij aan dat het de bedoeling van het exploot is om de ontvanger iets te laten begrijpen.
In dit geval had er kunnen staan: " Wanneer de zaak wordt verwezen naar het hof van beroep (*), kan binnen 8 dagen na ontvangst van dit exploot of van de oproeping, een verzoek worden gedaan om afschriften van de stukken te ontvangen." Ik meen dat dit de kern is van het stuk. Of althans dat in het exploot staat dat de deurwaarder de ontvanger van ervan heeft meegedeeld dat iets van deze strekking in artikel 467bis van de wet staat.

Dit raakt overigens aande discussie dat een wetstekst begrijpelijk moet zijn voor leken. Dit is natuurlijk wenselijk wanneer men ervan uitgaat dat het lezen van de wetstekst de enige manier is om erachter te komen wat je rechten en plichten zijn. DAt laatste is niet het geval. We hebben allemaal eenr edelijk beeld van onze rechten en plichten (brandende achterlichtjes bij de aanhangwagen bijvoorbeeld) zonder dat we daarvoor de wetsteksten hebben gelezen.
Wanneer de wetsteksten bedoeld zijn voor professionals, advocaten, rechters en adviseurs, dan is de noodzaak om het in begrijpelijk Nederlands te schrijven verdwenen. Het is dan wellicht zelfs efficiënter om de teksten van jargon en ingewikkelde taalconstructies te voorzien. Immers gaat met een vereenvoudigde weergave wel veel nuance verloren. In dit dilemma moet een afweging worden gemaakt. Helaas wordt deze afweging door professionals zelf gemaakt. De knoop hieromtrent is dan vaak snel doorgehakt.


Edwin Van Wesemael - 29/09/08

Die komma in die wet? Een punt zul je bedoelen!

Zowel in de basistekst als in de reacties erop is er één aspect dat ik niet aan bod zie komen. Namelijk: waarom zijn juridische zinsconstructies altijd zo ingewikkeld? Waarom moet een juridische zin ongeveer een (lange) paragraaf lang zijn?

Het antwoord is: omdat een jurist vindt dat hij alles moet schrijven tussen de beginhoofdletter en het eindpunt.

Uiteraard krijg je dan onverteerbare teksten met driedubbele sub- en bijzinnen. Juristen zijn de enige beroepsgroep die zich van taal bedient die mag zondigen (een inbreuk plegen op) de basisregel van geschreven taal: één idee per zin.

Overigens, Wim Verhammen, hoop ik dat het scalpels zijn die de vrederechter bij heeft en geen slagersmessen!



Reageer:

Naam:

E-mailadres:

Tekst:

N.B. Uw reactie kan niet langer zijn dan 2000 tekens.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties